Plasterk wacht pittig debat. Waar ging het mis en gaat hij het redden?

Vandaag debatteert de Kamer over de 1,8 miljoen metadata van telefoontjes tussen Nederland en de Verenigde Staten die door de Nederlandse diensten AIVD en MIVD zijn verzameld, en waarover minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk onjuiste informatie verschafte. Is Plasterk na vandaag nog minister?

Foto ANP / Martijn Beekman

Vanmiddag debatteert de Kamer over de 1,8 miljoen metadata van telefoontjes tussen Nederland en de Verenigde Staten die door de Nederlandse diensten AIVD en MIVD zijn verzameld, en waarover minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk onjuiste informatie verschafte. Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert en, vooral, Plasterk moeten zich voor de Kamer verdedigen. Is Plasterk na vandaag nog minister?

1. Waar ging het ook alweer mis?

Vorige week verzonden Plasterk en Hennis, verantwoordelijk voor de militaire inlichtingendienst MIVD, een Kamerbrief waarin ze iets tegenspraken wat eerder was beweerd. De achtergrond: afluisterpraktijken van de NSA.

In augustus vorig jaar publiceert het Duitse weekblad Der Spiegel documenten die zijn gelekt door klokkenluider Edward Snowden. De stukken geven volgens het blad een overzicht van telefoongesprekken die de NSA in verschillende landen heeft onderschept. Tussen de stukken zit ook een grafiek met de kop ‘Nederland’, waaruit zou blijken dat de NSA in december 2012 1,8 miljoen sets metadata van telefoonverkeer - dus niet de inhoud, maar telefoonnummer van beller en ontvanger, datum en tijd van het gesprek - in relatie tot Nederland heeft verzameld.

In een eerste brief aan de Kamer in oktober houdt Plasterk nog een slag om de arm:

“Gezien de Amerikaanse wetgeving [...] is het kabinet zich bewust van de mogelijkheid dat de Amerikaanse NSA telefooncommunicatie kan onderscheppen.”

Maar eind oktober bij Nieuwsuur en een aantal dagen later in de Kamer is hij stelliger: volgens Plasterk hebben de Nederlandse diensten die 1,8 miljoen belgegevens niet verzameld en zijn ze “dus ook niet door de Nederlandse dienst verschaft aan de NSA”. Volgens Plasterk heeft de NSA die data dus zonder medeweten van Nederland verzameld, hoewel NSA ontkent. Plasterk noemt de dataverzameling door NSA niet acceptabel (vanaf minuut 2.55):

Maar op 5 februari staat in een nieuwe Kamerbrief dus iets volledig anders. Hennis en Plasterk schrijven dat “aanvullende informatie” en “nader onderzoek” tot de conclusie hebben geleid dat de 1,8 miljoen metadata niet door de NSA, maar door de Nederlandse diensten AIVD en MIVD zijn verzameld “in het kader van terrorismebestrijding en militaire operaties in het buitenland”. De data zijn vervolgens met de VS gedeeld, aldus het kabinet. Volgens de ministers opereerden de diensten binnen de wet.

Kamerbrief - Met Reactie Op Berichtgeving Metadata Telefoonverkeer by NRCnl

De kritiek op met name Plasterk is hierna groot. Waarom heeft hij dit niet eerder gemeld? Waarom bracht hij de Kamer niet eerder op de hoogte? SP-Kamerlid Ronald van Raak vraagt zich af of Plasterk wel “de juiste man op de juiste plek” is:

“We hebben een minister van Binnenlandse Zaken die bij God niet weet wat zich bij de geheime diensten afspeelt.”

Maar ook VVD-Kamerlid Klaas Dijkhoff wil weten waarop de verkeerde informatie gebaseerd was. Er zou al langer een groot debat over de registraties komen, maar dat komt er versneld. Ook Plasterks eigen PvdA en coalitiepartij VVD willen dat.

Bekijk een video van de NOS:


Lees hier: Hoe Plasterk verstrikt raakte in het NSA-dossier. Een beknopte tijdlijn.

