Al-Qaeda is een multinational met florerende filialen

De Arabische Lente zou Al-Qaeda een zware klap toedienen, was de gedachte. Maar het tegendeel is waar. De terreurgroep is anno 2014 een multinational met vijf takken: Irak, Syrië, Noord-Afrika, Jemen en Pakistan.

Jihadstrijder van Jabhat al-Nusra, het filiaal van Al-Qaeda in Syrië
Jihadstrijder van Jabhat al-Nusra, het filiaal van Al-Qaeda in Syrië Foto AFP

Inwoners van de Noord-Iraakse stad Suleiman Pek werden donderdagochtend wakker van de luidsprekers van de moskee. Maar het was niet de muezzin die zangerig opriep tot het gebed. Via de luidsprekers kwam het huiveringwekkende bericht dat de Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIS) de stad in handen had. De jihadisten eisten dat alle inwoners uit hun huizen kwamen.

Het beleg van het stadhuis was op dat moment nog in volle gang. „We zijn nog steeds in het regeringsgebouw in het centrum van de stad, omsingeld door gewapende strijders”, zei de burgemeester via de telefoon tegen persbureau Reuters. „Ze vallen ons aan met granaatwerpers en machinegeweren. Ze zijn van de ISIS, dat weten we door hun zwarte vlaggen.”

Met de inname van Suleiman Pek, een stad met 25.000 inwoners op 110 kilometer van Bagdad, heeft ISIS een nieuw front geopend in de strijd tegen de Iraakse regering. Enkele weken eerder veroverde de organisatie – tot voor kort het machtige filiaal van Al-Qaeda in Irak – al een deel van Ramadi en heel Fallujah, de hoofdstad van de provincie Anbar. Hiermee controleert de groep een groot deel van Anbar, een uitgestrekt woestijngebied dat grenst aan Syrië. De Iraakse regering probeert met behulp van lokale stammen de jihadisten te verslaan. Er zijn al 300.000 mensen gevlucht voor het geweld.

De ontwikkelingen in Irak baren de Amerikaanse regering grote zorgen. De pogingen om Irak te stabiliseren na de burgeroorlog van 2006 en 2007 en Al-Qaeda te verjagen uit zijn bolwerken in het westen van het land, lijken voor niets te zijn geweest. De groep is zelfs sterker teruggekeerd, mede dankzij de burgeroorlog in Syrië. De naar schatting 12.000 strijders van ISIS hebben ook grote gebieden in het oosten en noorden van Syrië in handen, vanwaar ze operaties in andere landen kunnen voorbereiden.

De recente ontwikkelingen weerleggen theorieën over de teloorgang van Al-Qaeda. De Arabische Lente betekende volgens sommige experts een enorme klap voor de terreurgroep. Als de verkalkte autocratische regimes plaats zouden maken voor democratieën, zou er vanzelf een einde komen aan de frustratie en machteloosheid waaruit Al-Qaeda kan putten. Toen het Amerikaanse leger tijdens een spectaculaire operatie in 2011 ook nog Osama bin Laden in Pakistan vermoordde, leek de onthoofde terreurgroep op sterven na dood.

Maar Al-Qaeda blijkt een veelkoppig monster met enorme veerkracht. Zijn lokale filialen tellen nu een recordaantal strijders en controleren meer gebieden dan ooit. Ze hebben het afgelopen jaar successen geboekt in een strook van instabiele landen die zich uitstrekt van Mali in het oosten via de Hoorn van Afrika tot Irak in het westen. Met dank aan de chaos die volgde op de Arabische Lente.

In 2012 kaapten aan Al-Qaeda gelieerde extremisten een opstand van nomadische Toeareg om het noorden van Mali te veroveren. Vorig jaar voerden ze een spectaculaire aanval uit op een Algerijns gascomplex, waarbij honderden Algerijnen en buitenlanders werden gegijzeld. De geharde en goed bewapende strijders van Al-Qaeda zijn vorig jaar langzaam maar zeker de Syrische opstand gaan domineren. In de zomer bezetten extremisten dagenlang het winkelcentrum Westgate in Kenia, waarbij 71 doden vielen. En dit jaar begon met de machtsgreep in de Iraakse provincie Anbar.

