Vonnis tegen neuroloog stelt medische stand in gebreke

Met de veroordeling van de Twentse neuroloog Jansen tot drie jaar cel heeft de strafrechter een passend antwoord gegeven in een schokkende zaak. Waarbij meteen de vraag gesteld moet worden of de verantwoordelijken nu ook de juiste lessen hebben geleerd. De feiten waarvoor Jansen werd veroordeeld, vonden plaats tussen 1997 en 2003. Dat is niet zo lang geleden. Hij werd ontslagen in 2004, met zwijgplicht en schadevergoeding, waarna het tot 2013 duurde voordat hij uit zijn beroep werd gezet.

Het patroon was wegkijken, afdekken en ontkennen. Ingrijpen bleef te lang uit. De strafzaak waarin dinsdag het eerste vonnis werd gewezen, duurde al vier jaar. De zaak kreeg pas vaart door media-aandacht. Tussendoor werd de arts nog in een Duits ziekenhuis aangetroffen waar hij zijn praktijk voortzette.

Kennelijk kon in het wereldje van medisch specialisten tot in de 21ste eeuw echt álles, zo is het beeld. De diagnose van de rechter leest als een horrorverhaal uit de 19de eeuw. Verslaafde arts met narcistische persoonlijkheid werkt in isolement in ziekenhuis waar hij met een patroon van foute diagnoses en schadelijke therapieën patiënten ernstig beschadigt. En in één geval tot zelfmoord drijft.

Jansen is de eerste arts in Nederland die een onvoorwaardelijke celstraf wacht voor, in zijn geval, opzettelijk fout medisch handelen. Waarbij opzet begrepen moet worden als consequent fout handelen tegen beter weten in. Jansen werd in het ziekenhuis tweemaal officieel gewaarschuwd, maar „verdachte liet zich niet corrigeren”, schrijft de rechter. Dat is dus ook een verwijt aan degenen die de correcties gaven: zij zetten niet door. Kennelijk was (of is?) corrigeren een vrijwillige activiteit onder medisch specialisten.

Over zijn vakmatige handelen in die periode oordelen deskundigen dat „die ver onder de professionele standaard van de beroepsgroep lag”. Er was sprake „van pseudowetenschap over de ruggen van patiënten”. Zijn wijze van praktijk voeren „roept schaamte op”. Jansen deed wat hem goed dunkte. Hij keek neer op collega’s, met wie hij dus niet overlegde en wier waarschuwingen hij negeerde. Intussen onderhield hij clandestien een medicijnverslaving.

Deze zaak is uniek, zegt het Openbaar Ministerie nu, enigszins defensief. Vermoedelijk door het stelselmatige en flagrante karakter van de normoverschrijding. Maar in welke bedrijfscultuur kon dokter Jansen aan het werk blijven? Iedere ziekenhuisdirectie dient zich nerveus de vraag te stellen of in eigen huis een dokter Jansen werkt of kan werken. Ook medisch specialisten staan te kijk. Zij weten als geen ander welke collega’s imperiaal gedrag vertonen. Dokters hebben macht – en die moet effectief gecontroleerd worden. Als het strafrecht eraan te pas moet komen, is het veel te laat.