Akademie van Kunsten: helaas

Prestigieus. Dat adjectief hangt als een molensteen om de nek van de sinds gisteren herboren Akademie van Kunsten (AvK). In 1851 werd een dergelijk college wegbezuinigd. Nu wordt het weer geïnstalleerd en moet het zich ontwikkelen tot pendant van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). De KNAW inviteerde 19 kunstenaars, met naamsbekendheid als selectiecriterium, voor een gezelschap dat uitgroeit tot 50 à 80 leden. Die zullen gezamenlijk... Ja wat zullen ze eigenlijk? Dat is onduidelijk. Bij gebrek aan een herkenbaar gezicht hangt de omschrijving van het doel van deze AvK af van het lid dat zich erover uitspreekt. De een vindt zichzelf vooral een uitgangbord voor de kunst. De ander wil via de AvK de maatschappij doordringen van de relevantie van de kunst, terwijl een derde hoopt op een discussie over kunstbezuinigingen. Weer een ander lid zet in op het contact tussen kunst en wetenschap. Als het maar prestigieus is – dat is voorlopig de grootste gemene deler, zowel van de aangezochte leden als de verschillende doelen.

En daarmee lijkt een mooi initiatief direct te verzanden. Want prestigieus zonder meer is spierballen rollen, verder niets. De nieuwe AvK pocht nu met grote namen, waar zij om te beginnen een wereld had kunnen winnen met een openingsevenement dat toont waartoe de bundeling van hun krachten kan leiden.

Intussen heeft de kritiek het makkelijk. De keuze voor deze leden hangt uit het lood. De gemiddelde leeftijd ligt hoog en de leden zijn blank. De dans ontbreekt geheel en waarom die nadruk op literatuur en muziek? Alleen op de klacht dat er slechts vier vrouwelijke leden zijn, reageerde de KNAW: er hadden er drie geweigerd. Dat suggereert dat er erg weinig vrouwen zaten bij de 120 namen die de cultuurfondsen voor de AvK aandroegen. Of dat die drie vrouwen weigerden omdat ze, wellicht met pijn in het hart, al direct inzagen: op deze manier krijgt de AvK te weinig kans.