Naar aanleiding van de situatie in Irak hield het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden de afgelopen weken een serie hoorzittingen over de wederopstanding van Al-Qaeda. Hoe sterk is de organisatie? In hoeverre heeft het centrale leiderschap invloed op lokale filialen? En vormen die een serieuze bedreiging voor het Westen?

Multinational met franchises

Al-Qaeda is anno 2014 een multinational met vijf regionale kantoren, die functioneren als een soort franchises die de beroemde merknaam gebruiken. Ze delen dezelfde ideologie en hebben trouw gezworen aan topman Ayman al-Zawahiri. Maar verder opereren ze autonoom. Elk filiaal beheert zijn eigen inkomsten en uitgaven en heeft een effectieve propaganda-afdeling die video’s en verklaringen verspreidt via jihadistische websites.

Het leiderschap houdt per brief en telefoon contact met commandanten in het veld, die hun declaraties schriftelijk indienen. In Mali werden vorig jaar honderd pagina’s met handgeschreven facturen gevonden door persbureau AP, waarin de gemaakte kosten nauwkeurig werden bijgehouden. Zelfs een aangeschafte gloeilamp van zestig cent en een kilo tomaten van een dollar werden genoteerd.

De filialen maken gebruik van lokale conflicten om gebieden te veroveren. Daar proberen ze zich te profileren als alternatieve regering. Ze zorgen voor veiligheid, delen voedsel uit en spreken recht op basis van de shari’a. In de context van een oorlog, of van een zwakke en corrupte staat, kan dit in goede aarde vallen, ook al heeft de extremistische ideologie van Al-Qaeda zelden brede steun.

Maar door hun willekeurige toepassing van de shari’a en wreedheid jagen de jihadisten de lokale bevolking telkens tegen zich in het harnas. Dat gebeurde bijvoorbeeld in Irak, waar lokale stammen eind 2005 in opstand kwamen en Al-Qaeda verjoegen uit zijn bolwerken in Anbar. Topman Zawahiri had de leider van het Iraakse filiaal nog gewaarschuwd: „Laat je niet misleiden door de lof van felle jonge mannen die je de sjeik van de slachters noemen”, schreef hij in een brief. „We zijn in oorlog en ruim de helft van die oorlog speelt zich af in de media.”

Maar de leiders van andere filialen hebben geleerd van het fiasco in Irak. Dit blijkt uit de vondst van de enorme hoeveelheid documenten in Mali, waar behalve facturen ook veel brieven tussen zaten. Ze beseffen dat het niet genoeg is om een gebied in te nemen. Om vaste voet aan de grond te krijgen en te houden, moeten ze lokale stammen voor zich winnen en leren hoe ze een gebied moeten besturen.

Deze lessen werden voor het eerst in de praktijk gebracht in Jemen. Daar veroverde de lokale tak van Al-Qaeda in 2011 twee zuidelijke provincies. Tot verbijstering van de bevolking waren de jihadisten meer geïnteresseerd in het slaan van waterputten, dan het invoeren van de shari’a.

„Probeer de bevolking voor je te winnen met faciliteiten”, schreef de Jemenitische leider later in brieven aan zijn collega in Noord-Afrika. Daarin legt hij stap voor stap uit wat werkte en wat niet. Hij geeft zelfs tips om de vuilnis efficiënter op te halen. „Het zorgt ervoor dat ze met ons sympathiseren en geeft hen het gevoel dat hun lot is verbonden aan het onze.”

De groep zorgde dat zijn inspanningen voor de bevolking breed werden uitgemeten in online nieuwsbrieven en gelikte propagandafilms. De jihadisten toonden brandende gloeilampen en draaiende ventilatoren bij dorpelingen die nooit eerder stroom hadden gehad. In een video staan bebaarde Al-Qaeda-strijders op ladders tegen elektriciteitspalen. Iedere keer als ze een stroomkabel aansluiten roepen ze triomfantelijk: Allahu Akbar!

De officiële Syrische afdeling van Al-Qaeda, Jabhat al-Nusra, past nu dezelfde tactieken toe. Ze runt ziekenhuizen en heeft een hulpafdeling, die met trucks tomaten, rijst en ingeblikt voedsel langs dorpen brengt. De groep organiseert zelfs evenementen met touwtrekken en andere spelletjes om kinderen te vermaken. Ook deelt ze Teletubbies en ijsjes uit. Maar tegelijk voert ze een compromisloos islamitisch bewind met kledingregels voor vrouwen en lijfstraffen.

