‘Alles in Zuid-Afrika is politiek’

Met elk boek komt de in het Afrikaans schrijvende Deon Meyer op de bestsellerlijsten. Zijn thrillers staan los van de werkelijkheid in Zuid-Afrika. „Als literatuur en werkelijkheid met elkaar te maken hadden, dan was Zweden het gevaarlijkste land ter wereld.”

Het leek zo’n goeie vraag om het ijs een beetje te breken: hoe het is om misdaadromans te schrijven in een land waar de misdaad zo welig tiert als Zuid-Afrika, dat zal immers meer dan voldoende inspiratie opleveren.

Mis. Het humeur van de Zuid-Afrikaanse thrillerschrijver Deon Meyer is meteen verpest. Lettergreep voor lettergreep benadrukt hij: „Dat Zuid-Afrika over zulke hoge misdaadcijfers beschikt, is geen kwestie van feit maar van perceptie. De media hebben dat beeld tien jaar geleden opgeroepen, maar dat de misdaad nu lager is dan de afgelopen tien jaar, dat schrijft helemaal niemand op. Zuid-Afrika heeft vrij normale misdaadcijfers voor een land onder deze sociaal-politieke omstandigheden.

Bovendien is het land bezig om oplossingen te zoeken en te vinden, zegt Meyer (1958). „Economische ongelijkheid is het grootste probleem, maar het afgelopen jaar was de zwarte middenklasse voor het eerst groter dan de blanke middenklasse. Dat is fantastisch nieuws voor Zuid-Afrika. Want de middenklasse is het hart van elke democratie. Wie in de middenklasse terecht komt, hoeft zich niet meer bezig te houden met overleven. Dan kun je je gaan bekommeren om de toekomst en komt het land vooruit.”

Niet alleen is er dus minder misdaad dan ik dacht, een verband met literatuur blijkt er al helemaal niet te zijn: „In misdaadliteratuur gaat het om heel andere misdaad dan in de werkelijkheid. Zo’n 85 procent van alle misdaad heeft plaats in de allerarmste wijken, de slums, en heeft te maken met drank of drugsgebruik. Laat mij maar zien hoe je uit dat soort statistieken een interessant verhaal kan halen. De Zweden verzinnen moordverhalen, Zuid-Afrikanen doen dat, Amerikanen ook: ze hebben allemaal niets met de werkelijkheid te maken.”

Toch valt op dat Deon Meyer een uitstekend gevoel voor de tijdgeest heeft: milieuterrorisme, afluisterschandalen of schaliegas – allemaal niet lokaal gebonden onderwerpen waar hij over schrijft. Misschien verklaart dat waarom hij – anders dan de meeste auteurs die in het Afrikaans schrijven – wereldwijd is doorgebroken. Meyers thriller 13 uur werd vorig jaar door Vrij Nederland uitgeroepen tot ‘dé thriller van het jaar’ en toen dit najaar Spoor verscheen, stond het dezelfde week in de bestsellerslijst. Minder bekend is dat Meyer ook motorreisgidsen schrijft, waarin hij en zijn co-auteur Adriaan Oosthuizen hun passie voor motorrijden op stofwegen de vrije loop laten. Er staan ook tips in: over rijden op modderige wegen, welke routes het leukst zijn en over de techniek van het motorrijden.

Meyer was voor vlak na de verschijning van de vertaling van Spoor in Nederland en Vlaanderen om zijn boek te promoten. Net als in zijn vorige detective Onzichtbaar draait het om een stropersverhaal. Twee zwarte neushoorns uit Zimbabwe moeten de grens over. De gedachte is dat de zeldzame diersoort zo gered wordt van stropers, maar in feite zijn de twee een dekmantel voor een diamantenroof. Hun reis wordt een helletocht.

Parallel aan dit verhaal loopt dat van een vrouw die bij de presidentiële inlichtingendienst (PIA) gaat werken, en zelf in problemen komt door de afluisterpraktijken. Het geeft Meyer alle ruimte om de actualiteit in Zuid-Afrika op te nemen. Anders dan in zijn wereldwijd bejubelde 13 uur waarin politieagent Bennie Griessel de hoofdrol speelt, is er nu een belangrijke rol weggelegd voor armed response beveiliger Lemmer.

Wanneer kiest u voor politieagent Bennie Griessel, en wanneer voor Lemmer?

„Dat gaat vanzelf. Het gaat mij eigenlijk alleen om het verhaal, de personages zijn slechts voertuigen. Elk verhaal vraagt om nieuwe personages, maar steeds blijkt er een plek te zijn voor Griessel. Het is nooit mijn bedoeling geweest een serie te maken rondom een personage. Dan maak je de persoon het belangrijkst, en dat zijn niet de thrillers die ik wil maken.”

Zit daarin een belangrijk verschil tussen een Zuid-Afrikaanse detective en pakweg een Zweedse?

