Alle peuters samen, worden ze slim van

Gemeenten willen kinderopvang en peuterspeelzalen samenvoegen // Alle peuters worden dan op dezelfde manier voorbereid op de basisschool // Vijf vragen over het nut van dat plan

De gemeenten willen peuterspeelzalen, kinderopvang en voorschoolse educatie op termijn samenvoegen tot één voorziening: Integrale Kindcentra. Dat lieten ze gisteren weten aan minister Asscher (Sociale Zaken) en staatssecretaris Dekker (Onderwijs). Alle peuters tussen 2,5 en 4 jaar zouden vanaf 2016 deels gratis gebruik kunnen maken van deze centra van „hoge educatieve en pedagogische kwaliteit”.

Waar gaan peuters buiten schooltijden nu allemaal naartoe?

Kinderen van 0 tot 4 jaar gaan in Nederland naar de kinderopvang of de peuterspeelzaal. De kinderopvang is bedoeld voor ouders die overdag werken. Op peuterspeelzalen kunnen alle 2- tot 4-jarigen terecht, maar in de praktijk gaan daar veelal kinderen naartoe van niet werkende ouders. Dat komt doordat veel peuterspeelzaalkinderen gebruik maken van wat wordt genoemd voorschoolse educatie. Dit programma, dat gemeenten moeten organiseren, is bedoeld om kinderen van 2,5 tot 4 jaar oud met een taalachterstand zo snel mogelijk vooruit te helpen.

Wat levert die voorschoolse educatie op?

Voor belastinggeld is haast geen betere besteding te vinden dan het onderwijs aan heel jonge kinderen met een taalachterstand. Dat blijkt uit onderzoek van Nobelprijswinnaar James Heckman (Universiteit van Chicago) naar de effecten van deze programma’s op de lange termijn. Kinderen die naar de voorschool gingen bleken later meer te verdienen, hadden vaker een baan en leefden gezonder. Heckman rekende uit dat elke euro die de overheid investeert in de voorschoolse opvang op termijn acht euro oplevert.

Maar dat was in Amerika. In Nederland is er geen hard bewijs voor het effect van voorschoolse programma’s. „Er bestaat geen studie waarin is aangetoond dat voorscholen in Nederland rendement opleveren”, zei hoogleraar Onderwijs en diversiteit Maurice Crul (VU Amsterdam) ruim een jaar geleden in het Onderwijsblad. De Onderwijsinspectie trekt vergelijkbare conclusies.

Wat schort er dan aan de voorschoolse educatie in Nederland?

Gemeenten zijn in de afgelopen jaren bekritiseerd, omdat zij snel nieuwe voorscholen zouden creëren, in ruil voor subsidies van het ministerie van Onderwijs, zonder dat er voldoende toezicht werd gehouden op de kwaliteit daarvan. Die conclusie stond in een rapport dat de Amsterdamse Rekenkamer uitbracht in 2012.

Het kabinet vindt dat de kwaliteit van medewerkers in de voorschoolse opvang omhoog moet en is van plan om de eisen voor peuterspeelzalen en commerciële kinderopvang voor werkende ouders gelijk te trekken. De gemeenten vrezen dat kosten hierdoor uit de hand lopen. Volgens hen zullen steeds meer peuterspeelzalen verdwijnen als die verplicht worden te gaan werken met meer leiders op een groep.

Wat zijn de gevolgen van aparte opvang voor kinderen met een taalachterstand?

In de praktijk zullen kinderen met een taalachterstand naar de peuterspeelzaal gaan en kinderen van werkende ouders naar de kinderopvang. Volgens critici wordt zo een basis gelegd voor een scheiding van deze twee groepen kinderen, want veel kinderen met een taalachterstand komen later terecht op een zwarte school.

Peuters leren het best van elkaar. De beste school voor peuters met een taalachterstand is daarom een school waar die kinderen kletsen en spelen met leeftijdsgenoten die vlotter Nederlands spreken. Alle andere Noordwest-Europese landen vangen hun peuters wel samen op.

Zijn de Integrale Kindcentra een goede oplossing?

Als voorschoolse educatie, peuterspeelzalen en kinderopvang worden samengebracht in Integrale Kindcentra, dan komt aan de segregatie een einde. Maar de kosten zijn een probleem. Als de voorschoolse opvang een basisvoorziening wordt, dan zullen veel meer mensen daarvan gebruik maken. Nu gaat de helft van de kinderen naar een crèche of peuterspeelzaal.

Volgens de gemeenten wordt de segregatie tussen kinderen van werkende en niet-werkende ouders veroorzaakt doordat beide groepen gebruik moeten maken van gescheiden financiële voorzieningen. Maar volgens anderen zou in gemeenten als Eindhoven en Amersfoort blijken dat het ook onder de huidige regelgeving mogelijk is om peuterspeelzalen en crèches onder één dak te brengen.