Stefan geeft nooit op. Nooit, nooit, nooit

Zwartgallige gedachten, ziektes, valpartijen en diskwalificaties: schaatser Stefan Groothuis kende veel ellende. Maar hij bleef knokken. In Sotsji kwam de beloning: goud. Liefkozend schold Jac Orie de emotie van zich af toen hij op een tv-scherm in de catacomben van de Adler Arena nog eens de gouden race van Stefan Groothuis zag. “Daar gaat-ie, de

Stefan Groothuis tijdens de Olympische Winterspelen in Sotsji.
Stefan Groothuis tijdens de Olympische Winterspelen in Sotsji. Foto ANP / Robin Utrecht

Zwartgallige gedachten, ziektes, valpartijen en diskwalificaties: schaatser Stefan Groothuis kende veel ellende. Maar hij bleef knokken. In Sotsji kwam de beloning: goud.

Liefkozend schold Jac Orie de emotie van zich af toen hij op een tv-scherm in de catacomben van de Adler Arena nog eens de gouden race van Stefan Groothuis zag. “Daar gaat-ie, de klootzak.” Samen succes, maar ook zware tegenslag, alles schoot in een flits aan de Haagse coach voorbij. “Ik heb zo afgrijselijk diep respect voor hem. Potverdomme, wat die gozer allemaal achter de rug heeft. En hij blijft gewoon doormaaien. Stefan geeft nooit op. Nooit, nooit, nooit.”

Maaien, de kern van hun jarenlange gevecht teruggebracht tot één woord. “Alles slopen”, vertaalde een uitzinnige Groothuis na afloop de woorden van zijn coach. Strak de ideale schaatshouding aannemen en dan het ijs geselen met zulke rake klappen dat niemand kan volgen. Geen bijgedachten. Rammen. Zoals hij voorbij Orie de kruising op spoot in de slotronde van zijn duizend meter. Ongezien wisten beiden dat het goed was. “Als het goed ‘hoort’, ben ik aan het maaien”, legde Groothuis uit. En anders bleek het wel uit zijn eindtijd van 1.08,39. Niemand reed sneller. Goud. “Onwerkelijk”, vond hij. En niemand die het hem misgunde.

Groothuis juicht op het podium

Groothuis juicht op het podium na het winnen van goud op de 1.000 meter. Foto ANP / Jerry Lampen

Maaien deed Groothuis (32) niet alleen op het ijs. De grootsheid van zijn prestatie ligt voor een groot deel buiten de baan. Welke sporter had de strijd niet allang opgegeven? Vanaf 2001 jaar in jaar uit vechten voor een plekje in een commerciële ploeg. Een seizoen eruit met een doorkliefde achillespees. Ziektes, valpartijen, diskwalificaties. Ongekend talentvol, kracht en techniek. De Spelen van Vancouver? Weer ziek, vijfde, weer niet. “Eindelijk”, bleef hij maar roepen toen hij in 2012 in Calgary toch nog wereldkampioen sprint werd. Om pas vorig jaar te onthullen dat achter het succes een diepe depressie schuilging. “Ik heb de meest zwartgallige gedachtes gehad.” Tot zelfmoord aan toe.

In september vorig jaar, op een zonnig terras in Cecina, aan de Toscaanse kust, vertelde Groothuis er openhartig over. Over het manische karakter van topsport, dat zo veel vergt aan mentale kracht en dicht bij het depressieve ligt. Steeds weer de harde klappen opvangen en zien om te zetten in nieuwe motivatie. Vergelijkbaar met het verliezen van een kind, stelde hij. Om zich tegelijkertijd te realiseren dat hij in een absurde wereld leefde. Met extreme oordelen van buitenstaanders op de koop toe. “Je bent een held of een schlemiel.”

