Ontslaan wordt voor hem wel/niet duurder

Is het nieuwe ontslagrecht een vooruitgang of een molensteen voor kleine bedrijven? // Vandaag en morgen praat de Kamer erover // „Iedereen ziet de bui hangen”, zegt een ondernemer

De kleine ondernemer is politiek ineens een groot onderwerp. Het economisch herstel en de banengroei moeten ‘van onderaf’ komen, zegt de ene na de andere partij – met ook de gemeenteraadsverkiezingen in gedachten.

Geert Wilders van de PVV wil deze maand ‘topoverleg’ over de kleine ondernemers met voorzitter Michaël van Straalen van MKB Nederland en diens voorganger Hans Biesheuvel, gezicht van ondernemersorganisatie ONL.

CDA-leider Sybrand van Haersma Buma kwam met maatregelen om de lasten voor kleine bedrijven te verlagen. „Vroeger hadden we industriepolitiek, nu moeten we een politiek voor het midden- en kleinbedrijf voeren”, zei Buma.

De vraag is nu vooral of kleine ondernemers gebaat zijn bij een van de grootste hervormingen van de arbeidsmarkt van de laatste jaren: het nieuwe ontslagrecht in de Wet werk en zekerheid. Het wetsvoorstel wordt vandaag en morgen behandeld in de Tweede Kamer.

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (PvdA) beantwoordde twee weken geleden al vragen van Tweede Kamerfracties. Vooral: wat gaat het de ondernemers kosten?

Nu krijgen werknemers bij ontslag nog een gouden handdruk van hun werkgever, een vergoeding via de kantonrechter of helemaal niets – als werkgevers de ontslagvergunning aanvragen via uitkeringsinstantie UWV.

Eindeloos in beroep gaan

Maar vanaf juli 2015 heeft iedereen die langer dan twee jaar in dienst is recht op een ‘transitievergoeding’: bedoeld voor scholing of om de overstap naar een nieuwe baan te maken. Deze transitievergoeding is eenderde tot een half maandsalaris per dienstjaar, tot maximaal 75.000 euro.

In zijn geheel zullen de ontslagkosten dalen, omdat de transitievergoeding lager zal uitvallen dan de kantonrechtersformule (vaak één maandsalaris per dienstjaar), schreef Asscher aan de Kamer.

Maar wat het voor het midden- en kleinbedrijf betekent, is volgens zijn ambtenaren moeilijk uit te rekenen. Kleine ondernemers kunnen „relatief hogere kosten” krijgen, omdat zij werknemers nu vaker ‘gratis’ via het UWV ontslaan, aldus de minister. Tot 2020 geldt voor kleine bedrijven daarom een zachter overgangsregime: oudere werknemers hoeven ze minder transitievergoeding te betalen.

Het is een „molensteen om de nek” van kleine ondernemers, zegt Biesheuvel in het kantoor van ONL (met ruim tienduizend tientjesleden) in Den Haag. Hij verzamelt al maandenlang zorgen van mkb’ers op de werkvloer – op markten en via online-enquêtes. „Geen ondernemer kan zich vinden in het idee over de ontslagregels”, zegt hij.

Meer dan 90 procent van de ontslagen in het mkb is om bedrijfseconomische redenen, zegt Biesheuvel. Gaat het ontslag via de kantonrechter, dan is het dossier daarna ook gesloten.

Maar straks kunnen werknemers de hoogte van hun transitievergoeding tot aan de Hoge Raad aanvechten. Biesheuvel: „Werknemers kunnen eindeloos in beroep gaan. Voor werkgevers kan dat betekenen dat ze hun bedrijf niet meer kunnen redden.”

Biesheuvel was er vorig jaar zelf bij, als voorzitter van MKB-Nederland, toen de sociale partners de basis voor het nieuwe ontslagrecht legden in het sociaal akkoord. Maar volgens hem maakten daarin de grote werkgeversorganisatie VNO-NCW en vakcentrale FNV „de dienst uit”. „Wij waren als MKB-Nederland een te kleine appel in de VNO-NCW-boom.”

Met zijn nieuwe organisatie ONL wil Biesheuvel kleine ondernemers een stem geven in Nederland. „De politiek moet zich gaan realiseren dat Shell anders is dan de slager om de hoek. Ze zijn allebei belangrijk, maar bij kleine bedrijven hoor ik steeds vaker: ik ga toch niet mijn nek in de strop leggen door mensen in vaste dienst aan te nemen?”

Het scheelt juist kosten

Michaël van Straalen van MKB-Nederland (150.000 aangesloten bedrijven) herkent zich niet in het beeld dat het grootbedrijf de kleine ondernemer overvleugelt. „Wat je wel kunt stellen is dat het mkb harder door de crisis wordt getroffen.”

Door het „circus van lastenverhoging” en door de „regeldruk” van politiek Den Haag en de gemeenten, zegt Van Straalen. „En omdat banken weinig toeschietelijk zijn met financiering. Laat ik het maar netjes formuleren.”

Mkb-bedrijven kunnen met het nieuwe ontslagrecht juist goedkoper uit zijn, denkt Van Straalen. „Voor een zuivere vergelijking moet je ook de loonkosten tijdens de ontslagprocedure meerekenen.”

Nu kan de ontslagaanvraag via het UWV uitlopen tot acht weken of langer, volgens Van Straalen. Maar in de nieuwe wet is deze procedure vastgesteld op een termijn van vier weken.

Stel dat werkgevers straks een maand minder loon door hoeven te betalen, dan zijn ze ondanks de nieuwe transitievergoeding voordeliger uit, denkt Van Straalen.

Het omslagpunt, zegt hij ook, zit ongeveer bij werknemers die tien jaar of langer in dienst zijn. Zulke trouwe werknemers krijgen in de nieuwe regels iets meer transitievergoeding.

MKB-Nederland ziet nog wel wat punten die om verbetering vragen. Wie draait op voor de extra loonkosten als het ontslag via het UWV toch uitloopt? Hoeveel mogen werkgevers van de transitievergoeding aftrekken als ze al eerder hebben geïnvesteerd in opleiding of omscholing? En hoe kun je bij een reorganisatie zoveel mogelijk van je beste werknemers vasthouden?

Werknemers zelf krijgen onder de nieuwe wet minder dan van de kantonrechter. Wie zijn transitievergoeding netjes besteedt, mag deze kosten fiscaal aftrekken. Maar je mag met het geld ook wat anders doen: een weekje Kreta bijvoorbeeld, om goed uitgerust aan een nieuwe baan te beginnen.