Opinie

Uit de Unie. Echt!

Eigen Alp eerst, dacht een krappe meerderheid van de Zwitsers dit weekeinde, en stemde per referendum vóór quota op de immigratie uit de omringende EU-landen. De reactie van Viviane Reding, de vicevoorzitter van de Europese Commissie, loog er niet om. Zij wees erop dat het vrije verkeer van personen niet los te zien is van dat van goederen, diensten en kapitaal. De gemeenschappelijke markt is, ging zij verder, geen gatenkaas.

Nu is Zwitserland geen lid van de EU, en dus ook niet van die gemeenschappelijke markt, maar in de praktijk is zij dat wel. Omringd door EU-landen, en met grote economische belangen bij dat andere vrije verkeer, zit het land met tal van overeenkomsten vast aan de de EU. Een oplossing à la carte zit er niet in – als het wat Brussel betreft niet bij blaffen blijft, maar er ook daadwerkelijk gebeten wordt. De hele zaak geeft een aardige inkijk in de verlangde Zwitserse status voor Nederland, die vorige week in opdracht van de PVV werd onderbouwd door een rapport van het Britse Capital Economics.

Het verlaten van de Europese Unie, volgens het rapport goed voor flinke winsten in welvaart (plus 10 tot 13 procent in 2035), wordt ook hier à la carte gebracht. Het idee is dat Nederland een positie zou kunnen innemen buiten de EU, maar met alle gewenste toegang tot de Europese markt. Dat is een fictie: doorvoer en transport zijn de levensader van onze economie. Dat vrije verkeer van goederen dus, waarvan Reding terecht zegt dat het niet als enige uit het palet van voordelen gekozen kan worden. Rotterdam? Zodra er een Nederlandse exit aan de horizon verschijnt, beginnen ze in Hamburg en Antwerpen met de bouw van extra terminals.

De afweging tussen de voor- en nadelen van economische integratie is altijd lastig geweest. Kijk naar handelsovereenkomsten. Die leiden vaak tot zichtbaar verlies en onzichtbaar voordeel. Ja, die ene fabriek moet dicht door de toegenomen concurrentie uit het buitenland, en plots staan er duizend man op straat. Daartegenover staan de kleine voordelen van een massa aan ondernemingen die nu beter hun spullen in het buitenland kunnen slijten. Die voordelen zijn veel groter, maar vallen minder op.

Economische integratie, in Europa en tussen Europa en de rest van de wereld, heeft sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog gezorgd voor een geweldige welvaartsgroei. De fragmentatie van de wereldeconomie waarin Europa in 1914 slaapwandelend terechtkwam, was zo groot dat de internationale openheid pas begin jaren negentig weer even groot was als destijds.

Het peil waarop onze rijkdom terecht is gekomen lijkt vanzelfsprekend. Maar de afgelopen vijf jaar van economische crisis zijn een boswandeling vergeleken bij wat er gebeurt als het internationale systeem weer fragmenteert.

Het hele idee dat Nederland in zijn eentje uit zo’n arrangement zou kunnen stappen om er van buitenaf alleen nog de voordelen van te plukken is een fictie. Niet alleen omdat die eenzijdigheid ons niet zal worden gegund. Maar ook omdat de anti-sfeer niet op zichzelf staat. Een exit zal, als die al plaatsvindt, vermoedelijk komen te midden van een Europese crisis – of die zelfs veroorzaken.

Groot is die kans nog niet – klein genoeg zelfs om er flink over te doen. Dik doen over een exit is net als een peuter die zelf avonturen in het klimrek beleeft terwijl vlak onder hem papa en mama met uitgestrekte armen klaar staan. Of de man die scheurend over de snelweg slalomt, zonder te beseffen dat alle andere weggebruikers hem (en zichzelf ) voortdurend behoeden voor een ongeluk.

Zelf gedaan. Knap hoor!