Opinie

Het is volbracht

Minister Borst belde zelf naar de redactie van NRC en ze was not amused. Het was vrijdag 13 april 2001. Drie dagen eerder, op dinsdag, had de Eerste Kamer ingestemd met de euthanasiewet. De dag daarna mocht ik Borst een uur interviewen. Donderdag schrijven, vrijdag zou ze alles lezen, zaterdag moest het de krant in – paaszaterdag, maar daar dacht op dat moment nog niemand aan.

Nu zij is gestorven, hoor je gek genoeg opnieuw de grootste onzin over een zinnetje dat ik destijds uit haar mond optekende: „Het is volbracht.” Borst zou ‘ietwat triomfantelijk’ hebben geklonken. Ze zou haar woorden verdacht goed ‘getimed’ hebben. Fanatieke christenen gaan opnieuw los, nu in de sociale media, die we destijds nog niet hadden – toen gingen ze de straat op met groteske toneelstukjes waarin mensen werden ‘afgemaakt’. Daarom nu eens hoe het echt zat.

Borst had tien jaar eerder een belangrijke voorzet voor de euthanasiewet gegeven als lid van de commissie-Remmelink. Die ontdekte dat artsen maar liefst 1000 keer per jaar actief een leven beëindigden zonder dat te melden. Jaren hadden kabinetten dit hoofdpijndossier ontweken, maar om ‘de 1000 van Remmelink’ kon niemand heen: er moesten duidelijke regels komen, zodat artsen de dood op verzoek vaker zouden durven melden. Tien jaar had Els Borst zich hiervoor ingespannen – en ruim dáárvoor ook al, maar dat voert hier te ver. Immer beheerst discussieerde zij met voor- en tegenstanders, die er zelfs tot in de senaat de nazi’s bijhaalden. Dus natuurlijk was Els Borst opgelucht toen de euthanasiewet er eindelijk door was. Dát bedoelde zij, overduidelijk, toen ze lachte: „Het is volbracht!”

Els Borst belde me dan ook over iets heel anders. Waar ze de pest over in had, op haar wellevende wijze, was het bericht voor de voorpagina dat ik bij het interview had gemaakt. Daarin stond het échte nieuwsfeit uit het interview: Borst was niet tegen de zogenoemde ‘Pil van Drion’, het zelfdodingsmiddel voor ouderen, mits het „zó zorgvuldig geregeld kan worden dat het alleen díe hoogbejaarde mensen betreft die klaar met leven zijn”.

Moest dat allemaal nou zo, eh, nadrúkkelijk, vroeg de minister geïrriteerd.

Ja, vond ik.

Els Borst vond dat heel vervelend. Maar ze wilde ook niet ontkennen dat ze het zo had gezegd.

We verwachtten dus dat dáár heibel over kwam. Maar de christelijke partijen zadelden haar liever op met ‘de laatste woorden van Jezus’. Alsof de woorden ‘het is volbracht’ in modern Nederland nog altijd alleen in bijbelse zin betekenis hadden. Borst werd hier opgescheept met een volkomen uit de lucht gegrepen ‘belediging’, die nota bene leidde tot de eerste motie van wantrouwen uit de geschiedenis van de SGP.

Ook toen zij zich in de Kamer moest komen verantwoorden, nam Els Borst geen woord uit het interview terug. Ze stuurde geen agressieve woordvoerders op me af en vroeg niemand de boel een gunstige kant uit te spinnen, zoals nu gebruikelijk is. Els Borst was liever zorgvuldig dan laf.

Ik mis dat in Den Haag. Zij was misschien wel de laatste zoals zij.