Jeugdwet komt er, gemeenten nu pas echt aan de slag

De nieuwe wet is er, nu nog de praktijk van de jeugdzorg aanpassen. De uitvoerders hebben minder dan een jaar.

De opluchting in de kringen rondom staatssecretarissen Teeven (Justitie, VVD) en Van Rijn (Zorg, PvdA) was gisteren merkbaar toen in de Eerste Kamer voldoende steun bleek voor de nieuwe Jeugdwet. Niet omdat er grote problemen waren verwacht, maar omdat eindelijk vaart gemaakt kan worden met de ingrijpende decentralisatie die gemeenten verantwoordelijk maakt voor alle jeugdzorg.

Verder verzet is zinloos, weten nu jeugdpsychiaters, huisartsen, zorgverzekeraars, gemeenten en behandelinstellingen. Ze moeten samen nog forse problemen oplossen voor de gemeenten per 2015 alle zorg voor kwetsbare kinderen op zich kunnen nemen.

Welke zijn dat?

Inkoop zorg

De gemeente moet de komende maanden de zorg inkopen die ze kinderen en jongeren gaat leveren. Er is nog geen enkel contract getekend, volgens Jeugdzorg Nederland. Dat is lastig voor de leveranciers, zoals Bureau Jeugdzorg en andere instellingen, die niet weten hoeveel werk ze volgend jaar hebben, voor hoeveel personeel.

Gemeenten zijn laat met de inkoop omdat lang onduidelijk was hoeveel geld ze zouden krijgen, én omdat ze nog moeten bepalen welke zorg ze willen bieden. Ze hebben daarvoor nog niet genoeg kennis – daarom krijgt elke gemeente nu 40 uur advies van verzekeraars. De gemeenteraadsverkiezingen vertragen ook. Het zal vaak een nieuwe raad zijn die, na consultatie van betrokkenen, de aanpak bepaalt.

Geld en continuïteit

De gemeenten moeten op de inkoop bezuinigen. Volgend jaar dient jeugdzorg 5 procent goedkoper te zijn, in 2017 15 procent: 450 miljoen euro korting op een budget van ruim 3 miljard. Volgens staatssecretaris Van Rijn kan dit omdat de gemeente dicht bij gezinnen staat en zorg efficiënter kan inrichten. De gemeente moet wel iedereen de juiste zorg kunnen garanderen

Om te voorkomen dat veel instellingen omvallen, wat de continuïteit van de zorg kan bedreigen, komt er een Transitie Autoriteit Jeugd. Die controleert of gemeenten wel slim en voldoende inkopen. Probleem is dat met name de ggz-zorg een openeindregeling is: als psychische zorg is voorgeschreven, moet de gemeente die leveren, ongeacht budget of inkoop. Wachtlijsten omdat het geld op is, zijn volgens Van Rijn niet aanvaardbaar. In de evaluatie, over drie jaar, moet blijken of dit systeem werkt.

Jeugd-ggz en huisartsen

De jeugd-ggz heeft fel tegen de wet geprotesteerd; zij valt liever onder de zorgverzekeraars. Het protest was vergeefs. De wetgever wil geïntegreerde zorg: gemeenten moeten, met medewerking van de psychische zorg, vroeg problemen in een gezin traceren en de beste aanpak bepalen. Nu blijven veel psychisch problemen in probleemgezinnen onbehandeld. Gemeenten moeten nu de samenwerking organiseren met jeugd-ggz en huisartsen, die rechtstreeks naar de ggz kunnen blijven verwijzen. Veel gemeenten hebben nog niets geregeld.

Privacy

Gemeenten krijgen straks veel persoonlijke gegevens van kinderen en gezinnen. Wie die gegevens wanneer met wie mag delen, is zo ingewikkeld dat betwijfeld wordt of dat valt te vatten in een werkbare instructie voor gemeenteambtenaren, hulpverleners, sociale wijkteams. Gemeenten gaan hiermee begeleid experimenteren. De modellen voor gegevensbeheer zullen verschillen naar grootte, sociale samenstelling en aanpak van gemeenten. Teeven gaat van de beste „vier, vijf, zeven” modellen toetsen of de privacy voldoende beschermd is. Samen met de beveiliging van de gegevens kan dit een hoofdpijnpunt blijken.