Nederige Plasterk laat zich niet in een valkuil duwen

Minister Plasterk overleeft het debat over zijn toezicht op de geheime diensten. De oppositie is boos, maar weet niets te bereiken. VVD en PvdA vinden dat de oppositie de minister geen eerlijke kans heeft gegeven.

Foto links: De fractievoorzitters namen na middernacht het debat over van de fractievoorzitters. D66-leider Pechtold (links) overlegt over de te voeren strategie metBuma (CDA) en Roemer (SP), en metD66-Kamerlid Schouw en twee voorlichters. D66 trok anders dan bij andere belangrijke debatten in de laatste maanden niet meer op met ChristenUnie en SGP.
Foto links: De fractievoorzitters namen na middernacht het debat over van de fractievoorzitters. D66-leider Pechtold (links) overlegt over de te voeren strategie metBuma (CDA) en Roemer (SP), en metD66-Kamerlid Schouw en twee voorlichters. D66 trok anders dan bij andere belangrijke debatten in de laatste maanden niet meer op met ChristenUnie en SGP. Foto’s David van Dam

Fotografen blokkeren de roltrap naar de vergaderzaal. Journalisten zetten hun camera’s op en klappen hun laptops open om live verslag te doen van het debat. Opgewonden politici en journalisten klitten samen in de wandelgangen. Tekenen van een politicus in problemen. Hoewel de coalitie Ronald Plasterk bleef steunen, dachten velen dat hij het eind van de avond niet zou halen als minister van Binnenlandse Zaken. Toch deed hij dat wel.

De stiltecoalitie

Debatteren kan ook acht uur zwijgen betekenen. Als om kwart voor drie in de ochtend blijkt dat PvdA’er Plasterk aanblijft, hebben de Tweede Kamerleden van coalitiepartijen VVD en PvdA al uren niets meer gezegd. Nadat zij hun eigen bijdrage in het debat, zo aan het begin van de avond, hebben geleverd, verschijnen de coalitiewoordvoerders niet meer voor de microfoon.

Die strategie – de oppositie de bewijslast laten leveren, en verder vooral niets zeggen wat in het nadeel van de minister kan uitpakken – blijkt onderdeel van een succesvolle verdediging van Plasterk. Deze strategie probeerden VVD en PvdA twee weken ook, in het debat met staatssecretaris Frans Weekers. Het was toen uiteindelijk een opmerking van PvdA’er Henk Nijboer die oppositiepartijen de gelegenheid gaf Weekers in een onmogelijke positie te manoeuvreren.

Plasterk is in de problemen gekomen omdat hij de Tweede Kamer tegenstrijdige verklaringen heeft gegeven voor het feit dat de Amerikaanse afluisterdienst NSA beschikte over 1,8 miljoen belgegevens van Nederlandse herkomst. Op 30 oktober legt hij uit dat die gegevens, gemeld in een publicatie van het Duitse blad Der Spiegel over spionageactiviteiten van de Amerikaanse afluisterdienst, door de Verenigde Staten zonder medeweten van Nederland moesten zijn verzameld.

De minister weet op 22 november dat zijn uitspraken over de belgegevens niet kloppen. Niet de NSA heeft de data verzameld, maar de Nederlandse inlichtingendiensten heeft ze zelf aan de VS verstrekt. Geen gegevens van Nederlandse telefoongesprekken overigens, maar van gesprekken in het buitenland. Maar Plasterk doet er twee maanden over om zijn fout met het parlement te delen. De minister verdedigt zich samen met VVD-minister Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie, maar al snel blijkt dat het de Tweede Kamer alleen om de PvdA’er gaat.

VVD’er Klaas Dijkhoff verdedigt de minister nog sterker dan Kamerlid Jeroen Recourt van Plasterks PvdA. Die wil nog wel nader uitleg over waarom Plasterk zo lang wacht voordat hij de Kamer vertelt dat hij een fout heeft gemaakt. Dijkhoff zegt dat Plasterk zich „helaas in de vingers heeft gesneden” met zijn uitgangspunt dat die 1,8 miljoen belgegevens precies overeen leken te komen met het aantal gesprekken van Nederlanders met de VS in vier weken tijd. „Dat is fout.” Om vervolgens snel door te gaan over de „grote waarde” die de VVD hecht aan de bescherming van de operationele werkwijze van de geheime diensten.

Onderlinge ergernis bij oppositie

Het lijkt wel of sommige oppositiepartijen denken dat ze de ministersscalp al binnen hebben. Ze doen weinig moeite Plasterks argumenten te ontleden en te ontrafelen, en gaan bijna direct over op woede en onthutsing. D66-Kamerlid Gerard Schouw, die later met een motie van wantrouwen zal komen, trapt af: „Geklungel, Babylonische spraakverwarringen en speculeren zonder het echt zeker te weten, een informatiegokje doen, dat mag allemaal niet gebeuren. Het parlement is geen café.” SP’er Ronald van Raak: „Waarom is dit falen in een diepe doofpot gestopt; zo diep dat de leugen van de minister zelfs tot staatsgeheim is verklaard?”