Geen effectief bestuur

Veel lokale filialen zijn echter niet sterk genoeg om een groot gebied te controleren en hebben niet genoeg ervaring om het effectief te besturen. Dit bleek uit de kortstondige verovering van Noord-Mali in 2012 door Al-Qaeda’s Noord-Afrikaanse filiaal. In een vlaag van realisme schreef de leider in een brief dat „het besturen van de regio en het hoofd bieden aan de internationale en regionale dreiging een grote taak is, die op dit moment onze militaire, financiële en organisatorische capaciteit te boven gaat.” De jihadisten hadden grote moeite staatsinstellingen te runnen en vroegen de regering zelfs ambtenaren te sturen.

Daarbij hebben veel filialen een losse structuur; commandanten gaan veelal hun eigen gang en negeren bevelen. Een goed voorbeeld is de commandant Mokhtar Belmokhtar, die bekendstond om zijn minachting voor de leiders van Al-Qaeda’s Noord-Afrikaanse filiaal. Drie jaar lang stuurden ze de eenogige ‘emir van de Sahel’ brieven. Daarin klaagden ze dat hij zijn telefoon niet opnam als ze belden, dat hij zijn declaraties nooit indiende, dat hij niet kwam opdagen op bijeenkomsten en dat hij keer op keer weigerde bevelen uit te voeren.

Uiteindelijk stapte Belmokhtar gebeten uit Al-Qaeda en begon zijn eigen terreurgroep. De leiders probeerden hem nog binnenboord te houden en schreven hem dat zijn besluit „de organisatie dreigde te fragmenteren en aan stukken te scheuren”.

De onderlinge rivaliteit mondt regelmatig uit in gevechten tussen commandanten. In Syrië is zelfs een conflict ontstaan tussen twee aan Al-Qaeda gelieerde groepen: ISIS en Jabhat al-Nusra. Aanvankelijk gedoogden de twee groepen elkaar, maar de wrevel nam steeds meer toe. Terwijl Jabhat al-Nusra vocht aan het front en samenwerkte met andere verzetsgroepen, concentreerde ISIS zich meer op het controleren van gebieden, waar de groep op nietsontziende wijze optrad. De onthoofding van een commandant van een andere rebellengroep was de druppel.

In december braken er gevechten uit, waarbij inmiddels als 2.300 doden zouden zijn gevallen. Daarop verbrak de Al-Qaeda-top de banden met ISIS. Het was de eerste keer dat het centrale leiderschap de banden met een filiaal doorsneed. Topman Zawahiri vreest dat de tweedracht een gevaar vormt voor de opstand tegen het Syrische regime en het onder controle houden van veroverde gebieden. Door afstand te nemen probeert hij volgens analisten zijn invloed op jihadistische groepen binnen de opstand te vergroten. Het laat vooral zien hoe weinig greep het centrale leiderschap heeft op de lokale filialen.

Het gebrek aan samenhang en de onderlinge rivaliteit is de grote zwakte van Al-Qaeda. Veel experts denken dat de filialen te veel op de lokale situatie zijn gericht om een bedreiging te vormen voor het Westen. De Jemenitische tak werd lang gezien als het gevaarlijkst. In 2009 probeerde die een onderbroekbom uit, om een vliegtuig bij Detroit neer te halen. Een jaar later stuurde ze bompakketten via de luchtpost naar synagoges in Chicago. Beide pogingen mislukten. Sindsdien heeft de organisatie geen buitenlandse acties meer ondernomen.

Westerse inlichtingendiensten zijn nu vooral bezorgd over Syrië, waar veel Europese jihadisten meevechten. De vrees is dat zij na terugkeer terreuraanslagen zullen plegen. Amerikaanse inlichtingendiensten hebben kampen van Jabhat al-Nusra gelokaliseerd, waar mensen worden getraind om terug naar hun land te gaan en aanslagen te plegen. Tunesië en Egypte maken zich enorme zorgen. Ook de VS zouden doelwit zijn. Maar tot nu toe heeft de groep er geen blijk van gegeven aspiraties hiertoe te hebben.