En nu snel de trouwringen afhalen

Een aantal winkels van de failliete juweliersketen Siebel zijn, tijdelijk, weer open. „Ik sta hier niet voor het geld, ik sta hier voor de klanten.”

Alles stond er hetzelfde bij als toen de winkel donderdagavond 16 januari werd afgesloten. De verkoopsters hoefden gisteren alleen de vitrines af te stoffen. Ze konden doorgaan waar ze geëindigd waren, alsof Siebel in de tussentijd niet failliet was gegaan.

Op vrijdag 17 januari bleven alle 36 winkels van Koninklijke Siebel Juweliers dicht. Ook de webshop ging plat. Aanvankelijk ontkende Siebel een op handen zijnd faillissement, maar een paar dagen later verklaarde de rechtbank in Amsterdam het bedrijf, dat in 1912 is opgericht, failliet. Na de tegenvallende decembermaand had Rabobank een belangrijk krediet opgezegd, waardoor Siebel in acute nood kwam. De juweliersketen, waar ongeveer 170 mensen werken, heeft een schuld van 16 miljoen euro.

Gisteren gingen twaalf van de 36 filialen weer open. Tijdelijk, weliswaar. Tot 1 maart kunnen klanten in filialen in onder meer Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven, bestellingen of reparaties ophalen en cadeaubonnen inruilen.

Of sieraden kopen. Slim, zo vlak voor Valentijnsdag? „We betalen de huur van de panden, de elektriciteit, de beveiligingsinstallaties. We hebben de mensen. We kunnen net zo goed wat geld gaan verdienen”, zegt curator Marinus Pannevis.

Siebel doet niet aan uitverkoop De reguliere ‘januari-sale’ gaat wel door, maar „om nu een grootschalige uitverkoop te houden, dat leek ons niet verstandig”, zegt Pannevis. Dat zou vervelend zijn voor de partij die de juweliersketen straks overneemt, zegt hij. „Het is lastig om een winkel na een soort opheffingsuitverkoop weer op het oude niveau te krijgen.”

De curator hoopt per 1 maart een doorstart te kunnen realiseren. Dat zou mooi aansluiten op de heropening van de twaalf filialen. Maar, beklemtoont hij, dat wil niet zeggen dat de filialen die nu open zijn ook de winkels zijn die straks openblijven. „Daarover is nog niets bekend.”

Pannevis probeert de Siebel-keten als geheel te verkopen. „In vaktermen: eerst de pap met krenten verkopen, pas daarna de krenten uit de pap.” Tot morgenmiddag zes uur kunnen potentiële kopers de eerste bieding indienen. Na het weekend praat de curator verder met verschillende partijen.

Voorlopig is eenderde van de Siebelwinkels weer open. En als iemand daar blij mee is, is dat het personeel. De zeven medewerksters die deze woensdagmiddag in het Haagse filiaal staan– een dubbele bezetting vanwege de verwachte drukte – stralen van oor tot oor. Zangerig begroeten ze klanten die binnenwandelen, en dat zijn er nogal wat. Bij de andere juweliers in de Haagse binnenstad is het akelig rustig, maar bij Siebel is een onafgebroken stroom klanten. Hoewel het personeel het verhaal steeds moet herhalen, doet het dat in een opperbest humeur. Ja, tijdelijk open! Ja, heerlijk! Ja, nu duimen dat we straks open kunnen blijven!

Aan het eind van de middag meldt curator Pannevis aan de telefoon dat de omzet 40 procent boven een gemiddelde januari-omzet lag. En dat niet uitsluitend klanten met cadeaubonnen naar de winkels zijn gekomen; 20 procent van de omzet is met bonnen betaald.

Een van de verkoopsters, die 6,5 jaar bij Siebel in dienst is, vindt het „heerlijk” om weer aan het werk te zijn. Toen ze op 16 januari werd gebeld dat ze de volgende dag thuis kon blijven, dacht ze alleen maar aan de vaste klanten. „Ik wist: oooh, die mevrouw komt haar trouwring ophalen en die mevrouw haar horloge.”

Terwijl Siebel dicht was, heeft zij op het hoofdkantoor telefoontjes van verontruste klanten beantwoord. En trouwringen rondgebracht. „Als je 38 uur werkt en dat valt ineens weg – dat is nogal wat. Ik wilde dolgraag iets dóén.” Volgende week gaat ze op wintersport – net nu de winkel weer open is. „Daar baal ik van”, zegt ze. „Ik sta hier niet voor het geld, ik sta hier voor de klanten.”

Berichten over ontevreden klanten waren er ook. De curator, monter: „In Goes kreeg het personeel bloemen van de klanten. Maar dat was niet overal zo, nee.”