Poch krijgt geen vergoeding voor rechtsbijstand

Een videostill van Julio Poch tijdens een openingsverklaring bij de rechtbank op de eerste dag van het proces.
Een videostill van Julio Poch tijdens een openingsverklaring bij de rechtbank op de eerste dag van het proces. Foto ANP / Niels Wenstedt

Oud-piloot Julio Poch krijgt geen vergoeding van de Nederlandse staat voor de rechtsbijstand die hij krijgt van advocaat Geert-Jan Knoops. Dat heeft de rechtbank in Den Haag vanochtend bepaald in een kort geding.

De Nederlandse staat heeft volgens de rechter bovendien niet onrechtmatig gehandeld door mee te werken aan de uitlevering van Poch aan Argentinië. De in 1952 geboren Poch wordt in het Latijns-Amerikaanse land vervolgd voor zijn vermeende aandeel in de dodenvluchten tijdens het dictatoriale regime van Jorge Videla. Hij werd ruim vier jaar geleden aangehouden en zit in afwachting van een vonnis nog altijd in voorarrest.

‘Staat gaf geen onjuiste informatie’

Dat de inschatting die de Nederlandse staat maakte van hoelang de oud-Transavia-piloot in Argentinië in voorlopige hechtenis zou zitten niet bleek te kloppen, kan de staat volgens de rechter niet worden aangerekend. Er is geen verkeerde informatie gegeven, maar slechts een onjuiste verwachting uitgesproken.

Recht op bijstand

De eerdere afwijzingen van de Raad voor de Rechtsbijstand met betrekking tot vergoeding van de proceskosten zijn volgens de rechtbank definitief en kunnen niet meer worden herzien. “Ook niet via een verkapt hoger beroep bij de civiele rechter.”

Voor de toekomstige kosten van zijn advocaat kan Poch wel nog een vergoeding vragen aan de Raad voor de Rechtsbijstand. Wel noemt de rechter de situatie waarin Poch zich in Argentinië bevindt “vanuit het oogpunt van mensenrechten” zorgwekkend.

Poch ontkent betrokkenheid

Poch zou aan collega’s hebben verteld dat hij betrokken was bij de dodenvluchten, waarbij tegenstanders van de junta werden verdoofd en boven zee uit een vliegtuig gegooid. Die verklaringen zijn het enige bewijs tegen de oud-piloot, die de aantijgingen tegen hem ontkent. Hij maakt deel uit van een groep van 67 verdachten die sinds 2012 in een massaproces terechtstaat op verdenking van de misdaden, gepleegd tussen 1976 en 1983.

Knoops: Nederland moet helpen

Knoops vindt het onterecht dat Poch zelf voor alle proceskosten moet opdraaien, omdat de oud-piloot zonder betrokkenheid van het Nederlandse Openbaar Ministerie nooit in Argentinië in de cel zou zijn beland.

Poch, die de de Nederlandse en de Argentijnse nationaliteit heeft, werd op 22 september 2009 in Spanje opgepakt na zijn laatste Transavia-vlucht voor zijn pensioen. Met de hulp van Nederland werd hij in 2010 vervolgens uitgeleverd aan Argentinië. Het toenmalige kabinet leek tevreden met die rol. Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen zei toen:

“Als landen zelf daders van ernstige mensenrechtenschendingen voor de rechter willen en kunnen brengen, zal Nederland daarbij de helpende hand bieden.”

Maar normaal krijgen Nederlandse gedetineerden juist hulp van de staat. Knoops:

“In het geval van Poch weigert minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) dit omdat er geen Nederlands belang zou zijn gemoeid met de verdediging van Poch. In juni heeft minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) laten weten dat onze inzet wel degelijk een Nederlands belang dient, maar Opstelten wil niet wijken.”

“Nederland heeft de juridische plicht bij te dragen aan de kosten. Het zou immoreel zijn om Poch nu in de steek te laten.”