Dodenbios bij Denver: niet eens monumentje

Omdat ik toch in de buurt ben, rijd ik er even langs. Bioscoop Century 16 in Aurora, voorstad van Denver, is grondig gerenoveerd. Toch kan ik de plek zonder navigatie terugvinden. Het brede, bakstenen gebouw met de karakteristieke, hoge voorgevel. Een anoniem winkelcentrum met food court aan de overkant, de enorme parkeerplaats – het kan niet missen. Dit is de plek waar een 24-jarige jongen met uitbundig rood geverfd haar, ene James Holmes, op 20 juli 2012 de bioscoop binnendrong en in zaal 9 om zich heen begon te schieten. Twaalf doden. Zeventig gewonden.

Ik wil de plek terugzien omdat ik nadacht over rouw in Amerika. Ik zag de laatste paar jaar hoe het reageert op schietpartijen (Aurora en Newtown) en een aanslag (Boston). Het begint met verdriet. Maar al snel krijgt het optimistische, naar voren gerichte wereldbeeld de overhand. Een drama blijft geen drama, het moet ‘zin’ krijgen. Rouw wordt weggestopt achter verhalen over helden, onwaarschijnlijke ontsnappingen, opofferingsgezindheid. Een paar uur na de bomaanslag bij de marathon in Boston, vorig jaar, scandeerden de deelnemers ‘Boston Strong! Boston Strong!’ door de stad. Anderen liepen in het donker richtingloos te joggen door de stad, om te laten zien dat een bomaanslag hun wil niet had gebroken.

Hoe verenigt die Amerikaanse blik naar voren zich met het trauma van een schietpartij voor een gemeenschap? Ik loop naar het heuveltje, naast de bioscoop, waar ik anderhalf jaar geleden rijen mensen bloemen en kaartjes zag neerleggen. Nu ligt er niks meer. Een buurman die had meegeholpen om de gewonden uit de bioscoop te slepen, zei destijds te hopen dat de plek zou sluiten. Nooit meer zou hij gewoon naar een film kunnen kijken, of in de stoelen kunnen zitten die waren doorzeefd met de kogels uit het automatische geweer van Holmes.

De buurman heeft zijn zin niet gekregen. De bioscoop is weer open. Hij was maar een paar maanden dicht geweest. Cinemark, het bedrijf dat de bioscoop bezit, had een enquête onder de bevolking van Aurora gehouden. Meer dan 70 procent vond dat hij open moest blijven. Vijf maanden duurde de renovatie. De zalen kregen andere nummers, de naam werd Century, de muren werden geschilderd. Sluiten, zegt een medewerker, zou tientallen hun baan kosten, duizenden hun vertier. In het weekend is meer bewaking.

Ik wandel de bioscoop binnen. Wat me destijds niet was opgevallen, is hoe klein het gebouw van binnen is. De zaaltjes zitten dicht op elkaar. Ik kijk naar binnen in de zaal waar de schietpartij plaatsvond. Holmes zat bij de première van The Dark Knight Rises volgens getuigen op de eerste rij, liep via de nooduitgang naar buiten, kwam terug in gevechtstenue en begon te schieten. In mijn fantasie zag ik Holmes grote afstanden afleggen, nu zie ik dat het hooguit een meter of twintig was. Vergeefs zoek ik naar een monumentje, een gedenksteen of voor mijn part een boeketje aan de muur.

Hoe kan het anders? De bioscoop, Amerika’s tempel van escapisme, biedt geen plek voor het leven van alledag. Een verwijzing naar wat er echt gebeurde, zou de illusie van deze parallelle wereld doorbreken. Toch wil ik weten of het niet raar voelt, zich te vermaken op de doodsplek. Ik vraag het een groepje tieners, dat buiten in een Jeep met draaiende motor zit. Ze keken net naar Frankenstein. Een meisje achter het stuur: „De eerste keer vond ik het eng. Toch griezelig. Maar nu ik er elke week kom, denk ik er niet meer over na.” Een jongen vult aan: „Door de bioscoop open te laten, latan we zien niet te buigen voor terreur.”

Op Yelp en Google lees ik recensies. Bijna iedereen zegt dat de bioscoop sinds de renovatie alleen maar beter is geworden. „Je moet niet in angst leven. De popcorn is uitstekend.” En: „Wow, wat een verbetering. Het beeld is scherper.” Het verdriet van Aurora heeft plaatsgemaakt voor optimisme en vaderlandsliefde. Voor rouw is geen plaats.