Volkomen terecht dat hij niet is afgetreden

Minister Plasterk blijft tóch aan als minister, bleek na een nachtelijk debat. Maar is dat wel verstandig? nrc.next bespreekt de argumenten voor en tegen.

Illustratie Jenna Arts

Op het nippertje overleefde minister Ronald Plasterk het ‘spionagedebat’. De motie van wantrouwen die de oppositie tegen hem indiende, werd verworpen. Gelukkig maar. Om drie redenen verdient Plasterk nog een kans.

Hij heeft sorry gezegd

Zeker, Plasterk is onhandig geweest. Hij had vorig jaar niet in Nieuwsuur moeten zeggen dat de Verenigde Staten 1,8 miljoen telefoongegevens in ons land hebben verzameld, terwijl hij dit niet zeker wist. Achteraf bleek dat Nederland zélf deze gegevens heeft verzameld. Foutje. Dat ziet Plasterk zelf ook in, dus bood hij de Tweede Kamer zeer uitgebreid zijn excuses aan. Ook oppositiepartijen erkenden dat hij dit „ruiterlijk” deed. Als het een volgende keer over veiligheidsdiensten gaat, zal Plasterk geen commentaar geven zolang hij geen zekerheid heeft, beloofde hij. Plasterk heeft van het voorval geleerd.

De werkwijze van de geheime dienst moet geheim blijven

Toen Plasterk erachter kwam dat Nederland zélf telefoongegevens verzamelt, heeft hij dit niet verteld aan de Tweede Kamer. Dat zou ook niet verstandig zijn geweest. Geheime diensten zijn er om geheim te blijven. De rest van de wereld mag niet weten hoe ze aan hun inlichtingen komen. Want hoe meer daar over bekend wordt, des te beter terroristen erop kunnen inspelen – daar zijn alle terrorismedeskundigen het over eens.

Ja maar, zegt de oppositie, Plasterk kon hen toch ook geheim informeren?

Te groot risico. Wie kan garanderen dat Kamerleden deze informatie niet lekken aan de pers? Zo ging het immers bij de vorige vertrouwelijke briefing. Minister Timmermans informeerde in september 2013 de Kamer geheim over een vermeende gifgasaanval van de Syrische regering. Ondanks het feit dat Kamerleden niets over dit overleg mochten zeggen, onthulde PvdA-Kamerlid Michiel Servaes dat hij geen „smoking gun” had gehoord in de briefing. Dit soort uitspraken kunnen ertoe leiden dat buitenlandse inlichtingendiensten geen informatie meer willen delen met Nederland, waarschuwde Timmermans destijds. Als de politici willen dat de regering hen inlicht over staatsgeheimen, moeten ze eerst zelf maar eens stoppen met lekken.

De argumenten van de oppositie gaan niet over de inhoud

Wat opvalt is dat het debat zich toespitst op de vorm: ‘Plasterk heeft gelogen!’ Wellicht dat de oppositie met het oog op de naderende gemeenteraadsverkiezingen zo nadrukkelijk uit is op het aftreden van de minister. Maar over de inhoud (het verzamelen van telefoongegevens) hoor je ze niet. Reden: veel Nederlanders vinden het prima dat er inlichtingen worden verzameld. Van 1,8 miljoen telefoongesprekken in landen als Somalië en Afghanistan is genoteerd wie met wie belde en voor hoe lang. Met behulp van deze informatie kunnen Nederlandse militairen in het buitenland worden ondersteund. Ook helpen deze zogenaamde ‘metadata’ bij het opsporen van terroristen.

Dus, Tweede Kamer: stop met discussiëren over Plasterk en voer een debat over het werkelijke thema: het verzamelen van privégegevens voor onze veiligheid.