‘Meer Nederlands thuis voorkomt een taalachterstand’

Dat stond op 26 mei in nrc.next.
Dat stond op 26 mei in nrc.next.

De aanleiding

De afgelopen dagen bogen meer dan 150.000 leerlingen door het hele land zich over hun Citotoets. Ook achtste groepers in Rotterdam-Zuid, waar veel niet-Westerse allochtonen wonen. Uit onderzoek blijkt dat zij laag scoren op de Citotoets. In 2010 scoorden zij gemiddeld zeven punten lager (528 van de 550) dan de rest van Nederland. Het programmabureau Rotterdam-Zuid schreef in opdracht van de gemeente Rotterdam een rapport met advies over een goede aanpak van achterstanden, waaronder de taalachterstanden bij jonge kinderen. Eén van de oplossingen is volgens het rapport om ouders thuis meer Nederlands te laten praten met hun kind: „Zij praten thuis Nederlands met hun kinderen en gaan dat leren als zij het onvoldoende beheersen.”

Een next-lezer vroeg ons of het klopt. We checken de stelling: meer Nederlands thuis, voorkomt een taalachterstand.

Waar is het op gebaseerd?

De woordvoerder van het programmabureau Rotterdam-Zuid kan geen specifiek onderzoek noemen waarop de stelling gebaseerd is, maar zegt dat het uit „heel veel onderzoeken blijkt”. Het zou een logische oplossing zijn voor de lage Citoscores van leerlingen in Rotterdam-Zuid.

En, klopt het?

Natuurlijk is het zo dat wanneer kinderen op jonge leeftijd met goed Nederlands in aanraking komen, ze beter Nederlands kunnen spreken, zegt Fred Weerman, hoogleraar Nederlandse taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Maar als het gebrekkig Nederlands is, is het juist schadelijk voor het kind, zegt Weerman. Ouders die op latere leeftijd het Nederlands als tweede taal hebben geleerd, spreken soms heel matig Nederlands. Als kinderen constant hun taalfouten horen dan nemen zij die over.

Universitair docent taalkunde Sible Andringa geeft colleges over dit onderwerp en sluit zich bij Weerman aan. Hij voegt hieraan toe dat kinderen die goed hun moedertaal spreken, zich goed in een andere taal kunnen uiten, ook makkelijker Nederlands kunnen leren. Niet de taal zelf is dus van belang maar vooral de kwaliteit.

Dat blijkt ook uit wetenschappelijk onderzoek. „Het spreken van een andere taal wordt door de politiek vaak aangedragen als probleem van een taalachterstand maar dat klopt niet”, zegt taalkundige Mohammadi Laghzaoui, die zijn proefschrift schreef over dit onderwerp. Vier jaar lang volgde hij 25 Marokkaans-Nederlandse kinderen tussen de drie en zes jaar oud en onderzocht hun taalontwikkeling, thuis en op school. Uit zijn onderzoek blijkt dat vooral consistentie in taal belangrijk is voor kinderen. Als ouders thuis in één zin woorden uit twee verschillende talen gebruiken, dan is dat verwarrend voor kinderen, zegt Laghzaoui. En dat is slecht voor hun taalontwikkeling. Maar als de kinderen thuis bijvoorbeeld alleen Berbers spreken en op school Nederlands leren, dan hoeft dat niet tot een taalachterstand te leiden. Ook is het goed om kinderen op een jonge leeftijd met een hoog taalniveau te confronteren. Als er thuis veel straattaal of informele taal wordt gesproken, dan kan dat wel een achterstand tot gevolg hebben. Hij raadt ouders en onderwijzers aan om ook op academisch niveau te praten met kinderen.

Ook hoogleraar spraak en taalstoornissen Sieneke Goorhuis-Brouwer vertelt ons dat meertaligheid geen belemmering is voor de taalontwikkeling van kinderen. Maar om achterstanden te voorkomen zou het volgens haar wel helpen als tweetalige kinderen vroeg, vanaf twee of drie jaar, naar een kinderdagverblijf of peuterspeelzaal gaan waar ze ook met de Nederlandse taal in aanraking komen.

Conclusie

Het zou voor kinderen in achterstandswijken beter zijn als er thuis meer Nederlands wordt gesproken. Taalexperts zeggen echter dat meertaligheid geen belemmering is voor de taalontwikkeling van kinderen. Als kinderen thuis goed hun moedertaal spreken, kunnen zij ook makkelijker Nederlands leren. Vooral de kwaliteit van de taal die gesproken wordt, is van belang. Wij beoordelen deze stelling als grotendeels onwaar.