Hij zucht. „Ik vind de vergelijking met Zweden altijd fascinerend. Je moet beseffen dat wij bezig zijn met een culturele wederopbouw. We zijn bezig te ‘normaliseren’, en we zijn onze verhouding tot Europa, Amerika en Engeland opnieuw aan het bepalen. De rijkdom aan genres is enorm, en overal heb je goeie en slechte auteurs. Dat is de normale situatie. Je moet de thrillers uit die twee landen niet met elkaar vergelijken.”

Nog één poging: thrillers uit Zuid-Afrika lijken politieker dan de Zweedse.

„Natuurlijk speelt de politiek een grote rol in mijn werk, meer dan bij Zweedse auteurs het geval is. Misdaad is er politiek, huisvesting en elektriciteit zijn dat: alles in Zuid-Afrika is politiek en daar leven mijn personages nu eenmaal. Ik wil verder niks over het land zeggen, ik wil alleen maar een verhaal vertellen, en daarbij probeer ik recht te doen aan de omgeving van mijn personages. Stel dat literatuur en werkelijkheid iets met elkaar te maken hadden, dan was Zweden het gevaarlijkste land ter wereld geweest.”

Hoe zagen de thrillers er tijdens de apartheid uit?

„Toen werden er geen thrillers geschreven. Je had protestliteratuur of vlakke, nietszeggende romantische literatuur. Het eind van de apartheid betekende een enorme bloei voor elke kunstvorm. Kunst gedijt goed in een democratie.”

Waarom waren er geen thrillers in die tijd?

„Dat was onmogelijk. De basis-plot van een thriller is er immers eentje tussen goed en kwaad, waarbij de politie voor het goede staat. Maar als een politieman een slecht regime vertegenwoordigt, dan werkt het niet om die het kwaad te laten bestrijden. Bovendien zou het soort boeken dat ik wilde schrijven onder de apartheid verboden zijn geweest, zeker in het Afrikaans. En daar wilde ik geen energie aan besteden.”

In uw roman spelen een mogelijke dreiging van een Al Qaeda een rol én afluisterpraktijken. Hoe dicht staat u precies bij de realiteit?

„Slechts gedeeltelijk. Er is geen dreiging van Al Qaeda voor Zuid-Afrika. Sommige extremisten zien Zuid-Afrika als een toevluchtsoord, want er zijn enorme moslimgemeenschappen waar je veilig bent voor de terroristenjagers uit het Westen. Maar de dreiging van Al Qaeda voor Europa en Amerika vanuit Zuid-Afrika wordt misschien wel groter. Het feit dat we geïsoleerd liggen, ook geografisch, maakt het een geschikte plek om als uitvalbasis te functioneren. Maar we zijn geen doelwit, dus Zuid-Afrikanen zijn niet bang. Hebben daar ook geen reden voor.”

Zou uw boek er anders uit hebben gezien als u eerder had geweten van de NSA?

„Kijk, over dat soort zaken wil ik schrijven. Het zou zeker van invloed zijn geweest op dit boek. In april komt een nieuwe thriller in vertaling van me uit, Cobra, waarin ik refereer aan de NSA-zaken die spelen, de inlichtingendiensten en de afluisterschandalen. In het verhaal, dat zich afspeelt in Franschhoek, waar veel Zuid-Afrikaanse wijn wordt geproduceerd, wordt een beroemde internationale wiskundige ontvoerd die algoritmen heeft ontwikkeld waarmee je terroristische banktransacties kunt achterhalen. De rol die de Zuid-Afrikaanse, maar ook de Britse, inlichtingendienst hierin speelt is belangrijk.”

In ‘Spoor’ speelt de dreiging van het milieu een belangrijke rol, net als in ‘Onzichtbaar’. Is dat een onderwerp waarmee u de lezer wilt confronteren? via uw thrillers?

„Ja, het milieu is iets waar ik me echt erg veel zorgen om maak – nu ze het ook in Afrika over schaliegas hebben, ben ik ervan overtuigd dat we onze planeet aan het verwoesten zijn. It breaks my heart. Het probleem is: het is te laat. Het is afgelopen met de natuurlijke rijkdom van Afrika. En de reden daarvoor is: de vooruitgang. We hebben onze wereld opgeofferd aan de vooruitgang. En ik weet dat er niks aan te doen is, maar ik vind het verschrikkelijk.”

En denkt u dat u mensen bewuster kan maken door bijvoorbeeld ‘Spoor’?

„Ik heb een verantwoordelijkheid om een land te proberen te creëren waarin mijn kinderen het beter zullen hebben. Als we overal voor weglopen, lossen we niks op. Het is mijn verantwoordelijkheid om te blijven en een verschil te maken. Weglopen is laf.”

Die verantwoordelijkheid neemt u als schrijver?

„Nee, dat is iets anders, dat is mijn baan. Mijn verantwoordelijkheid is ‘een verschil maken in de wereld’, een goede ouder te zijn, een verantwoordelijk burger van dit land.”