Succesjournalisten

De mascotte van Vitesse is een arend.
De mascotte van Vitesse is een arend. Foto Pics United

Tijdens de wedstrijd tegen ADO Den Haag (0-0) verbaasde ik me voor de zoveelste keer over het wezen van ‘de steward’. In hun fluorescerende jassen stonden ze vrijdagavond weer negentig minuten met de rug naar het veld. Bij een gebrek aan echte hooligans letten ze op de Theo Bos-Zuidtribune in het Gelredome vooral op de naleving van het rookverbod. Schuin achter me was een roker gespot, waarna hardhandig met een mannetje/vrouwtje of zeven werd ingegrepen, waarbij een supporter in het gezicht werd geslagen.

De daaropvolgende vechtpartij maakte meer indruk dan de wedstrijd van het dolende elftal dat - na het gelijkspel van Ajax tegen PEC Zwolle - nog steeds een titelkandidaat is. Zelfs trainer Peter Bosz, die een week eerder nog met de van hem bekende stelligheid verklaarde dat hij geen trainer van Feyenoord wilde worden ‘omdat Vitesse ook een topclub is’, leek aangeslagen.

Na een week waarin ook nog werd verloren van AZ (0-2) was hij ‘doodziek’. Hij had ‘een onherkenbaar Vitesse’ gezien en hoopte dat zijn elftal niet verder zou ‘panikeren’.

In de catacomben van Het Gelredome was het aantal journalisten na de wedstrijd tegen ADO Den Haag gehalveerd vergeleken met de wedstrijd tegen AZ.

Persvoorlichter Ester Bal had het lint waarachter de schrijvende pers zich normaal moest ophouden niet eens meer gespannen. Ze sprak van ‘succesjournalisten’ en zei dat er ‘een graftakkenstemming’ heerste. De overblijvers van vooral de regionale pers liepen rond met sombere gezichten, alsof ook zij hadden verloren. Technisch directeur Mo Allach zat met de handen voor het gezicht gehurkt tegen een muur, het leek alsof hij moest poepen.

Aanvoerder Guram Kashia, die zich omdat er maar niet verloren werd al twaalf wedstrijden niet had geschoren, had tegen ADO Den Haag opeens geen baard meer. En het ‘Europees record’ dat Vitesse deelde met Juventus en Bayern München (sinds het begin van de competitie iedere wedstrijd een doelpunt maken) was de club ook kwijt.

Keeper Piet Velthuizen kwam als te doen gebruikelijk als laatste van het veld. Bij afwezigheid van de geblesseerde Theo Janssen was hij de enige speler van de club die de wedstrijdverslagen met wat onbedoeld grappige citaten kon kruiden. Na de derby tegen NEC had hij op de vraag of hij de volgende dag nog naar de bakker durfde (hij woont in Nijmegen) geantwoord dat zijn vriendin de boodschappen deed en dat die altijd naar de C1000 ging.

Tegen mij had hij ooit gezegd dat ‘De Griezelbus’ van Paul van Loon zijn lievelingsboek was, en het begrip ‘heimwee’ werd nooit eerder zo kinderlijk ontroerend verwoord als door hem, tijdens dat ene seizoen dat hij in Spanje voetbalde.

„Ik skype met mijn hond.”

Vrijdagavond schopte hij, toen hij ons naderde, heel nadrukkelijk de aarde uit zijn schoenen. Eerst tegen de muur, en daarna tegen een deur. Zodat we allemaal wisten hoe teleurgesteld hij wel niet was. Met de citaten ‘Je speelt tegen de onderste ploeg, dan weet je dat je het moeilijk krijgt’ en ‘We hebben intern en uittern nooit over een kampioenschap gesproken’, stelde hij wederom niemand teleur.

Later die avond, tijdens een feest in Grieks restaurant Delphi tegenover het station in Arnhem, knakte de keeper alsnog. Overmand door teleurstelling en drank vertelde hij aan iedereen die het maar wilde horen hoe verdrietig hij was over alle verloren punten. Er waren momenten dat hij dacht dat hij de enige was met zoveel verdriet, maar dat was buiten oud-clubeigenaar Merab Jordania gerekend, die sinds hij zijn club heeft verloren overal in Arnhem opduikt. De twee vonden troost bij elkaar in de wetenschap dat het eventueel mislopen van de landstitel in ieder geval niet aan hen had gelegen.