Boer laat zich er niet afrijden

Een egoïstische killer is Margot Boer nooit geweest. Eindelijk belandde ze gisteren op het podium. En morgen lonkt haar favoriete 1.000 meter.

Margot Boer gisteren tijdens haar tweede race op de 500 meter, waarop zij zich verzekerde van brons.
Margot Boer gisteren tijdens haar tweede race op de 500 meter, waarop zij zich verzekerde van brons. Foto Reuters

De weg naar olympisch goud lag vier jaar geleden in Vancouver wijd open. Als laatste van de favorieten startte Margot Boer op haar lievelingsafstand, de duizend meter. De snelste tijd, van de Canadese Christine Nesbitt, hoefde voor haar geen probleem te zijn. Als snelste begon ze aan de laatste ronde. Maar toen. „Na de 600 meter was ik even afgeleid.” Weg snelheid. Vierde, het werd the story of her life. Tot gisteren.

Stralend stond de 28-jarige sprintster in de Adler Arena op het podium. Brons op de 500 meter, na twee solide races van 37,77 en 37,71 seconden. Al weer een medaille toegevoegd aan de rijke Nederlandse schaatsoogst in Sotsji, de eerste ooit op de kortste afstand bij de vrouwen. Achter de ongenaakbare Zuid-Koreaanse Lee Sang-hwa, die haar olympische titel prolongeerde, en de sterke Russin Olga Fatkoelina. Maar vóór de rest. Geen vierde, maar derde. Op naar de 1.000 meter van morgen. „Ik gooi de strijdlust van vandaag erin.”

Een egoïstische killer is de uit Woubrugge afkomstige Boer nooit geweest. Geen sporter met oogkleppen. „Ik heb tijd zat”, sprak ze na haar eerste nationale titel op de 500 meter, in 2007. Beetje tennissen, wat studeren. „Het leven naast het schaatsen is ook heel mooi.” Maar wel heel bewust stap voor stap verbeteren. „Ik heb een plan in mijn hoofd.” Een plan om grote prijzen te winnen. „Maar er zijn grenzen hoe ver ik voor mijn sport wil gaan. Ik wil vrede kunnen hebben met alles wat ik doe.”

Onder coach Jac Orie ging ze internationaal winnen, op duizend meters vooral. Tot de ploeg na Vancouver met veel rumoer in tweeën brak en Boer samen met Annette Gerritsen het spoor volgde van Marianne Timmer, die met Liga als sponsor haar eigen team begon. Laurine van Riessen, een vriendin van Boer, bleef alleen achter bij Orie. Topsport is onvermijdelijk hard, merkte ze. De Liga Ladies straalden wel als glamourgirls, ze eindigde als derde bij de WK sprint, maar haar niveau stagneerde. Toen Gerritsen in 2012 naar Orie terugging, trad Boer als nieuwe kopvrouw uit de schaduw. Het was weer een bewust keuze, ook voor Timmer als coach. Haar inbreng is groot, zei Boer gisteren. „Ze kent me door en door.”

Timmer, drievoudig olympisch kampioene, slaagde er dit seizoen eindelijk in om een stabiele omgeving voor haar schaatssters te creëren. Met Gianni Romme als haar vierde assistent in vier jaar – na Peter Kolder, Rutger Thijsen en Desly Hill – is er eenheid van gevoelens en gedachten. Boer, net als haar coach een gevoelsmens, gedijt bij de goede sfeer. „Daar haal ik energie uit”, zei ze in de aanloop naar de 500 meter van Sotsji.

Bij het olympisch kwalificatietoernooi in Thialf maakte Boer een grote sprong in niveau. „Ik was misschien altijd te bescheiden, durfde het nooit”, keek ze gisteren terug. Eigenlijk was het vorig seizoen, toen ze werd geplaagd door privéproblemen, al begonnen. „Ik ging geloven dat ik meer in mijn mars had dan ik tot nu toe had laten zien.”

Maar nog steeds was daar die eeuwige vierde plaats, toen ze in januari bij de WK sprint in Nagano sterk reed, maar op de slotafstand zilver uit handen gaf. „Misschien komt het omdat ik vroeger als junior bij het shorttrack ook voor de vierde plaats een prijs kreeg”, lachte ze na het brons van gisteren. Eindelijk kon ze lachen, bevrijd van een kwelling. „Het gaat me gewoon niet gebeuren dat ik eraf word gereden”, had ze tijdens haar tweede race gedacht. Desnoods ‘op haar plaat’, maar geen vierde. „Ik wilde gewoon op dat podium.”

Om morgen haar plan van 2007 te voltooien, op de duizend meter? „Als ze die afstand met een snel rondje als vandaag kan beginnen en ze trapt de laatste ronde door”, mijmerde coach Timmer, die zelf goud won op deze afstand in 1998 en 2006. „Dat zou helemaal een mooi toetje zijn.”