And the plot thickens. Plasterk komt sinds 5 februari steeds verder vast te zitten. Toen hij tegen Kamer en op televisie zei dat NSA de gegevens had verzameld, wíst hij volgens bronnen van NRC dat dat slechts een hypothese was - dat hard bewijs ontbrak. Hij werd gewaarschuwd zich terughoudend op te stellen bij mediavragen, Hennis ontraadde hem naar Nieuwsuur te gaan, en toch deed hij het. Ook blijkt dat Hennis en Plasterk eind vorig jaar al wisten wie de gegevens echt had verzameld, maar dat nu pas bekendmaakten vanwege een rechtszaak die vorige week speelde.

Zo komt het dus dat vooral Plasterk een moeilijke middag en avond wacht. In een spoeddebat zal hij moeten uitleggen waarom hij beweringen deed waarvan hij wist dat ze niet zeker waren, die later bleken niet te kloppen, en waarom hij dat de Kamer niet eerder meldde.

2. Welke uitleg gaf Plasterk voorafgaand aan het debat?

Uiterlijk gisteren om één uur moesten de ministers in aanloop naar het debat al antwoord geven op schriftelijke vragen van de Kamer. Plasterk had veel uit te leggen en hij wist zich, voor zover dat binnen dit kader kon, redelijk goed te redden.

Uit de uitgebreide brief - zestien kantjes, in plaats van de twee alinea’s lange brief van vorige week - blijkt onder meer dat de ministers inderdaad eind vorig jaar al wisten dat Plasterk verkeerde informatie had gegeven. Sinds 22 november was bekend dat niet de NSA, zoals Plasterk had beweerd, maar de Nederlandse inlichtingendiensten verantwoordelijk waren voor het registreren van 1,8 miljoen telefoontjes.

Plasterk geeft bovendien toe dat hij de verklaring die hij de Kamer en Nieuwsuur gaf beter niet had kunnen geven. De woorden “excuses” of “spijt” gebruikt hij niet, maar hij schrijft:

“Terugkijkend hierop vindt de minister van BZK dat hij deze mogelijke verklaring achterwege had moeten laten.”

Waarom deed hij het dan? Volgens Plasterk was destijds “in het publieke debat de stellige indruk ontstaan” dat de Nederlandse inlichtingendiensten verantwoordelijk waren voor het afluisteren van 1,8 miljoen telefoongesprekken in Nederland. Dat beeld wilde hij weerleggen: er werd niet afgeluisterd - de data van gesprekken werden opgeslagen, niet de inhoud - en Nederland verzamelde geen Nederlandse telefoongesprekken - enkel gegevens van gesprekken in het buitenland of tussen Nederland en het buitenland werden opgeslagen.

De 1,8 miljoen telefoontjes kon het kabinet op dat moment bovendien “nog niet plaatsen”, waardoor Plasterk dacht dat de gegevens door buitenlandse diensten moesten zijn vergaard. Dát bleek dus niet te kloppen. Er werden data verzameld en die waren inderdaad niet allemaal Nederlands, maar het waren wel de Nederlandse diensten die dat verzamelen uitvoerden.

Waarom gaf hij dan niet eerder toe dat hij fout zat? De ministers schrijven dat ze in november niet vertelden dat ze nieuwe informatie hadden gekregen omdat ze het “belang van de Staat” voor ogen hadden:

“De Minister van Defensie en de Minister van BZK hebben de afweging gemaakt tussen de plicht om de Kamer zoveel als mogelijk te informeren en het belang van de Staat om in het openbaar niet in te gaan op de mogelijke modus operandi van onze diensten. Het laatste gaf de doorslag.”

Ze vertelden het nu toch in verband met een rechtszaak rond het verzamelen van telefoondata die een groep burgers heeft aangespannen. Die burgers eisen dat Nederland stopt met het gebruik van gegevens die via buitenlandse inlichtingendiensten zijn verkregen. Een gevaarlijke eis, schrijft de minister, die “indien door de rechter toegekend, een zeer grote schade zou doen aan het succes van de operaties van de diensten”.

Omdat de zaak bijna begint, leidde dat tot “een nieuw toetsmoment”. De ministers besloten een deel van de werkwijze in dit geval toch openbaar te maken. Plasterk moest wel vertellen hoe het echt zat, suggereert hij. Dat is overigens, zo zegt advocaat van die groep burgers Christiaan Alberdingk Thijm vandaag in nrc.next, “flauwekul”. De Staat kan geheime informatie immers vertrouwelijk met een rechter delen:

“Plasterk had natuurlijk eerst eens kunnen afwachten of hij de rechter met niet geheime informatie kon overtuigen, en dan alsnog met zijn geheimen komen. Dat heeft hij niet gedaan.”

