Schutters samen in eigen museum

Nu hangen ze nog in depots, maar drie Amsterdamse musea verwachten veel publiek te trekken met dertig zeventiende-eeuwse groepsportretten.

Adriaen Backer, De regenten en regentessen van het Oude Mannen- en Vrouwengasthuis (1676, olieverf op doek, 197 × 457 cm)
Adriaen Backer, De regenten en regentessen van het Oude Mannen- en Vrouwengasthuis (1676, olieverf op doek, 197 × 457 cm) Collectie Amsterdam Museum

Paul Spies, directeur van het Amsterdam Museum, kreeg het idee in 2010 in Wenen. Tijdens een verbouwing van zijn eigen museum, organiseerde het Kunsthistorisches Museum in Wenen een tentoonstelling met groepsportretten uit de collectie van het Amsterdam Museum. „Het was een indrukwekkend gezicht, al die regenten-, schutters- en gildestukken bij elkaar”, zegt hij.

De Weense tentoonstelling trok daarna in München rijen van bezoekers. En ook in Sint Petersburg en Moskou kwamen de bezoekers vorig jaar tijdens een tentoonstelling in het Nederland-Ruslandjaar in drommen op de groepsportretten van Nederlandse burgers uit de zeventiende eeuw. Stukken - „zusjes en broertjes van De Nachtwacht en De Staalmeesters van Rembrandt” - die veelal in depot staan bij het Amsterdam Museum en ook het Rijksmuseum.

Vanaf eind november zijn ze permanent te zien in een nieuw museum van de zeventiende eeuw in Amsterdam. Onder de tentoongestelde werken zullen De anatomische les van dr. Deijman van Rembrandt en schuttersportretten van onder meer Govert Flinck en Nicolaes Pickenoy zijn. De Hermitage stelt zijn Herenvleugel ervoor beschikbaar. „Wij kunnen zo onze 17de-eeuwse identiteit laden”, zegt directeur Cathalijn Broers. „Ons gebouw komt zo eindelijk helemaal tot zijn recht.”

Met een combikaartje van 5 euro kunnen bezoekers zowel de nieuwe Gallery of the Golden Age als de tentoonstelling in de Hermitage bezoeken. In Nederland worden de werken vaak los getoond, omdat er geen ruimte is voor de gigantische werken. Het Schuttersstraatje in het Amsterdam Museum is daarop een uitzondering.

„Buitenlandse musea zijn jaloers op onze collecties van groepsportretten”, zegt conservator Norbert Middelkoop van het Amsterdam Museum. „Zij hebben die nooit kunnen krijgen. De regenten- en schuttersstukken zijn altijd goed bewaard door de gemeente Amsterdam. Alleen de gildestukken, waaronder anatomische lessen, zijn op de kunstmarkt gekomen. Maar in de negentiende eeuw heeft een medisch genootschap veel van die anatomische lessen opgekocht en geschonken aan Amsterdam.” Ook voor buitenlanders wordt de nieuwe Gallery of the Golden Age zo een uitgelezen kans om deze stukken te zien. Voor de Hermitage is het een kans om het aantal bezoekers flink op te vijzelen.

Het Amsterdam Museum neemt het financiële risico voor Gallery of the Golden Age. Volgens Spies is het nieuwe museum uit de kosten als er 150.000 tot 200.000 bezoekers komen. „Maar ik verwacht er meer.”

De drie musea willen in het museum het verhaal vertellen achter de groepsportretten, die een illustratie van de opkomst van de burgerij zijn. „Ze tonen de egalitaire samenleving die Nederland toen al was”, zegt conservator Martine Gosselink van het Rijksmuseum. Haar museum staat een tiental stukken af van de ‘spijtlijst’: werken die conservatoren in het nieuwe Rijksmuseum graag op zaal hadden willen hangen, maar die afvielen bij de strenge selectie.