Raak schieten wanneer de adrenaline uit je oren spuit

Vijf keer schieten bij een hartslag van 190 is krankzinnig. Het vereist volledige controle over lichaam en geest.

De Noor Ole Einar Bjoerndalen legt aan voor een schot tijdens de 20 kilometer biatlon van gisteren. Juist door minder goed te schieten belandde hij op de 34ste plaats.
De Noor Ole Einar Bjoerndalen legt aan voor een schot tijdens de 20 kilometer biatlon van gisteren. Juist door minder goed te schieten belandde hij op de 34ste plaats. Foto AFP

Het hart gaat hevig te keer, tot wel 190 slagen per minuut. En dan de rust bewaren om te schieten. Op een rondje vijftig meter verderop. Niet één, maar vijf keer. Ga er maar aanstaan. Ole Einar Bjoerndalen is er een meester in. Maar gisteren even niet. Biatlon is onbarmhartig, zelfs voor de grootmeester.

Eerste serie schoten: één mis. Tweede serie: opnieuw één mis. Wat is er aan de hand met Bjoerndalen, de grote meneer van het het biatlon, die gisteren op de Winterspelen in Sotsji als veertigjarige op de 20 kilometer het recordaantal van dertien olympische medailles had kunnen bereiken?

Het is de mysterie van biatlon, de sport die een volledige controle over geest en lichaam vereist. Zo snel mogelijk langlaufen en dan bij een intense hartslag afwisselend liggend en staand vijf schoten lossen. Het is gekkenwerk. Hoe verraderlijk biatlon kan zijn ervoer gisteren zelfs Bjoerndalen, wiens vrije val na nog eens twee missers stagneerde op de 34ste plaats.

De eer van olympisch kampioen eiste Martin Fourcade op. Ook een man van stand als het op de combinatie van langlaufen en schieten aankomt. De Fransman won maandag al de achtervolging. Hij is in zijn eentje verantwoordelijk voor alle Franse gouden medailles op deze Spelen.

Bjoerndalen had zijn vizier gisteren niet scherp afgesteld. Kan gebeuren, zelfs bij de Noor die overigens beter langlauft dan schiet. Maar vier missers is ver beneden zijn stand. Normaliter is Bjoerndalen met het geweer in de aanslag volledig in controle.

Want dat is de crux van biatlon: je moet in balans zijn. Het is tegennatuurlijk om te schieten als de adrenaline uit je oren spuit. Dat vereist een techniek waar lang op geoefend moet worden. Je zou denken: breng eerst de hartslag omlaag bij het schieten. Maar daar hebben biatleten de tijd niet voor. Integendeel, het is zaak de hartslag bij het schieten niet scherp te laten dalen om de basissnelheid bij het langlaufen niet aan te tasten.

Biatleten schieten vooral op hun ademhaling. Gebruikelijk is één keer diep uit- en inademen om veel zuurstof binnen te laten en dan schieten. Bij extreme vermoeidheid wordt tussen de schoten twee keer geademd, maar de prijs is duur tijdverlies.

Maar vijf keer schieten bij een hartslag tussen 160 en 190 per minuut blijft een krankzinnige bezigheid. Hoe kan dat? Kwestie van langzaam opbouwen. Eerst bij een relatief lage hartslag leren schieten, om de intensiteit vervolgens op te voeren. Eenmaal vertrouwd met schieten onder die hoge druk moet het in je systeem gaan zitten. En elke dag oefenen. Dat lukt vanzelfsprekend niet bij een harstslag van 190. Maar ademhalingsoefeningen zijn dan een goed alternatief.

Dat is de theorie. De praktijk is evenwel weerbarstiger. Naarmate de wedstrijd vordert neemt de vastheid van de hand af. Je ziet dat in de laatste serie schoten – bij 20 kilometer zijn er dat vier – de meeste fouten worden gemaakt. Dan doet elke vezel in het lichaam pijn en is het bijna ondoenlijk de Anschutz 22 kaliber compleet stil te houden. Fourcade is een uitzondering op die regel, zoals hij demonstreerde. Gisteren schoot hij in totaal één keer mis, maar was hij in de slotserie foutloos, zodat hem een strafronde bespaard bleef.

Bovendien is hij een voortreffelijke langlaufer, die dankzij die kwaliteit gisteren zelfs de foutloos schietende Erik Lesser uit Duitsland voorbleef. De Duitser kwam twaalf seconden tekort voor goud. Het brons ging naar de Rus Jevgeni Garanisjev, die in het prachtige Laura Stadion hartstochtelijk werd aangemoedigd.

Biatlon is een wrede sport, vertelt de Amerikaan Lowell Baisley, die dik tevreden was met zijn achtste plaats. Vooral in Sotsji is het zwaar. Het parkoers is geaccidenteerd en ligt op een hoogvlakte waar de ijle lucht ook nog eens zijn brute werk doet. „Dit is het ergste wat ik heb meegemaakt. Je voelt vrijwel vanaf de start alleen maar pijn. Dusdanig veel pijn, dat ik na afloop zeker twintig minuten niet kan praten.”

Bovendien is het warm in Sotsji. Overdag rond de twintig graden. Gelukkig voor de biatleten had de wedstrijd in de avonduren plaats en was het kwik tot onder de tien graden gedaald. Maar op de kou die zij prefereren is vooralsnog geen uitzicht.