In de gevangenis na kunstevaluatie

De gigantische bedragen die de rijken der aarde uitgeven aan moderne en hedendaagse beeldende kunst wijzen op een grote liefde voor die kunst. Maar die liefde blijkt zich niet te vertalen in waardering voor kunstkenners. Dat bleek begin deze maand weer eens toen Russische autoriteiten de oud-conservator van het Russisch Museum in Sint Petersburg, Yelena Basner, arresteerden.

Een verzamelaar had haar mening gevraagd over een schilderij van Boris Grigorjev (1886-1939). Basner beoordeelde het werk als ‘echt’ en de verzamelaar kocht het daarna voor 180.000 euro. Drie jaar later bleek het werk alsnog vals te zijn. Basner zit daarvoor, het is heus, al meer dan twee weken in de gevangenis.

De verontwaardiging onder Russische kunstkenners is groot. Sommigen denken dat Basner eigenlijk is gearresteerd omdat ze onderzoek heeft verricht naar een methode om radioactieve deeltjes in verf op te sporen. Lukt dat, dan is vast te stellen of werk van vóór, of na 1945 is. Want door nucleaire testen bevat alle naoorlogse verf radioactief materiaal. In oudere verf is dat niet te vinden. Is de methode waterdicht, dan zal dat grote (financiële) gevolgen hebben voor de eigenaren van dure, valse kunst.

Hun obsessie met echt of vals is eenvoudig te verklaren. Met de stijgende prijzen voor gecanoniseerde kunstenaars is de verhouding tussen vals en echt, in prijs, tot duizelingwekkende hoogten gegroeid. Voor een valse Van Gogh is maar een paar honderd euro te krijgen. Voor een echte meer dan 10 miljoen. Terwijl het verschil soms nauwelijks vast te stellen is.

Die obsessie met authenticiteit stemt ook een tikkeltje mismoedig. Want authenticiteit is maar een deel van het verhaal over artisticiteit.

Alleen al daarom heb ik zin in de expositie Echt!, vanaf eind maart in het Museum voor Valse Kunst in Vledder, Drenthe. Er zal werk te zien zijn van de Nederlandse kunstenaar Anton Heyboer (1924-2005) en juist dat deel van het oeuvre dat doorgaat als ‘zeker echt’, terwijl van Heyboer voortdurend vals, of in ieder geval verdacht werk opduikt. Door dit echte werk te laten zien naast openlijk valse kunst, relativeert het museum de morele verontwaardiging over valse kunst. Want in een museum gaat het niet om prijzen, maar om schoonheid. Of de waarde van kunst.

Er is nog iets geweldigs aan dat museum in Drenthe. Het beweert het enige in de wereld te zijn speciaal voor valse kunst. Ha, dat is opvallend, want het Välschermuseum in Wenen beweert hetzelfde – zo ontleen ik aan het onlangs verschenen, lezenswaardige boekje Valse kunst en recht. En ja, beide beweringen sluiten elkaar uit. En dus: vals! Beide musea doen wat ze beloven.