Agent voelt zich niet veilig in ‘lastige’ buurt

Een politievrouw die promoveert op de stelling dat de politie zich niet veilig voelt in multiculturele wijken. Deze week verdedigde Artie Ramsodit (38) aan de universiteit van Tilburg haar proefschrift over de weerbaarheid van agenten. Harde conclusie: wat agenten leren op de opleiding en tijdens het werk, volstaat niet om hen weerbaar te maken onder lastige omstandigheden.

Ramsodit deed onderzoek in multiculturele wijken, twee met en twee zonder sociaal-economische problemen. In wat Ramsodit „kwetsbare wijken” noemt, die met problemen, hadden de agenten het ’t lastigst.

Wat gebeurt daar met de politie?

„Je moet voortdurend op je hoede zijn. ’s Avonds een steekwerend vest aan. Steeds weer worden uitgetest. Je krijgt een valse melding van een inbraak aan je rechterhand, waarna ze gaan inbreken aan je linkerhand. Dat je moet uitkijken als je na het werk naar huis gaat, of je niet gevolgd wordt door jongeren die willen weten welke auto van jou is of waar je woont.

„Ik ben ook om elf uur ’s avonds naar het station gelopen. Mijn collega’s vroegen: moeten we je niet even afzetten? Nee joh, zei ik, ik ben een grote vrouw. Maar dan voelde ik me toch niet prettig.”

Wat is het gevolg?

„Dat je zo moet denken, doet iets met je weerbaarheid. De agent en de organisatie hebben de neiging te onderschatten hoezeer dat aan iemand vreet. Men zegt te gauw: die onveilige situaties horen nu eenmaal bij ons werk. Maar agenten gaan zich daardoor anders gedragen.

„Bij een aanhouding staan zo veertig jongeren om je heen. Dus ga je er meer agenten bijhalen. Waardoor de situatie escaleert. In zulke omstandigheden zag ik dat agenten niet eerst probeerden de situatie te doorgronden, maar meteen begonnen met optreden – en dat is niet goed.”

Bedoelt u dat agenten elkaar banger maken dan nodig is?

„Nee. Uit mijn onderzoek blijkt dat agenten vooral situaties minder goed inschatten. Als je slechte ervaringen hebt, ga je framen en simplificeren. Meestal denken ze: het zal wel een murk zijn die het heeft gedaan.”

Een murk?

„Dat is een samentrekking van Turk en Marokkaan. Als een agent hoort dat ze moeten uitkijken naar een verdachte met een capuchon, denken ze, het zal wel een Marokkaan zijn.”

Wat is er aan te doen?

„Mijn voorstel aan de opleiding is: maak onderscheid tussen agenten die in kwetsbare wijken en agenten die in normale wijken gaan werken. Investeer meer tijd in die eerste groep.

„Agenten moeten worden getraind in opmerkzaamheid – mindfulness. Daar moet je veerkrachtig voor zijn; dat wil zeggen dat je snel herstelt na een negatieve ervaring.”

Wat is het lastigste dat u zelf tijdens uw onderzoek heeft meegemaakt?

„De ervaring dat verondersteld wordt dat allochtonen de daders zijn. Ik heb gezien wat dat doet, zowel bij de agenten als bij de verdachten.

„Ik herinner me de melding van een aanranding in een zwembad. Twee Marokkaanse jongens zouden dat hebben gedaan, dat wisten degenen die het aan de politie meldden zeker. Later bleek hun enige aanwijzing dat er iemand met een blauwe zwembroek bij betrokken zou zijn.

„De jongens waren twee nette havo-scholieren. Uiteindelijk wezen de beelden van de bewakingscamera uit dat ze het niet hadden gedaan. Maar toen hadden ze wel al vastgezeten. Dat grijpt je aan.”