Naar bed met Fred Teeven

Fred Teeven verscheen de afgelopen maanden minstens twee keer live in het hol van de linkse leeuw. Zijn plan: ‘een stukje menselijkheid’ laten zien. Maar het publiek zag iets anders, zo beschreef Floor Rusman maandag al in haar column. Eenzelfde bereidwilligheid heb ik overigens bij Mark Rutte en Geert Wilders (slik) Ik trof haar afgelopen

Fred Teeven verscheen de afgelopen maanden minstens twee keer live in het hol van de linkse leeuw. Zijn plan: ‘een stukje menselijkheid’ laten zien. Maar het publiek zag iets anders, zo beschreef Floor Rusman maandag al in haar column.

Eenzelfde bereidwilligheid heb ik overigens bij Mark Rutte en Geert Wilders (slik)

Ik trof haar afgelopen zondag dan ook in De Rode Hoed. We zaten toevallig een paar stoelen van elkaar vandaan, zij met een laptop op schoot, ik met een kladblok, onze schrijfvingers duellerend in de aanslag. We keken elkaar aan: pik jij mijn columnonderwerp soms in?

Ik schudde van nee (dat viel niet op: de hele zaal zat in de nee-schud-stand), Floor mocht Fred hebben, maar alleen voor de maandagkrant, want het was niet anders of we streden om dezelfde man.

Na afloop voelde ik me opgehitst. Logisch, met alle trieste verhalen van vluchtelingen die in de wegwerpvorm van velletjes papier als „hoofdpijndossier” standaard in de tas van de staatssecretaris belanden.

Maar er was meer. Ik voelde me diep onbevredigd en begreep plots waarom: ik wil Teeven graag écht beter leren kennen. Ik stel me namelijk voor dat Teeven na een intieme nacht met mij, de wereld een stuk kleurrijker ziet en zijn beleid onmiddellijk versoepelt. Deze bekentenis gaat me, zonder context, nogal wat problemen geven. Vandaar dat ik moet benadrukken: dit verlangen staat in dienst van het landsbelang.

Ik heb dus een klassieke reddersfantasie, maar dan net iets ambitieuzer: niet vrouw redt man, maar vrouw redt land.

Eenzelfde bereidwilligheid heb ik overigens bij Mark Rutte en Geert Wilders (slik). Het is een vreemde fetisj, misschien zelfs een syndroom, maar het heeft in feite vooral te maken met ongeloof: het beeld dat we van deze heren meekrijgen lijkt mij zo onvolledig, dat ik hen graag in een onbewaakt moment zou treffen – en dat gaat wellicht het best in bed. Kreunen ontstijgt immers de kuise Amtssprache van ‘regels’ en ‘criteria’.

De woorden van Teeven zijn zo hol dat ze in zichzelf weergalmen, waardoor de bewindsman maar één waarheid hoort. Wanneer hij met een stoïcijnse glimlach het boegeroep in de zaal aanhoort, blijf ik me alsmaar afvragen: waarom wil hij dit? Waarom wil iemand deze portefeuille op zich nemen? Denkt hij, even krankzinnig als ik, dat zijn persoonlijke machtsfantasie goed is voor het ganse land?

Nee, het antwoord zal niet op zijn nachtkastje liggen. Maar ik wil Teeven zonder bril zien. Gestript van de kleerkastkerels om hem heen, bevrijd van zijn krappe, suède vrijetijdscolbert en het robuuste horloge dat in zijn pols snijdt. Ontkleed, kortom, van de dingen die hem, ongenaakbaar in zijn huls van holle woorden, bijeen houden.

Kleren uit en ik ben benieuwd wat er overblijft.