Spelen met de guillotine

Wat ik overhield aan het debat met Plasterk en Hennis is dat de dingen in ons regeringscentrum wel anachronistisch lang duren. De afgelopen eeuw is een strakke opeenvolging van tijdbesparende innovaties, maar er is een enclave waar die ontwikkeling hoegenaamd ongemerkt aan voorbij is gegaan: het Binnenhof. Geen grotere waanzin dan eindeloos hetzelfde te doen en telkens een andere uitkomst te verwachten, zei Albert Einstein, en als hij nog geleefd had zou hij het tijdens dit debat opnieuw gezegd hebben. De herhalingen en zinloze interrupties waren legio. Eerste opmerking van Kamervoorzitter Van Miltenburg, ‘s middags om half vijf: ik zal de spreektijden niet al te streng aanhouden. Tien uur later liet zij uitgeput de hamer vallen en was er niets gebeurd, behalve dat Plasterk nu het label ‘aangeschoten’, ‘beschadigd’ dan wel ‘gehavend’ draagt. Er rolde geen hoofd, maar ach, spelen met de guillotine is ook leuk. Een van de tijdbesparende kunstgrepen die moderne organisaties toepassen is staand vergaderen. Minder kletspraat, minder omhaal, snellere besluitvorming. Misschien moet de Tweede kamer het eens proberen. Die stoelen ogen wel érg gerieflijk.

De grote vraag is nu: als de oppositie zeker had geweten dat Plasterk na een motie van wantrouwen zou aftreden, hadden ze hem dan ingediend? Of werd hij ingediend omdat duidelijk was dat Plasterk zou aanblijven? ‘Oké, jullie laten je tanden zien, wij incasseren de kleerscheuren, iedereen tevreden.’ Let op: net als na dat slechte schooltoneelstuk met Adrie Duivesteijn onlangs in de Eerste Kamer, gaan we binnenkort ‘reconstructies’ lezen waaruit moet blijken dat het toch heus kantje boord was.

Gewone burgers zijn blijkbaar effectiever in het achterhalen van informatie over de, vooruit, modus operandi van onze geheime diensten, dan de volksvertegenwoordiging. De jolige roepnaam ‘Commissie Stiekem’, geeft het niveau van professionalisme al haarfijn aan. Joepie, spannend, spionnengedoe! Een journalistenvereniging en een privacyclub gaan naar de rechter, ineens liggen de staatsgeheimen alsnog op straat en het parlement schrikt wakker. Peter R. de Vries ontmaskert een misdadiger en de politie roept: ja, maar wíj hadden recht op die informatie!

Behalve over politieke spelregels ging dit ook over Ronald Plasterks karakter – lees zijn ijdelheid. Je zag de oppositie worstelen: men wilde hem die zwakheid graag inpeperen, en tegelijk: in een tijdsgewricht dat ijdelheid eist, kun je iemand er moeilijk om veroordelen. Het best werd dit geïllustreerd door oud-minister Bram Peper, die Nieuwsuur ontving voor een commentaar op de affaire. ‘Je hóeft toch niet op televisie te verschijnen?’ sprak hij vanachter de geraniums. ‘Je kunt ook nee zeggen.’ Exáct de woorden die in mij opkwamen toen hij werd aangekondigd.

Het is goed dat Plasterk is aangebleven. Staatsecretaris Frans Weekers demonstreerde bij herhaling dat hij de competentie miste om de misère bij de Belastingdienst tot een oplossing te brengen. Zijn vertrek was geen straf voor die incompetentie maar een noodzakelijke ingreep om de boel op orde te krijgen.

Wat Plasterk deed (en vervolgens naliet) was een blunder van een verder ogenschijnlijk goed functionerende minister. Hem daarom de laan uitsturen zou de schijn wekken dat het in de politiek om dit soort dingen draait. Het afstraffen van een kleine fout wekt de indruk dat grotere fouten eveneens bestraft worden en die indruk vormt al gauw een alibi om echte problemen met rust te laten. Dit is geen pleidooi om het slecht informeren van de Kamer te schrappen als politieke doodzonde, maar wel om dat lijstje uit te breiden met wezenlijker zaken. Laten we proberen het hoogste politieke drama te reserveren voor de ernstigste problemen. En in plaats van ons blind te staren op wat politici zeggen, wat meer te kijken naar wat ze doen.