Gyula Sax, een duivelse tacticus

Op 25 januari van dit jaar stierf de Hongaar Gyula Sax door een hartaanval, 62 jaar oud. De laatste jaren speelde hij niet veel meer en als hij het deed, was het niet in belangrijke toernooien. De Hongaren schreven na zijn dood dat hij leefde in rustige eenzaamheid.

Hij was een paar keer kampioen van Hongarije, twee keer plaatste hij zich voor de kandidatenmatches voor het wereldkampioenschap en twintig jaar was hij een steunpilaar van het Hongaarse team in de olympiades, ook in 1978 in Buenos Aires, toen Hongarije de olympiade won. Het was de enige keer in de geschiedenis dat de Sovjet-Unie meedeed en niet won.

Judit Polgar schreef na de dood van Sax dat hij, toen ze negen jaar was, de eerste grootmeester was die haar als een collega behandelde. Peter Leko vertelde dat hij, toen hij als elfjarige jongen voor het eerst in Wijk aan Zee speelde, in een lagere groep, veel hulp kreeg van Sax, die hem ook mooie schaakverhalen vertelde.

Een aardige man. In mijn herinnering won hij bijna altijd van mij, en toen ik het nakeek, bleek het nog erger te zijn dan ik dacht. Vier remises, vijf keer verloren, niets gewonnen door mij. Natuurlijk was hij sterker dan ik, maar tegen de wereldkampioenen deed ik het beter dan tegen deze duivelse tacticus.

In 1978 hadden in de laatste ronde alleen Hongarije, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten een kans om de olympiade te winnen. Sax haalde de buit voor Hongarije binnen door zijn partij tegen de Joegoslaaf Alexander Matanovic te winnen.

Twee jaar later won Hongarije bijna de olympiade op Malta. Vanaf het begin stond het bovenaan, maar in de laatste ronde kwam de Sovjet-Unie langszij. Evenveel matchpunten, evenveel bordpunten. Het kwam neer op weerstandspunten; hoeveel punten de landen waartegen ze hadden gespeeld zelf maakten. Toen Hongarije en de Sovjet-Unie al klaar waren, werd het duidelijk dat de beslissing zou vallen in een partij tussen Schotland en Griekenland. Als de Griek won, won de Sovjet-Unie de olympiade, anders Hongarije.

Kasparov hielp de Griek, de latere vice-president van de FIDE Georgios Makropoulos, met zijn afgebroken partij. De Schotten hadden geen hulp en zeiden na afloop dat ze die ook nooit geaccepteerd zouden hebben. Makropoulos won en daardoor won de Sovjet-Unie die olympiade.

Alexander Matanovic – Gyula Sax, Olympiade Buenos Aires 1978

1. e4 c5 2. Pf3 e6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 Pc6 6. Pdb5 d6 7. Lf4 e5 8. Lg5 a6 9. Pa3 b5 10. Lxf6 gxf6 11. Pd5 f5 12. Ld3 Le6 13. Dh5 Lg7 14. 0-0 f4 15. c4 bxc4 16. Lxc4 0-0 17. Tac1 Pe7 Dit was toen een nieuwe zet. 18. Tfd1 Tc8 19. Pxe7+ Dxe7 20. De2 Tien jaar later versterkte Nigel Short tegen Sax wits spel met 20. Tc3. Short won die partij. 20…Kh8 21. Lxa6 Deze pionwinst kan wit zich niet permitteren. 21…Txc1 22. Txc1 f5 Zwarts pionnenmassa komt gevaarlijk naar voren en kan niet goed geblokkeerd worden, want na 23. f3 fxe4 24. fxe4 geeft 24…f3 zwart een winnende aanval. Ook na 23. Lc4 fxe4 24. Dxe4 is 24…f3 sterk. 23. exf5 Lxf5 24. Pb5 e4 25. Pc3 Dg5 26. f3 exf3 27. Dxf3 Lg4 28. Dd5 Le5

Zie diagram boven

Al zwarts stukken werken aan de aanval mee. 29. Pe4 Dg7 30. Lf1 Relatief het beste in een erg slechte stelling was 30. Tc2, wat nog geen stuk verliest, want na 30…Da7+ heeft wit 31. Pf2. 30…f3 31. Tc2 fxg2 32. Lxg2 Lf3 Wit overschreed hier de tijd. Er was ook niets meer.