Nieuwe wet maakt ontslag eenvoudiger en WW korter

Bedrijven moeten meer vaste contracten gaan geven

Goed nieuws voor grote en kleine ondernemers: nog tot volgend jaar zomer mogen werkgevers tijdelijke arbeidskrachten in dienst nemen volgens de oude regels: drie losse contracten in drie jaar tijd. En kleine bedrijven die in financiële problemen zitten, hoeven nog niet meteen, zoals de bedoeling was, hoge ontslagvergoedingen te betalen voor werknemers die ze al lang in dienst hebben.

Dat zijn de twee – niet al te grote – veranderingen in de Wet werk en zekerheid die vandaag zo goed als zeker worden overgenomen door minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA), op de tweede dag dat de Tweede Kamer erover debatteert.

Door de nieuwe wet worden de regels voor ontslag eenvoudiger, de WW wordt korter en het zal minder makkelijk zijn om werknemers lange tijd in dienst te houden op korte contracten.

De bedoeling is dat bedrijven meer mensen in vaste dienst nemen. Maar bij veel politieke partijen was daar twijfel over: werkgevers kunnen óók beslissen dat ze hun tijdelijk personeel juist eerder op straat zetten.

En in deze campagnetijd – volgende maand zijn de gemeenteraadsverkiezingen – wilden veel politici graag stevig opkomen voor kleine ondernemers: door de nieuwe wet moeten die opeens ontslagvergoedingen betalen als ze om bedrijfseconomische redenen van medewerkers af willen. Tot nu toe was dat gratis, via het UWV.

Asscher ging de afgelopen weken bij de meeste oppositiepartijen langs: hij wilde graag zoveel mogelijk steun voor de wet, die hij een van de belangrijkste hervormingen vindt van dit kabinet. Gisterochtend, net vóór het debat, kondigde hij in een tweet aan dat het „zinderend spannend” zou worden. Maar toen hij daar in het debat vragen over kreeg, wees hij op zichzelf: hijzelf vond de confrontatie met de Tweede Kamer vooral spannend.

De meeste Kamerleden klaagden over slaaptekort: de nacht ervoor waren ze bij het echt zinderende debat geweest over minister van Binnenlandse Zaken Plasterk (PvdA), die bijna had moeten aftreden om zijn uitspraken, en later het zwijgen, over de inlichtingendiensten. Asscher had het graag anders gezien, maar de discussie over de nieuwe wet wordt gevoerd in de schaduw van dat andere debat.

Al heel snel bleek dat de twee veranderingen die het zeker halen al van tevoren waren bedacht, samen met vertrouwde ‘gedoogpartners’ D66, ChristenUnie en SGP: bedrijven met minder dan 25 medewerkers worden nog tot 2020 ontzien in het ontslagrecht en de regels voor tijdelijke contracten – maximaal drie in twee jaar tijd – worden uitgesteld. Over een paar jaar wordt nagegaan of die nieuwe regels voor flexwerk het bedoelde effect

„Alles was al helemaal dichtgetimmerd”, zegt Tweede Kamerlid Pieter Heerma (CDA) na het debat. Hij noemt het powerplay dat het kabinet drie grote onderwerpen – flex, ontslag en WW – in één wet door de Kamer wil krijgen, zoals ook gebeurt met de Participatiewet, die over bijstand, arbeidsgehandicapten en AOW’ers gaat.

Maar anders dan bij de Participatiewet is het debat over de Wet werk en zekerheid niet heel gepolariseerd. CDA, GroenLinks en ook de SP willen graag meedenken over een betere positie voor tijdelijke arbeidskrachten en een eerlijker ontslagrecht.

SP-Kamerlid Paul Ulenbelt zei gisteren dat zijn partij het voor werkgevers goedkoper wil maken om mensen in vaste dienst te nemen – en duurder om losse contracten aan te bieden.

De SP is wel fel tegen verkorting van de WW. GroenLinks niet, maar fractievoorzitter Bram van Ojik vindt dat die verkorting afhankelijk gemaakt zou moeten worden van de economische ontwikkeling: „Als er geen banen zijn, werkt een kortere WW ook niet als prikkel om weer aan het werk te gaan.”

Samen met het CDA kwam GroenLinks met het plan voor een nieuw soort tijdelijk contract: van tussen de twee en vijf jaar. Nu kan een werkgever ook al een langer tijdelijk contract geven, maar alleen als dat het eerste contract is. CDA en GroenLinks willen dat een tweede contract ook langer kan duren. Het zou een van de weinige voorstellen kunnen zijn van de ‘niet-gedogende’ oppositie die het vandaag toch halen.