De bobsleekampioen en het Chinese meisje

Dat Nederlandse bobsleeërs vanaf zondag goed getraind aan de start verschijnen in Sotsji, is mede te danken aan de liefde tussen een Italiaanse ijsverkoper en een Chinees meisje. En een ongeluk in 1964.

Aan het eind van elke winter, wanneer hij weer in de trein terug naar Nederland zat, werd Italo de Lorenzo overvallen door melancholie. Hij miste de Italiaanse bergen zodra het vlak werd. Maar in februari 1964 was zijn gemoed nog zwaarder dan anders.

De Lorenzo was de kersverse Europees kampioen bobsleeën. Hij was in de sporen getreden van zijn broer de wereldkampioen en zijn legendarische neef Eugenio Monti. Toch voelde hij zich verloren. In Nederland zou hij weer gewoon ijscoman zijn in de Utrechtse salon Venezia van zijn vader. In Nederland kende niemand de bobsport.

Vijftig jaar later kijkt Italo in zijn riante woning aan de Utrechtse Oudegracht juist met plezier terug op die bizarre winter van 1964. Hij zou er de liefde van zijn leven aan overhouden en hij zou zijn andere liefde, de bobsleesport, introduceren in Nederland. Maar dat alles wist de 24-jarige Italo nog niet op de barre terugweg via koude Duitse spoorwegstationnetjes naar Nederland. Hij wist toen alleen dat hij ternauwernood aan de dood was ontsnapt.

Bevroren bergwegen

Tijdens hun kampioensrace was hij met zijn piloot Nevio de Zordo door de bochten van de befaamde baan van St. Moritz gevlogen. Ze waren perfect in balans geweest. Hij had revanche genomen op het missen van de Olympische Spelen. Als underdog hadden ze de favorieten verslagen en na afloop vielen zijn meegereisde dorpsgenoten hem in de armen vielen. Maar dat was niet waar Italo aan dacht terwijl hij naar buiten staarde door het treinraampje waarlangs het smeltwater naar beneden liep. Hij zag die andere afdaling. Die met de auto terug naar zijn geboortedorp.

Het Italiaanse team had de overwinning gevierd met de fans en champagne. Italo had maar één glas gedronken, want ze moesten nog diezelfde dag terug naar Pieve rijden. Hij had zijn vader opgebeld, die voor zaken in het dorp was. Zijn vader was jarig die dag.

„Italo, figlio mio, dit is het mooiste verjaarscadeau dat ik ooit heb gehad. Mijn zoon is een kampioen!”

Met alle supporters er achteraan was het een feestende stoet auto’s die door de Alpen trok. In Italo’s Volkswagen zaten Nevio en nog een bobber van het Italiaanse team. De weg lag in de zon en was ijsvrij. Italo gaf gas, je hoeft een bobsleeër niet uit te leggen hoe je over bergwegen rijdt.

Hij stuurde een bocht in. Toch ijs. De auto slipte. De berg had de zon tegengehouden. Hij probeerde te corrigeren, remde en voelde hoe hij de controle verloor. Hij kende dat gevoel maar al te goed. Als jongetje was hij sleeënd over bevroren bergwegen vaak op deze manier in de berm, tegen een boom geëindigd, of in een dal.

De Volkswagen dook de witte helling af. De bomen braken de snelheid, de auto schoot heen en weer als in een flipperkast. Italo had zijn handen om zijn hoofd gevouwen en trachtte zijn nek te beschermen. Zo hadden de bobsleeërs dat geleerd; niets doen, wachten tot het ophoudt en bidden dat het goed komt.

Splash! Italo voelde ijskoud water de auto in komen. Ze lagen ondersteboven in een rivier. Zijn borstkas en gezicht deden vreselijk pijn, maar hij negeerde het, ze moesten zo snel mogelijk de auto uit. De deur naast hem was weg, Nevio was er halverwege de helling uitgevallen. Italo slaagde er in naar buiten te klimmen.

Een week had hij in het ziekenhuis gelegen. Zijn vader was langsgekomen en had zonder groeten de dekens van zijn ziekenhuisbed getrokken, overtuigd een verwoest lichaam te zien. Maar Italo had zich goed beschermd tijdens de val. Hij had een gebroken neus en kneuzingen. De anderen lagen met gebroken ribben in het ziekenhuis. Pas toen hij later de foto’s zag van de bocht en de helling, realiseerde hij zich dat hij had dood kunnen zijn.

