Clooney twijfelt of de kijker wel geeft om kunst

Oprecht en ouderwets, dat moest de volgende film van George Clooney zijn na het cynische The Ides of March. Monumentaal dus. Dat is niet helemaal gelukt: The Monuments Men is eerder levenloos en oubollig.

Acteur-regisseur Clooney krijgt nooit echt grip op deze vrij grootschalige oorlogsfilm, die vermoedelijk al doende als een molensteek om zijn nek ging hangen. Bij de eerste ‘elevator pitch’ klonk het vast simpel: intellectuele antihelden op leeftijd redden Europese monumenten en jagen op nazi-roofkunst in het kielzog van de geallieerde opmars door Europa. Denk The Dirty Dozen met de relaxte charme van Ocean’s Eleven. En het gaat ook nog ergens over.

Over iets te veel misschien. The Monuments Men is een ambitieuze film die zijn publiek onderschat. We hebben dus conservator Frank Stokes (George Clooney) die een groep studeerkamergeleerden ronselt, plus de muizige Parijse museummedewerker Claire (Cate Blanchett) die in het Parijse museum Jeu de Paume stiekem bijhield welke roofkunst waarheen ging. Ten slotte is er een race naar de geheime Duitse kunstdepots – mijnen, kastelen – voordat fanatieke SS’ers de inhoud vernielen of stelen om na de oorlog een handeltje op te zetten. En dan zijn er, in de lente van 1945, ook nog plunderende troepen uit de Sovjet-Unie.

Spannend en waargebeurd, maar is kunst levens waard? Die vraag stelt president Roosevelt namens ons al direct in het begin; later snauwt een commandant Clooney toe dat zijn soldaten voorgaan. Een relevante vraag die helaas nooit op scherp word gezet – Clooney houdt het op een banaal verheven speech van het type ‘Kunst, omdat het moet’.

Dat is typerend voor The Monuments Men, die van script tot muziekscore – hoorngeschal, tromgeroffel en dreigend koperwerk – alles erg nadrukkelijk aanzet omdat de regisseur kennelijk incoherentie vreest. Zo zet de publiciteit rond The Monuments Men in op kwantiteit (6.577 schilderijen gered in de zoutmijn van Altaussee!), maar een film heeft iets concreets nodig: een kanon van Navarone als het ware. Dat zijn twee topstukken: Het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck en Madonna met Kind van Michelangelo. Die obsessie met dat altaarstuk en dat standbeeld krijgt iets ongewild komisch, als ‘Ze Fallen Madonna with ze Big Boobies’ waar de helden van de komische serie ’Allo ’Allo! op jagen.

Probleem is dat de personages niet goed worden voorgesteld. De ideale plek in dit type film is het trainingskamp, maar dat wordt er in een paar minuten doorgejaagd. Een fout, want nu blijven het acteurs die hun ding doen: John Goodman rouwdouwen, Jean Dujardin dom grinniken, Bill Murray de stoïcijn uithangen. Of ze leven of sterven is de kijker een zorg.

Dat is ook omdat de makers niet echt geloven dat het publiek om kunst geeft, dus moet via allerlei onbenullige episodes vals sentiment in de plot worden gepompt. Dieptepunten: Matt Damon die zwoel wordt met de wantrouwige Franse Claire: ‘But zis is Paris’, moet de arme Cate Blanchett fluisteren. Of Bill Murray die tijdens het Ardennenoffensief met vochtige ogen een kerstplaat draait. Een jonge soldaat stierf, Kerst, sneeuw, heel ver van huis.

Daarmee is niet gezegd dat The Monuments Men een catastrofe is: er gebeurt veel, het grote verhaal is helder en ook best interessant. Maar je voelt de makers pompen, kraken en zwoegen.