Een megadansproject juist voor het gewone publiek

Choreografe Lonneke van Leth wil dansvoorstellingen maken die haar buurvrouw ook leuk vindt // In een voormalige vliegtuighangar in Den Haag roept ze de tienjarige reis van Odysseus tot leven

Lonneke van Leth maakte De Odyssee, over de reis van Odysseus.
Lonneke van Leth maakte De Odyssee, over de reis van Odysseus. foto vincent kooker

Geen twijfel mogelijk: die ene met dat oog op haar buik, bovenop de menselijke piramide, dat is de Cycloop. En de witte wezens die bevallige poses aannemen, hoog in de tissudoeken, terwijl het orkest ijle, zangerige klanken laat horen: de Sirenen.

In anderhalf uur samengevat komt de tienjarige reis van Odysseus tot leven in de Fokker Terminal in Den Haag. Op witte driehoekige doeken, de zeilen van het schip van de Griekse held symboliserend, worden af en toe beelden geprojecteerd: woeste golven, dreigende schaduwen en, aan begin en einde, een romantische sterrenhemel.

Verhalen vertellen waarvoor niet alleen de dansliefhebber warm loopt, maar ook haar buurvrouw. Dat is, simpel gesteld, wat Lonneke van Leth (37) het liefst doet. Sinds een paar jaar pakt ze dat groots aan, met voorstellingen waarin een omvangrijke groep dansers – amateurs, dansstudenten en professionals – optreedt samen met acrobaten, zangers en musici. Groot gemonteerde producties, die alleen al door hun titel een aanknopingspunt bieden. „Je kúnt je voorstelling Jeuk, Grip of Afstand noemen”, zegt Van Leth, refererend aan eerdere, kleine choreografieën van haar hand, „maar dat zegt mensen natuurlijk niet zo veel. Met als gevolg dat je, na lang en hard werken, een paar keer speelt voor 80 of 100 man publiek.”

Dat moest dus anders en twee jaar geleden presenteerde zij haar eigen Zwanenmeer: Siegfried en Odette, een locatievoorstelling in dezelfde vliegtuighangar op een Haags bedrijventerrein, met 25 dansers, 60 zangers en 7 musici. „Kon ik toch nog zelf Zwanenmeer dansen! Ik wilde vroeger altijd ballerina worden”, lacht Van Leth, die na haar opleiding voornamelijk in hedendaagse producties danste.

Nu loopt zij als choreograaf, regisseur, zakelijk directeur en productieleider tegelijk, én hoogzwanger van haar eerste kind, door de enorme Fokker Terminal, vragen beantwoordend en hier en daar laatste aanwijzingen gevend voor de generale. Zaterdag gaat, op een speelvlak van 60 bij 30 meter, haar nieuwe megaproject in première, De Odyssee. Weer een klassieker, maar nu uit de literatuur. „Ik had weer een bekend ballet onder handen kunnen nemen, maar ik vind de afwisseling prettig. Zo kijk ik zelf ook naar theater. Soms ben ik helemaal klaar met dans en zie ik veel toneel. En dan denk ik na een tijd weer: hou toch je kop eens allemaal!”

Kenners én theatergroentjes

De dertig professionals die als zelfstandig ondernemers aan de productie meewerken, onder wie leden van het Asko|Schönberg Ensemble en het Rosa Ensemble, stapten in het project tegen een bescheiden beloning van 1.125 euro bruto per maand, met uitzicht – niet gegarandeerd – op aanvullende honorering uit de recettes. „Dat is de enige manier om dit project te maken”, aldus Van Leth. „Fondsen gaan zoiets niet voor 90 procent subsidiëren en ik kan het niet voorfinancieren. Maar het past wel in deze tijd, we ondernemen het samen. Iedereen is bezig met flyeren en facebooken. Het is niet meer alleen mijn stress, mijn tokootje. Iedereen voelt zich verantwoordelijk voor volle zalen.”

Een belangrijke hoeveelheid toeschouwers wordt ook naar binnen gebracht door de amateurzangers en -dansers die meewerken. Zo bereikt Van Leth precies het gemêleerde publiek van kenners en theatergroentjes aan wie zij haar verhalen graag vertelt. „Het maakt mij niet uit of iemand weet dat die draak Scylla moet voorstellen. Voor de een is dit het verhaal van Odysseus, voor de ander een mooi prentenboek.”