Persoonlijk verslag En zo voelt dat voor een Bosnische

Masha Durkalic uit Sarajevo, de auteur van het stuk rechts op deze pagina.
Masha Durkalic uit Sarajevo, de auteur van het stuk rechts op deze pagina. Foto Dzenat Drekovic / beeldbewerking fotodienst nrc

Mijn hele leven al woon ik in dit land. Ik ben opgegroeid in deze stad, Sarajevo, waar de Eerste Wereldoorlog in 1914 ontvlamde. De stad die tijdens de Bosnische oorlog in de jaren negentig maar liefst 1.425 dagen werd belegerd, maar nooit viel. De langste belegering uit de moderne geschiedenis.

Ik heb sinds mijn twintigste levensjaar aan talloze protesten deelgenomen in Sarajevo, hopend op een beter leven. Om mij heen zie ik intelligente, getalenteerde mensen, die dag na dag proberen te overleven. Ze hebben geen werk. De uitzichtloosheid van die situatie maakt je verveeld, gefrustreerd, boos. Geen enkel ander land zit op je te wachten. En waarom zouden ze ook. Wij zijn een land van vier miljoen mensen, gevangen in het hart van Europa.

Jaar na jaar woonde ik demonstraties bij, vaak met mijn collega en vriend Belma Becirbasic. Marcheren, gillen, protesteren en soms ook helpen organiseren: wij willen het hier beter krijgen. Maar dat is nooit gebeurd.

De demonstraties tegen economische stagnatie en de JMBG-protesten van vorig jaar waren de laatste keren dat er vreedzaam actie werd gevoerd in Bosnië-Herzegovina. JMBG is een afkorting voor het unieke geboortenummer dat iedere burger hier hoort te krijgen. Door de bureaucratische puinhoop was er een doodzieke baby overleden. Ze kreeg geen geboortenummer, daarom geen paspoort en kon dus niet met haar ouders naar het buitenland voor behandeling. We omsingelden tijdens de JMBG-protesten het parlement. We maakten muziek, deelden voedsel en water met elkaar, waren vreedzaam. Alles wat we wilden was een betere toekomst voor de kinderen van dit land. Weer kregen we niets.

Twintig jaar na de laatste van vele oorlogen, in een land dat tussen 1992 en 1995 is verwoest door nationalisten van links, rechts en het midden, ontplofte de boel opnieuw. Van ongenoegen. Uitgerekend in 2014, het jaar dat we het begin van de Eerste Wereldoorlog gedenken. De protesten begonnen in Tuzla, waar ontslagen werknemers van geprivatiseerde en daarna in faillissement geraakte fabrieken financiële genoegdoening eisten. En ze eisten respect voor hun menselijke waardigheid. De dagen erna breidden de protesten zich uit, Zenica, Sarajevo, Bihac… En op 7 februari, op één dag na dertig jaar nadat de Olympische Winterspelen in Sarajevo werden gehouden, knakten de mensen.

Ongeveer iedere kwetsbare maatschappelijke groepering heeft de afgelopen jaren geprobeerd om op een vreedzame wijze aandacht te krijgen voor haar wensen. Nu is de tijd van harde acties gekomen.

Door het gehele land zijn overheidsgebouwen bestormd en is de inventaris geplunderd of vernield. Computers of meubilair werd door de ramen gesmeten. Er werden branden gesticht. Het gebouw van het bestuur van het district Sarajevo is volledig afgefikt. Ook delen van presidentiële gebouwen, auto’s en politievoertuigen gingen in vlammen op. De politie probeerde de demonstrerende burgers met harde hand aan te pakken. In Sarajevo werden veertig mensen opgepakt, in de rest van het land nog veel meer. Op die 7de februari veranderde het recente vreedzame volksprotest in een vuurzee.

Veel van de rellende demonstranten waren jongeren, die nu allemaal ‘hooligan’ worden genoemd. Van de veertig arrestanten in Sarajevo waren er vele minderjarig. Zij zaten zonder ouders of juridische bijstand op de politiebureaus, waar ze vaak nog een paar klappen toe kregen.

Afgelopen zondag gingen mensen, zoals elke dag sinds vorige week, de straat weer op. Nu ook om de vrijlating van deze jongeren te eisen. Zij zijn een product van onze maatschappij, waar gezinnen aan de grond zitten door armoede. Waar gebrek is aan scholing. En als er als scholing is, zit iedereen met honger in de klas. Deze jongeren, deze ‘hooligans’, worden nu bestempeld als de verantwoordelijken voor de onlusten. Alleen maar omdat zij zich fysiek keerden tegen hetgene waar wij al twintig jaar mentaal tegen strijden.

Veel media gingen gretig aan de haal met de rellen. Vaak geholpen door zittende politici, werden de verhalen zo gedraaid dat het zelfs leek alsof de demonstranten allemaal onder invloed van drugs waren. De terminologie werd zorgvuldig gekozen: ‘hooligans’, ‘gewelddadige protesten’, ‘zaken lopen uit de hand’, ‘dit doet denken aan 1992’. De geïnterviewden waren vaak van de regerende partijen en refereerden vaak aan een ‘oorlogssfeer’, een term die in Bosnië-Herzegovina nogal traumatisch beladen is.

De media zijn deel gaan uitmaken van een machine die de rijken en de corrupte politieke elite beschermt. Leden van die elite proberen het publiek continu met leugens te manipuleren. De demonstranten waarschuwen elkaar nu: wees voorzichtig met wat je gelooft. Probeer jezelf te informeren via veel verschillende bronnen en lees vooral ook de persoonlijke getuigenissen via sociale media als Facebook en Twitter.

Waarom is dit nú gebeurd? De mensen hebben niets meer te verliezen. Wie niets heeft, zal uiteindelijk dingen stukmaken en in brand steken. Ik juich een gewelddadig protest niet toe, maar ik zal altijd gaan staan voor mensen die niets hebben en proberen te vechten vóór waardigheid en tegen de corrupte politieke elite die hen in deze situatie heeft doen belanden. Je denken verandert als je een vrouw tegen de politie hoort schreeuwen dat ze niet weet waar haar zoon is. Als je een 17- jarige hoort vertellen dat hij in een kelder gemarteld is en dat zijn vrienden op een onbekende locatie worden vastgehouden.

Ik betreur het geweld. Maar helaas: het moest gebeuren. Er waren geen andere opties meer. Uiteindelijk beklijft vooral het gevoel dat er misschien, na zo’n lange tijd, eindelijk eens iets gaat veranderen.

Misschien lukt het ons deze keer wel. We kunnen hier niet weg. Wij horen hier.