De nieuwe Plasterk is gearriveerd

Een stoïsche levenshouding is geen luxe aan het Binnenhof. Ministers en staatssecretarissen komen en gaan, en tussendoor vechten ze, in het beste geval om iets te bereiken, in het slechtste voor hun politieke lot. Volgens de koersen van deze week gaat het van Martin van Rijn – de staatssecretaris die de omstreden nieuwe jeugdwet door

Een stoïsche levenshouding is geen luxe aan het Binnenhof. Ministers en staatssecretarissen komen en gaan, en tussendoor vechten ze, in het beste geval om iets te bereiken, in het slechtste voor hun politieke lot. Volgens de koersen van deze week gaat het van Martin van Rijn – de staatssecretaris die de omstreden nieuwe jeugdwet door de Eerste Kamer loodst – tot Ronald Plasterk.

De minister blijft. Nu moet hij zichzelf wegdenken.

Bewindslieden weten dat ze maar een fractie van de factoren beheersen die hun succes of falen bepalen. Dat geldt in principe ook voor de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In het regeerakkoord kon Plasterk zo doorbladeren naar het einde, waar de coalitieafspraken over het openbaar bestuur staan. Daar las hij ‘opschalen’ en decentraliseren: zijn steekwoorden voor deze jaren. Hij wordt er nog niet heel erg mee vereenzelvigd. Provincies en gemeenten luisteren ook niet zomaar, ze willen wisselgeld, erkenning, etcetera. Of het nu om de inlichtingendienst of de Antillen gaat: de controle van de minister is kleiner dan zijn afhankelijkheid.

Er is maar één factor die bewindslieden helemaal kunnen beheersen: zichzelf. Ze weten hoe het moet, ook Ronald Plasterk. Beloof niet te veel, garandeer alleen wat waar te maken valt. Als je niet aan stevige woorden ontsnapt, bouw dan een achterdeur in: mits, zolang, op voorwaarde dat. Wees klein als het kan, ferm als het moet. En weet: het kan ook zonder jou. Elke dag kan je laatste zijn.

Dat is de nieuwe Plasterk die deze week moet zijn gearriveerd: zo gretig als ik ben – misschien té – het gaat mij echt niet om mij. Ik voer afspraken uit, speel in op onzekerheden en gevoeligheden, masseer, dwing af en slik. Ik zorg dat ik op de hoogte ben en niet op voorhand alles al (beter) lijk te weten. Stoïcijn vervangt pluk-de-dagbestuurder.

Het dichtst bij het stoïsche type in dit kabinet komt Henk Kamp. Hij vergroot zo veel mogelijk zijn speelruimte door zijn ego opzichtig klein te maken. Hoe vaker hij zegt dat hij dienstbaar is, des te sterker zijn positie. Let ook op hoe hij, in interviews en in debatten met de Kamer, altijd weer krachten benoemt waarmee hij ‘nu eenmaal’ rekening moet houden – lees: die hij niet controleert. Dat kan van alles zijn: kosten, veiligheid, leveringscontracten, ‘uw Kamer’, zoals bewindslieden de volksvertegenwoordigers graag aanspreken als ze weer eens grillige wensen vertonen. Sommige anderen komen een heel eind, ieder op eigen manier. Premier Mark Rutte, die heel goed kan zeggen: „Dat begrijp ik goed, vanuit uw rol [als Kamerlid, als journalist, als FNV-voorzitter], maar…” Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid), die Kamerleden met al te concrete vragen over, zeg, wat gemeenten op het gebied van hun nieuwe zorgtaken te wachten staat, op afstand houdt met toelichtingen over ‘het proces’ waarin dat besloten wordt. Ze maken zich onzichtbaar achter beleid, verhoudingen, procedures, de juiste aanpak.

Saai om naar te luisteren, maar zulke bewindslieden komen niet snel in gevaar, en ze bereiken vaak het meest. Ze maken duidelijk: als ik er niet was, ging alles ook door (maar misschien minder goed, hopen ze dan dat u denkt). Ze komen niet met geweldige nieuwe inzichten – die laten ze over aan ambtenaren, want die blijven langer en kunnen het volgende regeerakkoord voorbereiden. Jammer dus voor een Eric Wiebes, de nieuwkomer met een naam als onorthodoxe probleemoplosser. Al bedenkt de staatssecretaris van Financiën in een week een briljant alternatief voor de hele belastingdienst: dat is niet de afspraak.

De minister van Binnenlandse Zaken hoeft geen baanbrekende inzichten te ontwikkelen over privacy, inlichtingendiensten of het openbaar bestuur. Hij heeft maar een kleine post, die zijn kantoorgenoot Stef Blok (VVD) er best bij zou kunnen doen. Er valt best wat van deze job te maken – als de minister zichzelf maar ‘uit de weg’ kan denken.