Zuur. Balen. En weer door, volgende race

In de aflossingsrace, waar Nederland goed in is, ging Sanne van Kerkhof onderuit Háár fout, vond de jury Frustrerend, maar het hoort bij shorttrack

Het is circus. Krankzinnige acrobatiek. Onnavolgbare inhaalmanoeuvre in de binnenbocht, acht schurende schaatsen in een wolk van opspattend ijs. Totdat één rijder uit de kluwen schuift en tot stilstand komt tegen de boarding. Einde Olympische Spelen. En als toegift een uitsluiting wegens obstructie.

Voor Sanne van Kerkhof was shorttrack gistermiddag, in het Iceberg-stadion van Sotsji, even „een kutsport”. Vier jaar lang jezelf alles ontzeggen, elke dag trainen voor die ene aflossingsrace, de teamwedstrijd waarin Nederland zo goed is. En als de grote dag is aangebroken bepaalt een jury dat zíj een fout beging, in plaats van de Italiaanse die haar tegen het ijs duwde.

Het blijft een jurysport

En dan bondscoach Jeroen Otter die doodleuk zegt: „Dat is shorttrack. C’est la vie.” Of ploeggenote Jorien ter Mors, bijna schouderophalend: „You win some, you lose some. Het blijft een jurysport.” Volgende race.

Natuurlijk is het zuur, natuurlijk baalden ze. Maar je moet door. Straks de volgende race.

Dat is shorttrack. Totaal onvoorspelbare ijsgevechten op de vierkante meter. Geweldig om te doen of naar te kijken, zeker vergeleken met de langebaan. Maar soms volkomen onrechtvaardig. Zoals de ongrijpbare Sjinkie Knegt, soms een genie op schaatsen, gisteren weer eens meemaakte. In de B-finale van de 1.500 meter koerste hij af op een welverdiende zege, totdat hij in de laatste bocht onderuit werd geschoffeld door een Koreaan die met een kamikazeaanval binnendoor hoopte te glippen.

De één vindt het de charme van de sport, de ander wordt er gek van. De Amerikaan Shani Davis bijvoorbeeld. „This is real skating, man!” Hij ziet niets liever dan shorttrack, de sport die hem leerde bochten te schaatsen. Maar de uitslag was hem iets te vaak een loterij. Het was zelfs een zwaarwegende reden over te stappen naar de meer steriele langebaan.

Shorttrackers leren als kind al dat incidenten erbij horen. Klagen helpt niet. Toen Knegt vorig jaar bij de wereldkampioenschappen in Debrecen werd geschept door een tegenstander zei Otter: „Als je dat wilt voorkomen moet je maar vooraan gaan rijden.” Einde discussie.

Frustrerend is het wel

Zo bleef de bondscoach ook kalm na de onverwachte uitschakeling van zijn vrouwenploeg, na de val van Van Kerkhof en de uitsluiting door jury. Een uitleg wordt niet gegeven door de jury. „In mijn opinie hadden ze ook de Italianen kunnen diskwalificeren”, zei Otter. „Ik vind het waardeloos dat ze het land dat valt diskwalificeren. Maar ja. Laat dat heel duidelijk zijn: dat is onze sport. Je bent afhankelijk van wat een jury zegt. Die kijken op beelden die wij niet zien. Misschien hebben zij iets gezien wat ik niet gezien heb.”

Knegt weet er alles van. Frustrerend is het soms wel. De Fries haalde in januari talloze internationale kranten en CNN toen hij tijdens de EK in Dresden vol in beeld kwam met twee middelvingers omhoog in de richting van de Russische winnaar Viktor Ahn.

Geen reclame voor de sport, vond hij zelf ook. Maar hij was vooral boos op zichzelf. Pure frustratie over alle dingen die dat weekend allemaal fout waren gegaan. Hij had zijn verontschuldigingen aangeboden, maar het leverde hem een berisping op. Zand erover.

Maar gisteren, in Sotsji, bleef Knegt koel na zijn nieuwe domper, op de Spelen nog wel. En op zijn beste afstand. „Het hoort bij sport. Wat die Koreaan deed doe ik zelf ook wel eens. Ik ging winnen, maar ik werd gevloerd. Het mocht niet zo zijn vandaag. Achtste of twaalfde maakt niks uit. Ik had die race gewonnen, dus het gevoel is goed. Morgen is er weer een dag.”

En soms heb je geluk

Voor anderen pakt het juist goed uit, die toevalsfactor. Het meest beroemde voorbeeld is de Australiër Steven Bradbury, tijdens bij de Winterspelen van Salt Lake City (in 2002). In de kwartfinale van de 1.000 meter eindigde Bradbury als derde, maar mocht van de jury naar de halve finale omdat de Canadees Marc Gagnon werd gediskwalificeerd. In de halve finale reed Bradbury bewust achteraan, in de hoop dat twee rijders in de hitte van het olympische gevecht zouden vallen. Alsof hij nog niet genoeg geluk had gehad: er vielen er drie.

In de finale reed hij opnieuw veilig achter zijn vier tegenstanders, hopend op een laatste wonder. Een paar meter voor de finish vlogen de kemphanen allemaal de laatste bocht uit. Onder hen wereldkampioenen als Apolo Anton Ohno en de inmiddels tot Rus genaturaliseerde Koreaan Viktor Ahn.

Maar om de sport helemaal weg te zetten als een loterij op ijs, zou de wereldtoppers tekort doen. Neem het Canadese fenomeen Charles Hamelin, die gisteren afgetekend de 1.500 meter won. Na het zilver in Turijn (2006) en tweemaal goud in Vancouver (2010) was dit alweer zijn vierde olympische medaille – naast de 26 medailles die hij in het verleden tijdens WK’s verzamelde.

En Ahn zelf won sinds zijn beroemde valpartij in Salt Lake City zeventien wereldtitels, driemaal olympisch goud, eenmaal zilver en tenslotte één bronzen medaille. Die laatste gisteren, in Sotsji. Dat is geen toeval.