“Het wekt de suggestie dat de minister zelf meer informatie loslaat dan voor de rechtszaak noodzakelijk is”, aldus onze politiek redacteur Derk Stokmans. Toch vond hij de brief van de ministers gisteren beter dan eerdere verklaringen:

“Het is duidelijk dat Plasterk de kritiek voor wil zijn. In de brief legt hij uitgebreid uit hoe het kon dat hij eerst verkeerde informatie verstrekte, en geeft hij toe dat hij dit beter niet had kunnen doen.”

De volledige brief van Plasterk en Hennis:

Beantwoording Kamervragen over verzameling 18 miljoen records metadata door NSO.

3. En nu, redt Plasterk het?

Het verkeerd of onvolledig informeren van de Kamer geldt normaal gesproken als doodzonde in Den Haag, maar niet alle ministers die dat ooit deden moesten ook aftreden. En Plasterk zou in dit geval een goede reden hebben voor het verzwijgen: de staatsveiligheid.

Bovendien, de coalitie lijkt nog steeds achter Plasterk te staan. Vicepremier Asscher heeft alle vertrouwen in de goede afloop van het Kamerdebat:

Ook Hennis, die Plasterk toch waarschuwde niet zo stellig te zijn, staat nog achter hem:

En ministers Bussemaker, Kamp en Timmermans doen geen twijfel ontstaan over de positie van Plasterk: de PvdA staat nog achter Plasterk, net als de VVD.

Toch worden de zaken voor hem steeds minder simpel. De coalitie staat nog wel achter hem, maar hij heeft een paar onverstandige dingen gezegd. Ná 22 november zei hij tegen de Tweede Kamer in een debat over de manier waarop hij toezicht houdt op inlichtingendienst onder meer:

“Als ik de Kamer iets vertel, is dat naar mijn beste weten waar.”

“De Kamer mag ervan uitgaan dat als dingen bij de AIVD bekend zijn, ze dat ook bij mij zijn.”

“Ik wil me eigenlijk ook verre houden van iets wat ik niet weet.”

“Soms zijn dingen gewoon niet bekend bij de AIVD, en daarmee niet bij mij, en dan houdt het natuurlijk op.”

Ál deze dingen bleken op dat moment al niet helemaal meer te kloppen: Plasterk verzweeg op dat moment informatie, had daarvoor onjuiste informatie gegeven, hij wist dat die informatie onzeker was en hij had ondertussen wel degelijk van de AIVD vernomen hoe het zat.

Een paar weken geleden vertrok staatssecretaris Weekers na een dramatisch verlopen debat. Nu ook Plasterk? Het wordt in ieder geval een pittig debat. Plasterk heeft wat uit te leggen en zal nog eens zijn excuses (echte excuses) moeten aanbieden voor de gemaakte fouten. Want de oppositie, die is wel behoorlijk kritisch. CDA noemt het verkeerd informeren kwalijk, het zwijgen “onbegrijpelijk”; SP heeft het over “flutantwoorden”; GroenLinks vindt de antwoorden nog “onvoldoende”; PVV vindt dat Plasterk een “megaprobleem” heeft. Heeft Plasterk nog wel controle over zijn diensten? Maar vooral: kan hij het vertrouwen van de Kamer behouden?

Volgens Stokmans is het nog maar de vraag of Plasterk, ook als hij minister mag blijven, onbeschadigd uit het Kamerdebat komt of zijn politieke geloofwaardigheid verliest. Want voor Plasterk en het kabinet is ook het geloof van de drie vaste bezuinigingspartners ChristenUnie, SGP en D66 belangrijk. En hun steun is “geenszins verzekerd”, aldus Stokmans:

“Van de drie constructieve partijen zou de opstelling van de SGP vanavond de doorslag kunnen geven. D66 en de ChristenUnie stelden zich afgelopen dagen zeer kritisch op. De SGP houdt het erbij dat de minister echt wel wat uit te leggen heeft. Zijn uitleg verzwakt de positie van Plasterk. Om zijn ene onzorgvuldigheid weg te poetsen, heeft hij andere blootgelegd.”

Kan hij ook die onzorgvuldigheden vandaag wegpoetsen? Plasterk wacht het oordeel van de Kamer af: