Kiespijn in Kabul? Naar Duitse tandarts

Knallende kiespijn in Kabul. Eigen schuld. De kies was al een tijdje gevoelig en ik heb er niets aan laten doen. Dat is een ernstige overtreding van het eerste gebod voor wie lastige gebieden bezoekt: zorg dat je niets onder de leden hebt. Naar een hulppost reizen is risicovol en vaak is er geen goede gezondheidszorg. Zal ik mezelf volstoppen met pijnstillers tot ik terugkeer naar Delhi of op zoek gaan naar een Afghaanse tandarts? Het eerste is onverstandig, leert het haperende internet. De pijn zal erger worden totdat de zenuw in de kies is afgestorven. Een gat in je mond brengt allerlei risico’s met zich mee.

Als de pijn zich via mijn oor naar het midden van mijn hersenpan uitbreidt, roep ik Mansoor, mijn tolk, te hulp. „Ik weet wel een Afghaanse tandarts voor je”, zegt hij enthousiast. „Hij is best goed.”

„Niet doen”, waarschuwt Bariolai, een vriend die aan de Kabul University wordt opgeleid tot internist. „Als je een verzekering hebt en genoeg geld op zak kun je beter naar je eigen tandarts gaan.” Mijn eigen tandarts? Kabul heeft een Amerikaanse kliniek, zegt Bariolai, en een Duitse. Het wordt de laatste. Duitse Gründlichkeit en hygiëne komen nu goed van pas.

De Duitse kliniek ligt bij het Shar-e-Naw-park, waar de Talibaan geregeld aanslagen plegen op regeringsdoelen en buitenlandse organisaties. Die werken in Kabul doorgaans vanuit panden die op woonhuizen lijken. Maar op de gevel van de kliniek staat met koeienletters ‘German Medical Diagnostic Center Ltd’. Zelfs de Talibaan vallen geen medische posten aan, is het idee. Maar tot op heden vonden ze hun heilige oorlog belangrijker dan het naleven van de Geneefse Conventies.

Ik kan terecht bij tandarts Timo. Hij behandelt me tussen zijn vaste afspraken door. Ik lig net in de tandartsstoel of de deur gaat open. Een grote blonde kerel van gevorderde leeftijd staat breed lachend in de deuropening. „Good afternoon”, zegt Timo. „U bent zo aan de beurt.” „De arts van de Russische ambassade”, verduidelijkt hij. Tien minuten later vliegt de deur opnieuw open. Nu lacht de Russische dokter niet. Hij heeft een afspraak en hij wil ogenblikkelijk geholpen worden. De Afghaanse assistente krijgt hem niet weg. De tandarts moet zelf met lichte drang zijn collega uit de behandelkamer manoeuvreren.

Tandarts Timo ontdekt een klein barstje in mijn kies. „Doet u mij maar een wortelkanaalbehandeling”, zeg ik. Timo schudt van nee. „Slecht voor de zenuw. Het mag hier dan Afghanistan zijn, zo gaan wij niet met tanden om.” Hij brengt een beschermend laagje aan en waarschuwt: „Als het niet werkt wordt de pijn erger. Dan mag je terugkomen. Tegen zenuwpijn kan geen pijnstiller op.”

Honderd dollar lichter en met dezelfde dreun in mijn hoofd sta ik weer buiten.

De volgende dag is de pijn minder en heb ik al mijn kiezen nog. Leve de Duitse tandarts. Maar wat als je geen geld hebt? Het gemiddelde maandsalaris in Afghanistan is 35 dollar. Hoe slaan arme Afghanen zich door kiespijn heen?

Een groepje dagloners staat op een hoek in de wijk Taimani te wachten totdat iemand hen inhuurt. Ze vertellen dat ze bij kiespijn geld lenen om naar een Afghaanse privékliniek te gaan. Overheidsziekenhuizen vertrouwen ze niet. „Een half jaar geleden kreeg ik pijn in een voortand. Ik ben naar een privétandarts gegaan”, zegt Khodaiar (25), die een gezin van vier onderhoudt van circa 20 dollar per maand. De tandarts keek naar de tand en zei: „Dat komt wel goed”. Na een paar dagen verdween de pijn. Het advies kostte Khodaiar vijf dollar. „Kijk.” Hij duwt zijn onderkaak naar voren en wijst op een afgebroken, bruine tand. De zenuw moet morsdood zijn. „Ik heb er helemaal geen last meer van.”