Steeds hoger, verder, dodelijker

Iouri Podladtchikov haalde gisteren zijn eerste gouden olympische medaille in de halfpipe, de ijzige halve buis die steeds hoger wordt. Met steeds meer ernstige ongelukken. Een zieke ontwikkeling, stelt Igor Wijnker.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron.
Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

Dit weekeinde zag ik de huiveringwekkend mooie documentaire The Crash Reel (2013) over topsnowboarder Kevin Pearce die in 2009 zwaar hersenletsel opliep bij een val in de half- pipe. Ik werd weer teruggeslingerd naar mijn jonge wilde jaren, toen ik ook doldwaze dingen op mijn board deed. Op een lager niveau, laat dat duidelijk zijn. Wat betreft snowboarden, want wat waaghalzerij betreft deden wij nauwelijks onder voor die professionals.

Ik heb het over wij, want freestyle snowboarden doe je meestal in een groep. Omdat je niet onopgemerkt wilt blijven, om elkaar te pushen en overtreffen. Ik kan me een avond herinneren waarop we veel flesjes bier meenamen naar een verlichte schans. Dat was in de tijd toen de Big Air-wedstrijden in korte tijd heel populair werden. Hoe meer bier we dronken, hoe meer we durfden en hoe hoger en verder we kwamen. En hoe harder we vielen. Het grappige was dat het helemaal geen pijn deed als je dertig meter door de lucht vloog en van vijf meter hoogte op je rug op de ijzige piste kwakte.

Nog één voorbeeld om de psyche van die rare freestyle boarders te duiden. Bij een Nederlands kampioenschap in Les Arcs kwam iemand van ons op het lumineuze idee van een hoog balkon in de metersdiepe zachte sneeuw te springen. Al snel ontaardde dit in een wedstrijd wie van de hoogste etage durfde te springen. Danny, een prachtig maar volkomen geschift opdondertje, stortte zich van zo’n belachelijke hoogte naar beneden en maakte zo’n diepe krater dat we hem eruit moesten trekken. Uiteraard was hij de held van de dag. Een paar dagen later zette de dooi in en werden de massieve betonnen pilaren zichtbaar waar wij op de een of andere wonderlijke manier telkens precies naast waren gesprongen.

Het liep niet altijd goed af

Allard, een niet eens zo waaghalzerige boarder, was lekker offpiste in de Franse Alpen aan het glijden met zijn vrienden. Terwijl zij de sporen volgden en naar rechts gingen, werd Allard gelokt door een maagdelijk poederveld dat links onder hem lag. Even later surfde hij, vrij als een vogel, over de bijna geruisloze sneeuw. Allard bekommerde zich niet om wat er achter die bult lag: een afgrond. Hij brak alles wat je kunt breken zonder te overlijden en raakte in een coma. Er werd weinig over gesproken, er rustte een soort taboe op zijn ongeluk. Toen ik hem een paar jaar later weer zag, herkende ik Allard nauwelijks. Hij liep heel behoedzaam en zijn oogopslag leek op die van een gedrogeerde.

Dat opdondertje van die krater kwam ik vorig jaar ook weer tegen, in Amsterdam. Inmiddels hadden we beiden een baard en een kind. We dachten niet dat het ooit zou gebeuren, maar we waren volwassen mannen geworden, met een gezin. Misschien zag hij mij ook ietwat mank weglopen. Op sommige ochtenden heb ik de hele dag zoveel last van mijn linkerheup dat zelfs even naar de supermarkt lopen een helse opgave is. Mijn onderrug is zwak en in mijn linkerpols voel ik regelmatig een stekende pijn.

Toch had ik er geen seconde van willen missen. En zodra ik een boarder zie, zoals nu bij de Olympische Spelen, leef ik mee alsof ik zelf op die plank sta. Als ik de vrouwen bezig zie, denk ik: een ‘frontside 360’ lukt mij ook nog wel.

Daar hebben meer voormalige sporters last van: een niet geheel realistische kijk op de zaak. In de documentaire The Crash Reel wordt dit pijnlijk duidelijk als Kevin Pearce, na twee jaar intensief revalideren en eindeloze discussies met zijn familie en tegen het advies van zijn dokter in, tóch weer gaat snowboarden. En ja hoor, daar zit hij weer op de zachte kussens van de stoeltjeslift met zijn vrienden.

Kevin is ervan overtuigd dat hij weer naar de Spelen gaat. Het zijn ontluisterende beelden: hij valt al bij het maken van een simpel bochtje. Wat naast de piste niet zo zichtbaar is – dat zijn hersenen zijn beschadigd – wordt hier pijnlijk duidelijk: zijn lichaam heeft geen controle over zijn board. Wij weten dan al genoeg: dat wordt nooit meer wat met zijn carrière.

Organisatie moet grenzen stellen

Accepteren dat je niet meer je oude niveau haalt, is het moeilijkste. Omdat ik het nu eenmaal niet laten kan, stap ik heel soms nog op een skate- of snowboard. Maar inmiddels heb ik met mezelf afgesproken dat ik geen nieuwe trucs meer zal proberen. Terwijl dat juist altijd mijn grote drijfveer was, en het motto is van de elke actiesport: voortdurend je grenzen verleggen.

Dat gaat steeds verder. Uiteraard, zou ik bijna willen zeggen. Maar het is een zieke ontwikkeling, bewijst deze documentaire. Het is aan de organisaties en sponsors grenzen te stellen, niet aan de boarders. Je vraagt ook niet aan een junk of hij de volgende keer iets minder drugs wil. Maar vooralsnog tellen hoge kijkcijfers en inkomsten méér dan het welzijn van de boarders.

Toen ik nog aan Nederlandse kampioenschappen meedeed, waren de wanden van de ijzige halfpipes hooguit vier meter hoog. Nu zijn ze zeven meter. En daar vliegen figuren als tot gisteren olympisch kampioen Shaun White soms negen meter bovenuit. Dan is het wachten op carrière- of levensbeëindigende crashes.

Ergens halverwege The Crash Reel wordt een compilatie getoond van valpartijen van extreme sporters. Vroeger zaten die altijd aan het eind van een skate- of snowboardfilm en dat was altijd lachen, want de boarder stond uiteindelijk toch wel weer op. Meestal ook lachend: de truc was niet gelukt, maar we hadden wel mooi materiaal voor de aftiteling.

Nu ontging het lachen mij. De snelheden en valpartijen werden steeds extremer, totdat ik nauwelijks nog durfde te kijken. Het zweet stond in mijn handpalmen. Een vreemd soort opluchting maakte zich van mij meester: dat ik hiernaar met mijn volle verstand zat te kijken (al weet je dat nooit zeker) en ik al die jaren inderdaad het geluk aan mijn zijde heb gehad.

De naam Allard is gefingeerd Zie ook pagina 10 en 11 voor meer olympische spelen