School krijgt onderhoudsgeld nu zelf

De basisschool krijgt het geld voor onderhoud, de gemeente blijft renovaties betalen. Is dat handig?

Ramen met dikke druppels condens erop, koude wind die giert tegen het enkel glas, lucht die zo slecht geventileerd is dat je er hoofdpijn van krijgt – wie gisteren leden van de Tweede Kamer hoorde spreken over de staat van onderhoud van sommige Nederlandse basisscholen, kreeg bijkans negentiende-eeuwse taferelen geschilderd.

En dat is, aldus de Haagse politiek, allemaal de schuld van hun collega’s bij de Nederlandse gemeenten, die jaarlijks honderden miljoenen euro’s die zijn bestemd voor het onderhoud van basisscholen in kas houden, of uitgeven aan „fietspaden en lantaarnpalen”, zoals CDA-Kamerlid Michel Rog het zei. Volgens een rapport uit 2013 is er voor zeven miljard euro achterstallig onderhoud.

Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) verdedigde gisteren een wetsvoorstel van het kabinet dat schoolbesturen zelf verantwoordelijk maakt voor het buitenonderhoud van hun gebouwen. Voor dat plan was Kamerbrede steun. Om het te financieren, wordt jaarlijks 159 miljoen euro weggehaald uit het Gemeentefonds en overgeheveld naar de scholen.

Gemeenten blijven nog wel verantwoordelijk voor de nieuwbouw en renovatie van basisscholen. Sommige Kamerleden maakten zich daar zorgen over. Want waar eindigt onderhoud en begint renovatie? Zou daarover niet opnieuw discussie ontstaan tussen schoolbesturen en gemeenten? Wellicht komen scholen in de verleiding hun onderhoud te verwaarlozen, totdat alleen renovatie van het gebouw nog helpt. Een aantal Kamerleden pleitte er daarom voor scholen helemaal verantwoordelijk te maken voor hun gebouwen.

De Kamer sprak verder over een bedrag van 256 miljoen euro dat, bovenop de 159 miljoen voor onderhoud, bij gemeenten wordt weggehaald en aan schoolbesturen wordt gegeven. Hierover bestaat bij de gemeenten grote onvrede. De Amsterdamse wethouder Pieter Hilhorst liet gisteren weten dat hij het geen goede maatregel vindt. „Wij geven meer uit aan onderwijshuisvesting dan we krijgen van het Rijk en toch moet Amsterdam geld inleveren omdat er gemiddeld in Nederland te weinig wordt uitgegeven aan onderwijshuisvesting.” Soortgelijke geluiden zijn te horen in Rotterdam en Den Haag, waar de wethouders van onderwijs zeggen het geld niet te hebben opgepot.

Overigens werd gisteren duidelijk dat de 256 miljoen euro niet aan de scholen wordt overgedragen met het label ‘onderhoud’ er op. Besturen maken zelf uit waaraan ze het uitgeven. Dat kan dus ook aan smartboards zijn, in plaats van dubbel glas.