In de urenlange ondervraging van Plasterk groeit de onderlinge ergernis, zo laten in de wandelgangen hangende Kamerleden merken. Waarom, zo vraagt een GroenLinkser zich af, kunnen de collega’s zich niet beheersen? Met boosheid krijg je een minister niet weg. Je moet hem langzaam fileren, zijn argumenten wegsnijden tot hij vastloopt. En dat lukt niet als je elkaar niet helpt, en steeds van onderwerp verandert. Een Kamerlid dat vragen aan de minister stelt, kan niet eeuwig doorgaan. Dus als hij van de Kamervoorzitter moet stoppen, dan moet een collega van de oppositie het overnemen. Je moet geduld hebben, jezelf kunnen wegcijferen en koel blijven.

De onderlinge ergernis groeit zo dat oppositiepartijen elkaar hierop aanspreken. Sommigen vinden dat deze incoherente, ineffectieve en verdeelde aanval Plasterk nooit in de problemen zal brengen. Een PvdA’er ziet dit technisch onvermogen hoofdschuddend aan. „Ze willen allemaal dat Plasterk in een kuil valt, als het maar niet de valkuil van de ander is.”

Sommige journalisten winden zich ook op. Ze waren bijna zeker dat Plasterk het niet zou redden. Waarom lukt het de oppositiepartijen niet om de minister in de problemen te brengen. Een journalist heeft zijn armen naar het plafond: „Moet ik soms zelf in die zaal gaan staan?”

Wankelend staan

„Bij een zaak als deze had ik me moeten beperken tot wat ik met zekerheid kon zeggen.” Na zijn excuus, aan het begin van zijn betoog, laat minister Plasterk een theatrale stilte vallen. Om in de uren daarna nog zeker tien keer te herhalen dat hij niet had moeten speculeren over de herkomst van die 1,8 miljoen belgegevens.

Zijn excuus valt goed in het parlement. Alleen het tweede deel van Plasterks argumentatie overtuigt minder. Want met welke afweging nam de minister nou het besluit om, als hij op 22 november te horen krijgt dat het de Nederlandse diensten waren, zijn eerdere uitlatingen niet te corrigeren? Zoals de ChristenUnie het samenvatte: „Toen de minister nog niet wist hoe het zat, sprak hij. Toen hij wel wist hoe het zat, zweeg hij.”

Plasterks redenering komt erop neer dat de geheimhouding van operationele informatie van veiligheidsdiensten vóór het belang op de informatieplicht aan de Tweede Kamer gaat. Over dit cruciale punt denkt de oppositie anders. Heeft de minister dan niet aan alternatieven gedacht, zoals de Kamer vertrouwelijk informeren? Of niet méér informatie geven dan alleen dat zijn eerdere berichten niet kloppen?

Volgens Plasterk had hij geen alternatief, volgens de oppositie wel. Die kan niet met feiten onderbouwen dat Plasterks verhaal niet klopt, maar geloven doen ze hem ook niet. De motie van wantrouwen van de oppositie verwoordt het zo: „Het staatsbelang lijkt geconstrueerd haastig ingeroepen om een ongemakkelijke situatie te maskeren.”

De slotakte

Als Schouw in de Kamerzetel naast PVV-leider Geert Wilders ploft met om te ondertekenen, staat het vast: D66 komt met een motie van wantrouwen, en de PVV ondersteunt die. Een andere reden waarom deze aartsvijanden zouden samenwerken is niet te bedenken. D66 mist alleen de steun van coalitiepartijen PvdA en VVD en die andere twee informele gedoogpartijen, de ChristenUnie en de SGP.

Bij de VVD geloven ze achteraf niets van inhoudelijke oprechtheid van de motie-indieners: de belangrijkste redenen waarom oppositiepartijen het vertrouwen in Plasterk opzeggen is omdat de minister de Kamer niet informeerde toen bleek dat hij deze op het verkeerde been had gezet. Maar minister van Defensie Hennis-Plasschaert was juist voor dat besluit ook volledig verantwoordelijk. Waarom haar dan ook niet proberen weg te sturen? „Een laffe motie”, zegt een VVD’er. De PvdA is nog bozer. Een Kamerlid: „Weet je waarom ze bij D66 Plasterk wilden wegsturen? De gemeenteraadsverkiezingen komen eraan, en hij is een populaire PvdA’er bij D66’ers.”