Stiekem leren ze taal en rekenen

In Utrecht zijn zo’n 1.450 peuters die mogelijk met taalachterstand aan school beginnen

In België mogen kinderen vanaf 2,5 jaar al naar de kleuterschool. Die is onderdeel van het reguliere onderwijs en wordt door de staat betaald.
In België mogen kinderen vanaf 2,5 jaar al naar de kleuterschool. Die is onderdeel van het reguliere onderwijs en wordt door de staat betaald. Foto Hollandse Hoogte

In een Utrechts klaslokaal steekt peuterleidster Monique een boek in de lucht. ‘Aankleden met Finn en Milo’, staat op de kaft. Een perfect boek om met haar groep peuters te gaan rekenen, zegt ze. Ze pakt een plaatje van Milo die zijn benen in een onderbroek moet steken. „Dan vraag ik aan de kinderen: hoe groot is de onderbroek? Passen de benen erin? Wat is de voorkant? Nou, dan leren ze dus de woorden groot, klein, passen, voorkant en achterkant.”

Eenentwintig dameshoofden knikken als Monique zegt dat de meeste kinderen dat lastig vinden. „Héél herkenbaar”, roept een collega. Docent Dorine van Eijk: „Prachtig voorbeeld. Benader de prentenboeken met rekenogen. Zo leer je peuters rekenen en taal zonder dat ze het merken.”

In Utrecht is er sinds vorig jaar de specialisatie ‘Het Jonge Kind’. 23 peuterleidsters, meestal mbo geschoold, komen elke twee weken samen. Ze leren op hbo-niveau hoe ze peuters meer kunnen leren tijdens het spelen. In Utrecht zijn rond de 1.450 peuters die het risico lopen met een taalachterstand aan de basisschool te beginnen. Ouders van deze ‘doelgroepers’ krijgen vier dagdelen voorschoolse educatie van de gemeente aangeboden en grotendeels vergoed. Een ouder van een kind met taalachterstand betaalt 45 euro per jaar voor wekelijks vier dagdelen educatie.

Utrecht is de eerste gemeente in Nederland die leidsters op deze manier bijschoolt. Uitvoering ligt bij de Hogeschool Utrecht en Spelenderwijs. Die organisatie won in Utrecht de aanbestedingsprocedure voor het aanbieden van peuterspeelzaalwerk en voorschoolse educatie. De gemeente steekt sinds 2013 ieder jaar 15,5 miljoen euro – voornamelijk Rijkssubsidie – in verbetering en uitbreiding van de voorscholen. Directeur van Spelenderwijs, Carine Thesingh: „Laat de kinderen spelen, maar stuur dat tegelijkertijd.”

Minister Asscher (PvdA, Binnenlandse Zaken) wil de kwaliteit van voorschoolse opvang verhogen. Dat willen de gemeenten ook, maar op een andere manier. In een brief aan Asscher pleiten bestuurders voor het idee om voorschoolse educatie, peuterspeelzalen en kinderopvang op termijn samen te voegen tot één voorziening: de Integrale Kindcentra.

Utrecht begon vorig jaar vast met kwaliteitsverbetering van voorscholen. De basis van het plan is ontwikkeld door een team experts onder leiding van Paul Leseman, hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit van Utrecht. Hij geldt als deskundige die positief is over de mogelijkheid zeer jonge kinderen te kunnen onderwijzen. Bijna iedere Utrechtse speelzaal gebruikt nu ‘kindvolgsystemen’, waarin de ontwikkeling van de peuters nauwgezet wordt gevolgd door leidsters. Binnen de pedagogiek is overigens ook een stroming die niet gelooft dat educatie op zulke jonge leeftijd veel zin heeft, maar daar wil Kreijkamp niets van weten: ,,Leseman heeft hier onderzoek naar gedaan. Wij zijn ervan overtuigd dat peuters op hetzelfde niveau aan de bassischool moeten kunnen beginnen.”

Terug naar de klas. Peuterleidsters Dineke, Willy en Dorien zijn enthousiast over de opleiding. Willy: „Ik snap beter hoe ik educatie en spel kan mengen.” „Dat klopt”, zegt Dorien, „maar het blijven kinderen. Ze hebben nu een stimuleringsplan en we observeren beter. Toch moeten de kinderen blijven spelen. Leren is goed, maar wel ongemerkt.”

Dineke werkt negentien jaar in de multiculturele wijk Lombok op een peutergroep. Toen ze aan het begin van de specialisatie op haar speelzaal kwam, moesten collega’s een beetje lachen. „‘Kindontwikkelingsplannen en verwerkingsopdrachten’, zeiden ze, ‘dat kan toch niet! Die kinderen zijn jonger dan vier jaar!’ Maar ga met een kind zitten en laat hem een autootje onder een brug door rijden. Dan leert hij of de auto er onderdoor past. Dat is óók educatie.”