Meisje met de brillen

Een bobber die de controle over zijn auto verliest. Met dat beeld rijdt Italo Utrecht binnen voor een seizoen hard werken in de ijssalon. Anoniem werk, denkt hij dan nog, maar dat zou veranderen. Hij was tijdens het kampioenschap een journalist van het Utrechts Nieuwsblad tegengekomen: Frans Henrichs. Die was in St. Moritz om verslag te doen van het schansspringen, maar leek ook geïnteresseerd in een stuk over een Utrechtse bobsleeër.

Dat voorjaar werkte Italo zo hard dat het hem eerst niet opviel dat hij er een vaste klant bij had. Bijna elke dag kwam een bebrild Chinees meisje langs. Ze nam altijd haar broertje en zusje mee die een ijsje mochten uitzoeken. Hij herkent het meisje vaag, ze is van restaurant Drakenburg. Hun vaders hebben ooit zaken gedaan. Hij probeert niet te veel aandacht aan haar te besteden. Ze is nog jong, zeventien jaar. Hij is vijfentwintig en bezig met een carrière in de topsport, daar kan hij geen meisje bij gebruiken. Als zijn ogen toch even de hare ontmoeten, wendt hij ze snel weer tot de ijsbakken.

Op haar kamer heeft het meisje, Mia, een artikel uit het Utrechts Nieuwsblad hangen. Henrichs heeft een paginagroot verhaal geschreven over een Italiaan die in Utrecht woont, die Europees kampioen is geworden in een gevaarlijke sport, bobsleeën. En die na het kampioenschap bovendien bij een auto-ongeluk aan de dood ontsnapt is.

Maar die tekst interesseert haar niet zoveel. Het gaat haar om de foto van die brede Italiaan.

Op een dag wordt Italo gebeld door een meisje, dat vraagt of hij op haar verjaardagsfeest wil komen. Ze klinkt als het Chinese meisje. Italo glimlacht. „Ben jij het meisje met de brillen?” Brillen, denkt hij direct, klopt dat? Ochiali is meervoud, maar hoe zeg je dat in het Nederlands?

„Wat zeg je?”

„Ben jij het meisje met de bril die soms in de ijssalon komt?”

„Hi hi, nee, dat is mijn zusje. Wil je haar ontmoeten op mijn verjaardag?”

„Zal ik dan niet meteen nu even langskomen om kennis te maken?”

„Wacht even hoor (...) ja, dat vindt ze leuk.”

Die avond wordt Italo verliefd op het meisje met de brillen. De weken erna zoeken ze elkaar vaak op. Hoewel hij heel goed weet dat het zijn bobsleecarrière zal bemoeilijken, gaan de gesprekken dan al snel over trouwen en over het openen van een eigen ijssalon. Het jaar erna mist hij op één honderdste van een seconde het goud op het WK. Hij besluit te stoppen als bobber.

Bob en Slee Bond

Nu, vijftig jaar later, moet Italo glimlachen als hij terugdenkt aan die tumultueuze winter. Hij had niet kunnen denken dat hij een ijssalon in Utrecht boven een bobslee in Italië zou verkiezen. Samen met Mia begon Italo te experimenteren met nieuwe smaken ijs. Venezia was door zijn vader een instituut in Utrecht sinds 1928, Italo breidde de bekendheid uit.

Maar hij zei de bobsport nog niet vaarwel. Italo hield contact met journalist Henrichs die bij de NOS verslag deed. Bobsleeën werd steeds bekender in Nederland en Italo hielp Henrichs als commentator. Soms spraken ze over Italo’s droom, een Nederlandse bobsleebond. Bij het WK van 1977 vertelt Henrichs live over deze droom. De volgende dagen komen er tientallen brieven binnen van aspirant-bobbers. Een jaar later richten Henrichs en Italo de Bob en Slee Bond Nederland op. Uiteindelijk kwam er zelfs een bobstartbaan in Nederland.

Italo beaamt het: „Dat we nu goede bobbers naar Sotsji afvaardigen, komt door dat ongeluk in 1964, anders had ik Mia niet ontmoet en was ik misschien wel bobsleeër voor Italië gebleven.”

Als erevoorzitter mag Italo (74) mee naar Sotsji, maar hij kan niet in verband met medicijngebruik. Hij volgt het via de televisie en rekent op een goede middenmoot voor de Nederlandse bobbers. „Ze gaan zelfs boven de Italianen eindigen.”