Oei, oei, Ome Roon kleeft aan het pluche

Gevatter maar kortzichtiger. Journalisten zijn op Twitter feller dan in hun medium. Soms wordt de verslaggever een aanjager. Bijvoorbeeld bij het debat over Plasterk.

Minister Hennis-Plasschaert en minister Plasterk tijdens het Kamerdebat dinsdagnacht.
Minister Hennis-Plasschaert en minister Plasterk tijdens het Kamerdebat dinsdagnacht. Foto ANP/Martijn Beekman

Kranten, radio, televisie en zelfs nieuwssites, ze lopen allemaal achter de feiten aan. De verslaggeving en de duiding van de penibele situatie waarin minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) de afgelopen week zat, was real time via Twitter te volgen. Live doen journalisten, commentatoren, (ex-)politici en willekeurige geïnteresseerden daar verslag van wat ze zien, horen én denken. Ze zijn daarmee sneller in het melden van de gebeurtenissen. Gevatter in hun grappen. Maar ook kortzichtiger in interpretaties en het orakelen over de uitkomst.

De ‘wildenbeestengeur’ in de Tweede Kamer – zoals D66-oprichter Hans van Mierlo de bloeddorst ooit omschreef – was voor en tijdens het debat op Twitter nog pregnanter dan in het parlement zelf. Wie de ophef van de metadatabrief die Plasterk op 5 februari stuurde tot en met het debat dinsdagnacht alleen via dat sociale medium volgde, had nauwelijks kunnen vermoeden dat er een kans bestond dat de minister aan zou blijven. Duizenden tweets kondigden zijn onvermijdelijke vertrek aan. In 140 tekens is een voorspelling van een naderend einde snel gedaan en de nuance makkelijk verloren.

„Op Twitter komt het hele scala samen”, zegt hoogleraar mediastudies Mark Deuze (@markdeuze, 5.069 volgers), van de Universiteit van Amsterdam. „Los van de feiten en links naar documenten kom je daar ook de reflectie en de ongezouten meningen tegen. Daarbij wordt door de gemiddelde mediaconsument geen kaf meer van het koren gescheiden. Elke tweet, van wie dan ook, heeft evenveel waarde, alle hiërarchische niveaus vervagen.”

Niet alleen politici – vooral van de oppositiepartijen – hun spinners en geestverwanten stookten het vuur op. Ook journalisten leken uit op het einde van Plasterk. Hij „doet er goed aan eer aan zichzelf te houden”, schreef Wouke van Scherrenburg (@woukevscherrenb, 41.600 volgers) oud-politiek verslaggever. „De toon van de tweede termijn wordt dus beslissend”, voorspelde Ron Fresen (@ronfresen, 21.800 volgers), van de NOS. „Oei, oei als je ziet hoe nu al Kamerleden coalitie worden aangepakt, kan Plasterk zijn borst natmaken. Lijkt mission impossible te worden”, schreef Frits Wester (@fritswester, 299.000 volgers) van RTL.

Na de brief waarin Plasterk, samen met Defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD), toegaf dat hij vorig jaar onjuiste informatie verstrekt had over de manier waarop de Nederlandse geheime diensten samenwerken met de Amerikaanse NSA, volgden de nieuwtjes elkaar snel op. Hennis had Plasterk in oktober gewaarschuwd om niet naar buiten te treden, meldde deze krant. Ook de AIVD raadde hem dat af, voegde RTL toe.

Die berichten werden mede via Twitter verspreid. Net als de woedende reacties van betrokken Kamerleden. Maar snel daarna sloeg de duiding toe. De minister „bungelt” er worden „messen geslepen” en hij „vecht voor zijn politieke leven”. Het feit dat de coalitiepartijen zich achter Plasterk schaarden en samen een ruime meerderheid hebben in de Tweede Kamer, raakten ondergesneeuwd in de duizenden tweets die voor en tijdens het debat verschenen.

De kwalificaties dat de minister onderweg leek naar de uitgang beperkten zich overigens niet tot Twitter. Ook op televisie spraken commentatoren die verwachting uit. Ook in een profiel in De Telegraaf stond: „Alle uitgesproken blijken van vertrouwen zijn zodoende voor de bühne. Morgen staat Plasterk er alleen voor.” In zijn column op de website van RTL schreef Kees Berghuis (@KeesBerghuis, 2.338 volgers), chef van de politieke redactie van RTL Nieuws, dat hij „blij” was dat de „de necrologie al klaar ligt”. Journalistiek is in alle verschijningsvormen vooral geïnteresseerd in het conflict.

Het afschrijven van Plasterk was in sterk contrast met de voorspellingen twee weken eerder, toen Frans Weekers VVD) als staatssecretaris van Financiën zich moest verantwoorden voor problemen bij de Belastingdienst. Toen voorspelden journalisten tot ver in het debat dat er weinig aan de hand was.

Weekers raakte in het debat verstrikt in de materie toen de oppositie hem overvroeg naar details en cijfers. Tijdens het debat met Plasterk bleef een gecoördineerde aanpak door de oppositiewoordvoerders uit. Tot teleurstelling, zo leek het, van journalisten. „Oppositie is slecht voorbereid, mist precisie, werkt niet samen, laat zich meevoeren in Plasterks betoog en hem wegkomen met het onmogelijke”, twitterde Kustaw Bessems (@KustawBessems, 23.800 volgers) van de Volkskrant.

Volgens hoogleraar Deuze moeten journalisten zich niet beperken tot hun krant of televisiezender en Twitter van harte gebruiken, maar daarbij wel uitkijken wat ze doen en hoe ze duiden. „Ondanks de nivellering van informatie op sociale media, kan een journalist ongeloofwaardig worden als hij op Twitter een ander persoon is dan in de krant. De journalist kan in plaats van verslaggever, aanjager worden.”

Al valt hem op dat de grootste gangmakers zijn op Twitter, vaak ook bij hun eigen medium een commentariërende rol hebben. „Mensen die op Twitter geestig zijn, zijn heel erg bezig met hun eigen reputatie. Reputatie is belangrijker geworden dan betrouwbaarheid.” Daarnaast kunnen journalisten op Twitter geestiger of ironischer zijn dan ze voor hun eigen medium mogen. Bijvoorbeeld bij het duiden van beelden die zijdelings met het debat te maken hebben.

En de minister, zelf een actief twitteraar (@RPlasterk, 35.500 volgers)? Die heeft op 5 februari zijn laatste tweet verstuurd. Aan freelance journalist Egbert Egberts (@egbertegberts1, 605 volgers), die de minister ervan beschuldigde dat hij nooit reageerde op slecht nieuws. Plasterk wilde best reageren, schreef hij, maar „niet op alles, dat kan niet”.