Pijn! Pijn! Pijn! En dan schieten

Biatlon is een bikkelharde sport // Vooral in Sotsji is het zwaar: moeilijke parkoers, ijle lucht en het is warm // De Fransman Martin Fourcade won goud

Boem, boem, boem. De hartslag kan oplopen tot 190 per minuut. En dan de rust bewaren om te schieten. Op een doel over vijftig meter. Niet één, maar vijf keer. Ga er maar aanstaan. Ole Einar Bjørndalen is er een meester in. Maar gisteren even niet. Biatlon is onbarmhartig voor zijn helden.

Eerste serie schoten: één mis. Twee serie: opnieuw één mis. Wat is er aan de hand met Bjørndalen, de mastodont van het biatlon die gisteren op de Winterspelen in Sotsji als veertigjarige op de 20 kilometer het recordaantal van dertien olympische medailles had kunnen bereiken?

Het is de mystiek van biatlon, de sport die een volledige controle over geest en lichaam vereist. Zo snel mogelijk langlaufen en dan bij een hoge hartslag vijf schoten lossen. Het is gekkenwerk. Biatlon is een verraderlijke sport, ervoer zelfs Bjørndalen, wiens vrije val stagneerde op de 34ste plaats.

De eer van olympisch kampioen eiste Martin Fourcade op. Ook een man van stand als het op de combinatie van langlaufen en schieten aankomt. De Fransman won eerder deze week al de achtervolging. Hij is in zijn eentje verantwoordelijk voor alle Franse gouden medailles in Rusland.

Bjørndalen had zijn vizier gisteren niet scherp gericht. Kan gebeuren, zelfs bij de Noor die doorgaans beter langlauft dan schiet. Maar vier missers is ver beneden zijn stand. Normaliter is Bjørndalen met het geweer in de aanslag volledig in controle.

Want dat is de crux van biatlon. Je moet in balans zijn. Het is volstrekt ongewoon om te schieten als de adrenaline uit je oren spuit. Dat vereist een techniek waar lang op geoefend moet worden. Je zou denken: breng eerst de hartslag omlaag om te kunnen schieten. Maar daar hebben biatleten de tijd niet voor. Integendeel, het is zaak de hartslag bij het schieten niet scherp te laten dalen om de basissnelheid bij het langlaufen niet aan te tasten.

Biatleten schieten vooral op hun ademhaling. Gebruikelijk is één keer diep uit- en inademen om veel zuurstof binnen te laten en dan schieten. Bij extreme vermoeidheid wordt tussen de schoten wel eens twee keer geademd, maar de prijs is dan wel duur tijdverlies.

Maar vijf keer schieten bij een hartslag tussen 160 en 190 per minuut blijft een krankzinnige bezigheid. Hoe kan dat? Kwestie van trainen natuurlijk, maar vooral van langzaam opbouwen. Eerst bij een relatief lage hartslag leren schieten, om de intensiteit vervolgens op te voeren. Eenmaal vertrouwd met schieten onder die hoge druk moet het een gewoonte worden, in je systeem gaan zitten. En elke dag oefenen. Dat lukt vanzelfsprekend niet bij een harstslag van 190. Maar ademhalingsoefeningen zijn dan een goed alternatief.

En dan ook nog in de ijle lucht

Dat is de theorie. De praktijk is evenwel weerbarstiger. Naarmate de wedstrijd vordert neemt de vastheid van de hand bij het schieten af. Je ziet dat in de laatste serie schoten de meeste fouten worden gemaakt. Dan doet elke vezel in het lichaam pijn en is het bijna ondoenlijk gericht de Anschutz 22-kaliber compleet stil te houden. Fourcade is een uitzondering op die regel, zoals hij maandag en gisteren liet zien. Beide keren schoot hij in totaal één keer mis, maar was hij in de slotserie foutloos, zodat hij geen kostbare tijd met een stafronde verspeelde.

Bovendien is hij een voortreffelijke langlaufer, die dankzij die kwaliteit gisteren de foutloos schietende Erik Lesser uit Duitsland voorbleef. De Duitser kwam twaalf seconden tekort voor goud. Het brons ging naar de Rus Jevgeni Garanisjev, die in het prachtige Laurastadion hartstochtelijk werd aangemoedigd.

Biatlon is een bikkelharde sport, vertelt de Amerikaan Lowell Baisley, die dik tevreden was met zijn achtste plaats. Vooral in Sotsji is het zwaar. Het parkoers is geaccidenteerd en ligt op een hoogvlakte waar de ijle lucht ook nog eens zijn brute werkt doet. „Dit is het ergste wat ik heb meegemaakt. Je voelt vrijwel vanaf de start alleen maar pijn. Dusdanig veel pijn, dat ik na de wedstrijd zeker twintig minuten niet kan praten. Het voelt alsof mijn adem is afgesneden.”

En dan komen daar ook nog eens de de ongewone omstandigheden bij. Het is warm in Sotsji. Overdag twintig graden. Gelukkig voor de biatleten had de wedstrijd in de avonduren plaats, zodat het kwik tot onder de tien graden was gedaald, maar van de kou die zij prefereren is in Sotsji voorlopig geen sprake.