Opinie

Laten we s.v.p. eens iets gevaarlijks doen

Klein leed: tijdens het online bankieren ontdekte ik dat ik in twee jaar totaal ruim 370 euro premie betaalde voor een iPhone-verzekering, die ik ooit achteloos afsloot bij Phone House. Stupide. Voor dat bedrag koop je een nieuwe. Dat is geen verzekeren, dat is verliezen nog voor je verloren hebt – ‘Mij kan niets meer gebeuren, meneer, ik ben al genaaid!’ Afijn, meteen stopgezet. Volgende maand wordt mijn telefoon gejat, vast.

Op Radio 1 loopt nu een radiocampagne van het Verbond van Verzekeraars. Slogan: „Fijn dat we verzekerd zijn.” De multimediale campagne zal drie jaar duren, staat op de site fijndatweverzekerdzijn.nl. Daar lees je ook over alle enge dingen die een mens kunnen treffen, zoals een stoelpoot die plotsklaps afbreekt. Fijn dat we verzekerd zijn!

Rare reclame. Het ís niet eens reclame, het is niet ‘koop allen cola!’, maar ‘fijn dat we allen cola kopen!’ Maar als we dat allemaal al zo fijn doen, wat is het punt dan, behalve zelffelicitatie – ‘wat fijn dat wij fijn zijn’.

Mijn bakker heeft als slogan: „U boft maar met zo’n lekkere bakker!” – of ik bof, bepaal ik liever zelf (het is een middelmatige bakker, wel de dichtstbijzijnde; ik haal er tandenknarsend mijn croissants). Geldverspilling, lijkt me, deze imagocampagne. Stop ermee. En stop ook meteen met die verzekeringstijdschriften.

Intussen zijn Nederlanders van oudsher oververzekerd. De gemiddelde volwassene verspilt jaarlijks zelfs 550 euro aan onnodige verzekeringen, las ik deze maand nog in NRC. Dat is slecht voor de economie. Er moet een campagne komen tegen verzekeren. We verzekeren nu zelfs tegen regen op vakantie. Living on the edge in het land der voorzichtigen.

Laten we s.v.p. iets gevaarlijks doen. We gaan op excursie naar de beeldentuin van het Kröller-Müller Museum op de Veluwe. Daar staat het kunstwerk Kijk Uit Attention van Krijn Giezen, een trap van beton en hardhout, gebouwd tegen een heuvel, 52 meter hoog, met een hemels uitzicht over de boomtoppen. Kijk Uit is een uitkijk. Maar je mag er niet op. Beneden staat ‘niet betreden’. In 2006, negen maanden na opening, viel namelijk een scholier een stukje van de trap. Soms beschadigen museumbezoekers een kunstwerk, zoals collega Margriet Oostveen hier onlangs beschreef, maar andersom kan ook. Het uiterst populaire kunstwerk ging dicht, tot verdriet van de kunstenaar, die in 2011 overleed.

Laatst zag ik dat er inmiddels trapleuningen zijn geplaatst. En elke tien treden staan er nu hekjes dwars op de looprichting. Dat gebeurde al in 2012. Het kunstwerk is nu zonder twijfel de veiligste trap van Nederland. Van een suppoost begreep ik dat er een gunstig moment gezocht werd voor de opening. Nieuws!

Gister belde ik het Kröller Müller. Hun antwoord: ja, het museum wil de trap opendoen, liefst dit jaar nog, maar „we zijn er nog niet uit met de verzekering”. Meer mocht men niet kwijt, behalve dat het ingewikkeld was. ‘Kunstwerk al acht jaar gekaapt door verzekeringspolis’, zou boven dit stukje moeten staan. Of: ‘Veiligste trap van Nederland onverzekerbaar.’

De trap naar de hemel is versperd door voorzichtigheid. Prachtig beeld van Holland, land der behoedzamen en schrikachtigen, die alleen in hun liedjes durven leven, mits fijn verzekerd.