Smokkelen doe je toch gewoon als het nodig is

Schrijven is schrappen. Dirk Weber is wat dat betreft een voorbeeldig schrijver: Kies mij (2005) en Duivendrop (2008) zijn fascinerende verhalen die zich kenschetsen door een weldoordacht taalgebruik en speelse toon. Terecht werden ze bekroond met Vlag en Wimpel en Zilveren Griffel.

Goedbeschouwd zou je kunnen zeggen dat op Webers nieuwste boek, dat de uitnodigende titel De goochelaar, de geit en ik draagt, dezelfde kwalificaties van toepassing zijn als op zijn eerdere werk. Toch blijf je achter met een gevoel dat er – niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk – meer had kunnen inzitten. Aan Webers hoofdpersoon ligt het niet. Camiel Roossen, die met zijn broertje Joris bij zijn grootouders woont en ervan droomt in de voetsporen van zijn rondreizende goochelende vader te treden, is een innemende en eigenzinnige elfjarige.

Aan het oorspronkelijke verhaalgegeven ligt het ook niet. Het boek speelt zich af in de grensstreek tussen België en Nederland in de jaren twintig: toen er nog nauwelijks auto’s rondreden, er op petroleumstellen werd gekookt en smokkelen voor veel mensen letterlijk broodnodig was.

Behalve dat de smokkelpraktijken tot spannende scènes leiden, roepen ze dilemma’s op die aanhaken bij de actualiteit. In die tijd belandde je nog, zonder enige vorm van rechtshulp, in het ‘Huis van bewaring’ als je je, zoals Camiels vader, schuldig had gemaakt aan ‘grensoverschrijdende activiteiten’. Tegenwoordig word je voor gek verklaard als je in Weert of Enschede woont en niet over de grens tankt. ‘Je hebt diefstal en rechtvaardige diefstal’, luidt Camiels door Robin Hood geïnspireerde credo, wanneer hij, geholpen door een geit, ‘op zoek’ gaat naar geld om zijn vaders advocaat te betalen.

Nee, het gevoel dat Weber te weinig heeft geschreven (of te veel heeft geschrapt) en dat Camiels verhaal minstens vijftig bladzijden langer had mogen zijn, komt doordat te veel onderbelicht blijft. De socialistische dierenarts Roodhart, de zwendelaar Martens, Camiels excentrieke vader en norse grootvader en opvoeder: wie zijn zij? Wat drijft hen? De goochelaar, de geit en ik leest als een klassiek jongensboek over een vergeten alledaags verleden. Maar met meer ruimte had Weber een volwaardiger jeugdroman uit zijn hoed kunnen toveren.