Een genadeloze zelfanalyse was, behalve hulp van psychologen en steun van zijn naasten, het begin geweest van herstel. Al brak hij afgelopen zomer zijn kuitbeen en lag zijn vrouw Ester 35 dagen in het ziekenhuis door complicaties rond de geboorte van hun tweede zoon, Ties. Niet opgeven, blijven analyseren. Stefan is zo objectief, typeerde Orie hem. “Hij gaat heel makkelijk met de billen bloot, zoekt het niet in excuses, douwt geen dingen weg. Die jongen heeft gewoon de power om never nooit op te geven. Zo ontzettend gedreven.”

Tussen Cecina en Sotsji liggen vijf maanden en opnieuw een handvol tegenslagen. Hij was toch Bokito, de sterkste man van de Brandloyalty-ploeg? Waarom tilde Kjeld Nuis dan van de zomer meer gewicht de lucht in bij de krachttraining? Schaatsen ging vanaf de seizoensstart technisch ook al niet zoals het moest. En dat na een seizoen waarin hij door een gemeen virus, opgelopen via de crèche van zoontje Luuk, nooit stabiel had kunnen presteren. “Papa, 32 jaar, te oud”, hoorde hij om zich heen. ‘Maaien’, dacht Groothuis slechts. Alles op Sotsji. “Maar je moet accepteren dat je niet alles in de hand hebt.” Al haalde hij in de aanloop naar de Spelen wel zijn zoontje van de crèche. Geen bacteriën.

Op het ijs kon niemand hem beter helpen dan coach Orie, die al jaren stiekem ‘verliefd’ was op de krachtige stylist voordat hij Groothuis in 2007 naar zijn ploeg haalde. In 2002 schreef de bewegingswetenschapper al de trainingsschema’s voor het goud van Gerard van Velde. In 2006 haalde hij in Turijn sensationeel goud met Marianne Timmer en vier jaar geleden leidde hij Mark Tuitert naar een door niemand meer verwachte winst op de 1.500 meter. Ook met Groothuis vond hij dit seizoen de laatste, cruciale details. Op een trainingskamp in Collalbo, in de aanloop naar het olympisch kwalificatietoernooi, zag Orie ‘het’ weer. Rake klappen, snelle tijden.

Op het oog reed Groothuis in Sotsji in de trainingen steeds snelle temporondjes, zo diep in de schaatshoeken dat hij onder een tafel door zou passen. Maar het kennersoog van zijn coach zag iets anders. Niet goed genoeg. En dan ook nog een val bij de start op de 500 meter. Toch weer net niet? Het was juist de redding dat hij op zijn smoel ging, stelde Orie. “Het was een wake-upcall, hij werd even goed door elkaar geschud. De volgende dag was-ie anders. Beter.”

Realist Groothuis wist dat hij favoriet was. Bewust keek hij niet naar de andere tijden. “Alleen naar de start, bam, rijden. Dan kom je over de finish en zie je de snelste tijd.” Nooit was hij op een laaglandbaan sneller dan 1.08,39. Op het bankje langs de baan trekt zijn jarenlange strijd in een flits voorbij. “Toen was ik even emotioneel, zat bijna te janken.”

Groothuis en coach Jac Orie

Groothuis en coach Jac Orie na de 1.000 meter. Foto ANP / Robin Utrecht

De Canadees Denny Morrison (zilver in 1.08,43) en Michel Mulder (brons in 1.08,74) komen dichtbij. “Zenuwslopend.” Maar favoriet Shani Davis, de afgelopen twee Spelen winnaar op deze afstand, faalt. Wat een ontlading. Groothuis valt in de armen bij Orie, vermorzelt bijna diens bril. “Jac is altijd achter me blijven staan.” Dan naar zijn vrouw Ester, die van de tribune komt. “Zonder haar had ik hier niet gereden.”

Het hoogste gehaald, zijn strijd gestreden? Groothuis kijkt al uit naar de 1.500 meter van zaterdag. “Vol gas.” Waarom na dit seizoen nog doorgaan. “Moeilijke vraag”, sprak hij peinzend. “Ik vind schaatsen mooi, ik vind sporten mooi, ik wil het gewoon, heb er plezier in.” Stefan Groothuis maait nog even door.