Julio Poch moet zelf zijn advocaat betalen

De Nederlandse Staat hoeft niet financieel bij te dragen aan de verdediging van de Argentijns-Nederlandse piloot Julio Poch. Hij staat voor de rechter wegens het uitvoeren van zogenoemde dodenvluchten in Argentinië.

Dat heeft de Haagse rechtbank vandaag bepaald in een kort geding dat Poch had aangespannen. Hij meent dat Nederland ervoor verantwoordelijk is dat hij in Argentinië om ondeugdelijke redenen in een cel is beland en al vijf jaar wacht op een uitspraak. Nederland zou daarom ook moeten bijdragen aan de kosten van zijn advocaat Geert-Jan Knoops. De raadsman wordt nu slechts voor een deel betaald door sympathisanten van Poch.

De rechtbank heeft het verzoek om formele redenen afgewezen. Voor toekomstige kosten van zijn Nederlandse advocaat kan Poch een vergoeding vragen aan de Raad voor de Rechtsbijstand. Wordt dit geweigerd dan kan hij naar de bestuursrechter, aldus de rechtbank.

Ook oordeelt de rechter dat Nederland niet onrechtmatig heeft gehandeld door medewerking te verlenen aan de uitlevering van Poch in 2010. Poch neemt het de staat kwalijk destijds gezegd te hebben dat de strafzaak binnen een jaar zou zijn afgehandeld. De rechtbank oordeelt dat er „slechts een verwachting” is uitgesproken.

De rechtbank zegt wel dat „de huidige situatie van Poch vanuit het oogpunt van mensenrechten inderdaad alle reden tot zorg geeft”.