De speculaties Had Samsom misschien een reden om boos te zijn?

De ‘commissie-stiekem’ vergadert de laatste weken stukken vaker. Niet omdat de inlichtingendiensten opeens zo veel meer geheime operaties te melden hebben aan de fractievoorzitters. Nee de commissie is het toneel geworden van een uiterst gevoelige politieke strijd, die niet in de openbaarheid kan worden uitgevochten.

Het is een strijd om de waarheid: heeft minister Ronald Plasterk (PvdA, Binnenlandse Zaken) nu wel of niet zijn eerste – openlijke maar foutieve – verklaring over de herkomst van 1,8 miljoen ‘Nederlandse’ belgegevens in het bezit van de Amerikaanse afluisterdienst in de beslotenheid van de commissie-stiekem gecorrigeerd?

D66-leider Alexander Pechtold concludeerde dinsdag in een debat over de zaak van niet. In een motie van wantrouwen tegen Plasterk schreef hij dat de Kamer niet was geïnformeerd. De zeven andere fractievoorzitters die deze motie steunden, onderschreven die conclusie.

Maar stel nou dat het wel in de commissie stiekem was besproken? Dan zou dat de woedende reactie van PvdA-leider Samsom, partijgenoot van Plasterk, op de motie van Pechtold verklaren.

Zeker is dat fractievoorzitters die de motie niet steunden, deze niet kunnen tegenspreken. Daarmee zouden zij uitspraken doen over wat er in de commissie is besproken. En dat is verboden.

Eergisteren kwam de commissie-stiekem weer bij elkaar. Wat daar besproken werd, leidde tot een extreem ongebruikelijke gebeurtenis: een publieke uitlating van commissievoorzitter Halbe Zijlstra.

Zijlstra – ook de fractievoorzitter van de VVD – zei: „De conclusie in de motie dat de Tweede Kamer niet is geïnformeerd, is een politiek oordeel. De motie kán per definitie niets zeggen over wat er wel of niet in de commissie voor de inlichtingendiensten is besproken, want dat is geheim.”

De politieke betekenis van de uitspraak zit niet in de inhoud, die beschrijft slechts de geldende afspraken. Dát Zijlstra iets zei, en met zijn woorden impliciet de conclusie van de motie in twijfel trok, was een signaal voor de goede verstaanders in de Haagse binnenwereld: het zou best weleens anders kunnen zijn gegaan.

Het was niet voor niets dat premier Mark Rutte (VVD) gisteren na de ministerraad naar de woorden van Zijlstra verwees. Om vervolgens coalitiepartner Samsom te steunen: „Ook mijn standpunt is dat de ministers de Kamer correct hebben geïnformeerd. Ik begrijp zeer goed de irritatie.”

Doel van beide VVD’ers is vooral: de vrede herstellen tussen Samsom en motie-indiener Pechtold.

De vrede is cruciaal voor een stabiel voortbestaan van de informele gedoogcoalitie die afgelopen najaar ontstond. Toen besloten D66, ChristenUnie en SGP de coalitie van VVD en PvdA in de Eerste Kamer aan een meerderheid te helpen voor een groot deel van de bezuinigingen en hervormingen uit het regeerakkoord.

Intussen is de situatie niet tot bedaren gebracht, omdat beide kampen er groot belang bij hebben hun versie van de werkelijkheid te laten overwinnen. Maar de verhalen zijn aan het schuiven.

In de kringen rond de ondertekenaars van de motie van wantrouwen wordt niet meer categorisch ontkend dat er in de commissie stiekem over de juiste herkomst van de 1,8 miljoen beldata is gesproken. Alleen zou die informatie te onduidelijk en omfloerst zijn verschaft, waardoor de politieke betekenis onvoldoende duidelijk werd. Alle mededelingen over wat er daar is besproken, worden slechts in zeer omstandige en cryptische zinsconstructies gedaan, zodat het schenden van de geheimhoudingsplicht wordt omzeild.

Een fractievoorzitter speelde daarom met het idee om openbaarmaking van de commissieverslagen te eisen. Dan kan iedereen zijn eigen conclusies trekken over de werkelijke gang van zaken. Maar dat verzoek is nog niet gedaan.