In één klap het beste sprintland ter wereld

Alsof hij al aan zijn derde Olympische Spelen bezig was. Volkomen ontspannen fietste Michel Mulder in het zonnetje door het olympisch dorp, brede grijns op het gezicht. Kop koffie drinken in het café. Even bij de schaatshal kijken, en een potje poolbiljarten met de maten. De grootsheid van de Olympische Spelen? Ach, het blijft een

Alsof hij al aan zijn derde Olympische Spelen bezig was. Volkomen ontspannen fietste Michel Mulder in het zonnetje door het olympisch dorp, brede grijns op het gezicht. Kop koffie drinken in het café. Even bij de schaatshal kijken, en een potje poolbiljarten met de maten. De grootsheid van de Olympische Spelen? Ach, het blijft een schaatswedstrijdje. Een halve minuut en een beetje.

Niets of niemand maakt de oudste van de Mulder-tweeling gek. Ook niet als hij als debutant én favoriet voor het olympisch goud aan de start verschijnt in de Adler Arena in Sotsji. Gewoon doen waar hij goed in is, dan komt het succes vanzelf. Alsof hij even ging rolschaatsen op het skeelerbaantje van Heerde, waar hij en zijn tweelingbroer Ronald ooit begonnen aan een ongebruikelijke topsportcarrière.

Als 27-jarige debuteren en winnen op de Olympische Spelen: het is maar voor weinig sportmensen weggelegd. Eigenlijk was er al een streep gezet door de naam van Michel Mulder. Afgeschreven als schaatser. Mooie, stoere sportman, goede inlineskater, net als Ronald. Maar een topschaatser?

Hun start was niet best geweest. Toen ze zes waren werden ze allebei getroffen door een mysterieuze aandoening. Angstige momenten in huize Mulder toen Ronald moest worden opgenomen in het ziekenhuis, en zes weken moest blijven. Michel bleef zelfs acht weken in het kinderziekenhuis in Nijmegen - niemand wist wat er aan de hand was. Michel kon op school niet wakker blijven, zweette de hele dag door. Pas jaren later trokken ze de conclusie dat het een kwikvergiftiging moet zijn geweest, vermoedelijk veroorzaakt door vullingen in hun melkgebit.

Ze waren met zes broers, de Mulders uit Zwolle. Allemaal gek van skeeleren en schaatsen, allemaal voorzien van sprintvezels in de spieren. In de winter naar de ijsbaan in Deventer, in de zomer inlineskaten. Vader en moeder gingen mee, om jurywerk te doen, om rijders in te schrijven of rugnummers uit te delen. Met z’n allen in een busje heel Europa door, zo’n 50.000 kilometer per jaar. Michel en Ronald, de jongste twee van het zestal, staken er in hun jeugd niet eens bovenuit.

Ook in het schaatsen ging het niet vanzelf. In dat vaak conservatieve wereldje was de gangbare opvatting dat inlineskaten en schaatsen op topniveau niet meer te combineren zijn: een inlineskater zou nooit de juiste schaatsslag kunnen krijgen. De tweeling zette door, maar bij de NK sprint in 2006 vielen ze vooral op omdat ze precies dezelfde tijd reden (37,87).

Maar schaatscoach Gerard van Velde, in 2002 (Salt Lake City) olympisch kampioen op de 1.000 meter, zag in 2009 wél brood in de broers: de schaatsbeweging, de kracht, de behendigheid en de hardheid uit het inlineskaten kwamen juist van pas in het schaatsen. Het scherpe oog van Van Velde betekende de sleutel tot het succes, zei Michel Mulder eens. ‘Ik zie talent in jullie’, had Van Velde gezegd. “Een mooier compliment konden we niet krijgen.”

Michel Mulder bedankt het publiek

Michel Mulder bedankt het publiek na het winnen van de gouden medaille op de 500 meter tijdens het EK inlineskaten. Foto ANP / Jerry Lampen

Dankzij het inzicht van Van Velde werd Nederland, zonder al te grote traditie, in één klap het beste sprintland ter wereld. De winnaars van vroeger, de Japanners, de Koreanen en de Canadezen, doen inmiddels verwoede pogingen het mysterie te ontrafelen, het geheim van de Hollandse tweeling met het blonde piekhaar. Calgary-tijden op Zwarte-Zeeniveau, hoe krijgen ze het voor elkaar?

Op het ijs was Ronald aanvankelijk de betere. Hij vertrok naar de ploeg van Jac Orie, waardoor de broederstrijd nog een extra dimensie kreeg. Maar Michel, vroeger al de meest ijverige van de tweeling, ontwikkelde zich sneller - onwaarschijnlijk snel zelfs.

Het scheelde maar een haar of hij was in 2012 wereldkampioen geworden in twee verschillende sporten. Bij de WK afstanden in Thialf miste hij de wereldtitel op de 500 meter op precies eenhonderdste van een seconde, winnaar werd de Koreaan Mo Tae-bum. Een paar maanden later werd Mulder in het Italiaanse San Benedetto del Tronto alsnog wereldkampioen op die afstand, maar dan op rolschaatsen.

Het zit hem in het bloed. De wedstrijdjes die hij een leven lang aanging met zijn broer, hebben hem leren winnen. Nooit opgeven. Vorig jaar verbaasde hij iedereen in de schaatswereld door in Salt Lake City wereldkampioen sprint te worden, precies op de baan waar zijn coach Van Velde elf jaar eerder olympisch goud had behaald. Debuteren met goud op een WK – alleen de Amerikaanse grootheid Eric Heiden, de Wit-Rus Igor Zjelezovski en de Rus Valeri Moeratov hadden dat al eens gedaan. En vlak voor de Olympische Spelen in Sotsji deed hij het nog eens dunnetjes over met een tweede wereldtitel, in Nagano.

Michel Mulder, inline-skater en schaatser, combineert het beste van twee werelden. Zoals steeds meer Nederlandse topschaatsers doen, met uitstapjes naar het shorttrack of de marathon. Een multidisciplinaire opleiding, een zoektocht langs ongebaande paden, maakt hen tot flexibele allrounders en staalharde topsporters.

De Australische inlinecoach van Michel Mulder, Desly Hill, rekende onlangs voor wat het grote voordeel is van jarenlang rolschaatsen op wereldniveau. “Zo’n tienduizend uur training, en extra omgaan met de druk van wedstrijdjes rijden”, zei Hill, die de jongens Mulder al tien jaar kent.

Altijd spelletjes: Michel en Ronald deden een paar jaar geleden mee aan Lingo

Altijd maar wedstrijden – het is Michel Mulder met de paplepel ingegoten. Geen betere tegenstander dan een tweelingbroer. “Alles was tegen elkaar”, zei Ronald Mulder vorig jaar. “Die competitie is er altijd geweest, wat we ook deden. Op de fiets was elk paaltje een eindstreep. Als eerste bij de auto, als eerste bij de deur. En als de een sneller was, ging de ander een beetje apart bezig. Zo van: dan train ik even wat harder.”

De broederstrijd leverde de afgelopen jaren adembenemende voorstellingen op. Een paar maanden geleden, op de hooglandbaan van Salt Lake City, joegen ze elkaar naar nieuwe nationale records op de 500 meter. Michel finishte eerst na 34,26 seconde, Ronald even later in 34,25. Jij hard rijden? Ik ben sneller. Alsof ze weer even terug waren op het oude skeelerbaantje in Heerde. Tot op het olympische park van Sotsji toe: Michel won olympisch goud met twee strakke races, Ronald keert huiswaarts met de snelste tijd. Ze zullen elkaar er nog vaak aan herinneren.