Kung Fu-rivierkreeft

De Hollandse polderwateren, Vinex-vijvers en Amsterdamse grachten zouden wemelen van Amerikaanse rivierkreeften. Vast overdreven allemaal. Maar de wildplukker in me was intussen dus wel gewekt. Want rivierkreeft: hmm. Op naar Google, dat vast ergens kreeftennetjes te koop heeft staan. En hoe: je zou er keuzestress van krijgen. De eerste stek waar ik mijn twee bestelde

De Hollandse polderwateren, Vinex-vijvers en Amsterdamse grachten zouden wemelen van Amerikaanse rivierkreeften.

Vast overdreven allemaal. Maar de wildplukker in me was intussen dus wel gewekt. Want rivierkreeft: hmm. Op naar Google, dat vast ergens kreeftennetjes te koop heeft staan. En hoe: je zou er keuzestress van krijgen.

De eerste stek waar ik mijn twee bestelde fuikjes zet is een onversneden M.A. Koekkoeksloot boven Noordwijk. Het aas: een halve verse makreel per fuik. Geassisteerd door een dozijn kleine kinderen trek ik de netjes aan de kant – dat blijft het leukste vismoment. Oogst: nul kreeftjes - en twee niet zo heel verse halve makrelen.

De pogingen van een vriendin om de diertjes bij Loosdrecht te vangen met een gegoogled blauw-plastic kreeftenkooitje met ruimte voor hondenvoer als aas, leverden niets op, ondanks gloedvolle beloftes van de verkopende site.

Volgende ronde: ik zet de twee fuikjes mét makreelaas tussen een woonboot en een grachtmuur ergens in de gordel. Toevallig zijn er gemeentemannen om de hoek aan het baggeren. Of ze weleens kreeftjes in de schep krijgen. Nou, heel soms. Voor brasems zijn we ook heel voorzichtig, lachen ze vet. „Van onze baas mogen we maar één kant op baggeren, anders schrikken de vissen.’’ Bulderende lach.

Na drie dagen trek ik de fuikjes omhoog. De eerste: niks – ja, meurende makreel. De tweede: bingo! Een paarsrood aangelopen rivierkreeftje klampt zich met zijn pootjes vast aan de mazen. Als ik hem los maak, gaat hij in de Kung Fu-houding staan. Hij hoeft niet bang te zijn, ik gooi hem terug.

Moraal van dit verhaal: rivierkreeftjes kun je beter kopen dan proberen te vangen – maar we hebben wel lekker gevist.

Scheid de koppen van de kreeftenstaarten en pluk de zwarte sliert uit het vlees.

Glaceer fijngehakte sjalotjes en knoflook in boter en voeg de kreeftenkoppen en de scharen toe. Bak even door en flambeer dan met de cognac. Voeg de tomatenpuree, paprikapoeder, de blokjes,witte wijn en een beetje water toe, laat een kwartier sudderen en duw door een zeef. Haal de scharen eruit.

Snijd de filets in lange grove repen en zet ze goed aan in boter. Doe de kreeft in de pan, doe de saus erbij, evenals de room en laat nog tien minuten onder deksel doorsudderen. Serveer in cocotte, met rijst ernaast.

Rivierkreeftjes: 2 (dubbele) boerenkipfilets 20 gekookte rivierkreeften lik boter 2 sjalotjes 2 knoflooktenen 3 eetlepels tomatenpuree half blik tomatenblokjes borrelglas cognac glas witte wijn eetlepel paprikapoeder 200 ml slagroom