Na rit zeven was het al duidelijk

Marianne Timmer wist het direct, toen de Chinese Hong Zhang gisteren in de zevende rit van de 1.000 meter met 1.14,02 de snelste tijd reed tot dan toe. Alle favorieten moesten nog komen, maar één ding stond voor de coach van Margot Boer al vast. „Als je zo’n tijd ziet, denk je gelijk: dit is de winnende. Maar dat zeg je natuurlijk niet tegen je rijdster.”

Nagano, februari 1998, outsider Timmer rijdt vroeg in het schema de 1.500 meter van haar leven. Snelste tijd, 1.57,58, wereldrecord. Goud, weten al haar concurrenten meteen, tot de Duitse powerhouse Gunda Niemann toe. Timmers uitzonderlijke prestatie ontnam de rest in één klap elke illusie op winst. Zoals Zhang gisteren in de Adler Arena met de beste race van haar leven de rest bij voorbaat kansloos liet. Ireen Wüst (1.14,69) en Margot Boer (1.14,90) overtroffen zichzelf maar meer dan zilver en brons zat er niet in. Het goud was voor Zhang, het eerste olympische schaatsgoud voor China op de langebaan.

„China heeft lang gewacht op dit goud”, sprak 25-jarige sprintster uit Harbin. „Ik kan niet geloven dat ik dit doel heb gehaald. Ik dacht wel aan medailles maar niet aan goud.” Als voormalig shorttrackster had ze extra motivatie gehaald uit de gouden medaille die haar landgenote Li Jianrou eerder op de dag won bij het shorttrack, vertelde ze. In die sport won China In Vancouver vier keer goud bij de vrouwen. Op de langebaan hebben de Chinezen toppers als als Beixing Wang (wereldkampioen sprint in 2009, brons op de 500 meter in Vancouver) en Jing Yu, die in 2012 en dit seizoen het WK sprint won maar door een blessure de Spelen moest missen. Maar Zhang?

De Russische wereldkampioene Olga Fatkoelina, wereldrecordhoudster Brittany Bowe en Heather Richardson uit Amerika, en de Nederlandse toppers Wüst, Boer, Lotte van Beek en Marrit Leenstra: allemaal blonken ze eerder dit seizoen al uit op de 1.000 meter. Zhang behaalde nauwelijks topklasseringen bij wereldbekers, de reden waarom ze zo vroeg moest starten in Sotsji. Pas bij het WK sprint in januari stond ze er: tweede. En insiders zagen in Sotsji haar geweldige volle ronde op de eerste 500 meter: 26,79, nog nooit vertoond op een laaglandbaan. Maar ze verprutste haar tweede race en werd vierde.

Tot ze gisteren een schema neerlegde dat voor de rest een onmogelijke puzzel was. Vooral dankzij een eerste ronde van 27,0 seconden, die iedereen de adem ontnam. Coach Gerard Kemkers zocht het voor Wüst in cijferen. „Vooraf gingen we uit van een schema 18,2; 27,6 en 28,6. Maar dat was nu niet meer genoeg. Ireen moest 18,1 openen, wat ze nog nooit heeft gedaan, en dan 27,3 rijden.” Dat bleek te veel gevraagd, hoewel de winnares van de drie kilometer wel haar snelste 1.000 meter reed op een laaglandbaan. „Voor Zhang moet je een diepe buiging maken”, concludeerde Wüst. „Diep respect.”

Timmer zocht het in gevoel. „Heel lekker als je vroeg zo’n tijd rijdt”, haalde ze in de Adler Arena lachend haar gouden herinnering op aan Nagano. De coach van de Ligaploeg was opnieuw blij met Boer, die in een prachtig duel Fatkoelina (vierde) versloeg en haar tweede bronzen medaille won. „Ik heb me puur gericht op mijn eigen prestatie”, sprak Boer.

Want 1.14,02 was toch voor niemand haalbaar. „Ik was erg nerveus”, vertelde Zhang de internationale pers bedeesd over de lange wachttijd na haar gouden race. Maar de snelste vrouw van de 400-meterbanen zag op het middenterrein met een gelukzalige glimlach hoe haar concurrentes één voor één aan hun kansloze missie begonnen. „Een 1.000 meter moet op topsnelheid”, legde Bam-coach Jillert Anema uit in de catacomben. „Alle kennis over snelle tijden die eerder zijn gereden, werkt vertragend. Dat helpt je niet om zo hard mogelijk te rijden. Integendeel.”