Radicale hindoes dwingen Penguin tot boekverbod

Vrijheid van meningsuiting raakt steeds meer onder druk.

In India is een rel ontstaan over het besluit van uitgeverij Penguin India Books om onder druk van militante hindoes een boek uit de handel te nemen. Velen zien er een nieuw bewijs in dat de vrijheid van meningsuiting in India, dat zich graag afficheert als de grootste democratie ter wereld, wordt bedreigd.

Een hindoe-nationalistische organisatie en enkele individuele klagers voerden al sinds 2011 een rechtszaak tegen Penguin om het boek The Hindus. An alternative history van de gerespecteerde Amerikaanse Indologe Wendy Doniger te laten verbieden. Volgens de aanklagers zou The Hindus „ketterijen” bevatten en gefocust zijn op „seks en erotiek”. De uitgever aanvaardde woensdag een schikking buiten de rechtszaal, om een dreigend verbod te voorkomen. Alle niet-verkochte exemplaren worden teruggehaald en vernietigd.

Ook Narendra Modi, leider van de Bharatiya Janata Party, India’s grootste oppositiepartij, wordt vaak met de hindoenationalisten in verband gebracht. Volgens opiniepeilingen maakt Modi, die zich vorig jaar in een interview een „hindoenationalist” noemde, kans om de nieuwe premier van India te worden na de parlementsverkiezingen die vóór eind mei moeten worden gehouden.

Modi, nu premier van de deelstaat Gujarat, hoorde in zijn jonge jaren tot de RSS, een radicale groep uit wier gelederen ook de moordenaar van Mahatma Gandhi voortkwam. De RSS vormt de officieuze ruggengraat van de BJP en verzorgt onder meer de mobilisatie van aanhangers voor Modi’s enorme verkiezingsbijeenkomsten.

Vanmorgen verklaarde Penguin India dat het was gezwicht voor „intolerante en restrictieve” Indiase wetten. De uitgeverij waarschuwde dat India’s strafrecht het „steeds moeilijker maakt voor welke Indiase uitgever ook om internationale normen van vrije meningsuiting hoog te houden”.

De wet, die nog uit de Britse koloniale tijd dateert, kan mensen die „opzettelijk en met kwade bedoelingen de religieuze gevoelens van welke groep burgers ook in woord of op schrift kwetsen” met drie jaar cel straffen. De wet was mede bedoeld om te voorkomen dat volksmenners hindoes en moslims tegen elkaar zouden ophitsen. Ook anno 2014 blijft dat risico aanwezig, maar de wet staat op gespannen voet met de vrijheid van meningsuiting.

In India zijn 36 boektitels verboden, in afzonderlijke deelstaten nog eens acht. Op de nationale lijst staan twee werken van Salman Rushdie (De duivelsverzen en De laatste zucht van de Moor). Op de regionale lijst staan Dan Browns Da Vinci Code en Great Soul, een controversiële biografie van Mahatma Gandhi uit 2011 door Joseph Lelyveld. Andere omstreden boeken werden eerder stilletjes door uitgevers uit de schappen gehaald onder druk van rechtszaken. Liberale Indiërs spreken er schande van.

„Vreselijk”, zei Jairam Ramesh, minister van Plattelandsontwikkeling tegen het Indiase persbureau PTI over de jongste rel. „Dit boek is op geen enkele wijze blasfemisch.” Volgens The Hindustan Times, India’s op een na grootste Engelstalige krant, druist de beslissing in tegen „de meest bewonderenswaardige eigenschap van het Hindoeïsme: zijn openheid jegens meervoudige interpretaties.”

De verontwaardiging wegens het de facto verbod was des te groter wegens de betrokkenheid van extreemrechtse hindoe-organisaties die aan een opmars bezig zijn. Volgens hun Hindutva-ideologie hoort de hindoecultuur in India, waar ruim 240 miljoen niet-hindoes wonen (20 procent van de bevolking), leidend te zijn. Zij verzetten zich met name tegen aparte religieuze wetgeving voor moslims en christenen en tegen moderne westerse elementen die steeds dieper in de Indiase cultuur doordringen. De radicaalste groepen schuwen het geweld niet. Zo vallen activisten van jongerenorganisatie Bajrang Dal op Valentijnsdag (een „immoreel westers importproduct”) vaak verliefde stelletjes aan.

In The Hindus toont auteur Doniger dat het hindoeïsme onder invloed van de Britse kolonisatoren zijn open en volkse karakter verloor. In de heilige teksten zijn volgens haar veel mogelijkheden te vinden voor een grotere rol binnen de religie van vrouwen en kastenlozen. Doniger verzet zich bovendien tegen het ‘herschrijven’ van de geschiedenis door radicale hindoegroepen. Die beweren dat de moslimheersers die vanaf de vroege Middeleeuwen India binnenvielen, de hindoes wreed onderdrukten. Volgens Doniger (en vele andere historici) waren ze meestal juist tolerant.

De rechtszaak tegen het boek werd aangespannen door Shiksha Bachao Andolan Samiti, een Hindutva-organisatie die zich bezighoudt met het becommentariëren van schoolboekjes.