Een verdedigingslinie voor de kunst opgetrokken uit grote ego’s

De eerste 19 leden van de Akademie van Kunsten zijn benoemd. Ze moeten kunst een stem geven in het maatschappelijk debat. Voor henzelf is het eervol. „We mogen onze ijdelheid niet verwaarlozen.”

De hyperactieve bandleider Kyteman aan tafel met de teruggetrokken schrijver A.F.Th. van der Heijden, de ingetogen fotograaf en filmer Anton Corbijn met wervelwind Jaap van Zweden, de welbespraakte acteur Gijs Scholten van Aschat met de bedachtzame videokunstenaar Aernout Mik, de ironie van Arnon Grunberg met de gepassioneerde dichter en acteur Ramsey Nasr. Het is een bont gezelschap, de eerste 19 leden die de nieuwe Akademie van Kunsten van de grond moeten trekken.

Deze Akademie van Kunsten, die onderdeel wordt van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), moet de samenwerking tussen wetenschappers en kunstenaars versterken. Maar ze moet vooral de kunstenaars een sterkere stem geven in discussies met politiek en samenleving, een positie die de KNAW al lang voor de wetenschappers inneemt. Zo ziet een aantal van de nieuwe leden dat in ieder geval, blijkt uit een rondgang van deze krant. „Ik zie zo’n bundeling van voormannen van uiteenlopende kunstdisciplines als een verdedigingslinie voor de kunsten in Nederland, die door crisisbezuinigingen voortdurend onder druk staan, maar ook verder nogal agressief naar de marges van de samenleving worden gedrongen”, stelt A.F.Th. van der Heijden.

Ook anderen constateren dat het geluid van kunstenaars niet is gehoord in de discussies over het harde bezuinigingsbeleid. „Kunstenaars werken voor zichzelf en willen niet bij een club horen. Ik ook niet”, zegt multimediakunstenaar Barbara Visser. „Met een club met enige status, staan we steviger in discussies met beleidsmakers. En kunnen we draagvlak in de samenleving creëren dat er nu blijkbaar niet is.” Acteur Gijs Scholten van Aschat: „Misschien dat het meer indruk maakt als zo’n Akademie een standpunt inneemt, met dit gezelschap van dwarsdenkende mensen die op hun gebied de top hebben gehaald.”

De Akademie van Kunsten is een gezamenlijk initiatief van Hans Clevers, president van de KNAW, en minister Jet Bussemaker (PvdA, Cultuur) die er de komende 3,5 jaar 700.000 euro in steekt. „Kunstenaars kunnen ons meer brengen dan we denken”, zegt Bussemaker. „Ook buiten de ‘enge wereld’ van de kunst waar ze contact met hun eigen publiek hebben. Onze samenleving heeft creativiteit nodig om te overleven, om geld te blijven verdienen.”

De afgelopen weken hebben de verschillende cultuurfondsen samen zo’n 120 kandidaten voorgedragen. Het bestuur van de KNAW maakte daaruit een keuze, waarbij zes kunstexperts de wetenschappers moest behoeden voor uitglijders. De eerste 19 leden zijn zeker ook gekozen vanwege hun naamsbekendheid. Tijd hebben ze niet allemaal. Bijvoorbeeld filmregisseur Paul Verhoeven, hij laat weten vooral als een soort erelid te zijn gevraagd. „Met deze drukbezette mensen is 19 mensen een te wankele basis om iets van de grond te krijgen”, zegt Clevers. Maar zij mogen de Akademie aanvullen tot 50 leden.

De mogelijkheid om zelf discussies aan te zwengelen is voor verschillende kunstenaars reden om –onbezoldigd– lid te worden van de Akademie. Architecte Francine Houben was al lid van de Akademie der Künste in Berlijn: „We geven een politiek statement als het nodig is. Daar wordt naar geluisterd door politiek en samenleving. Je moet politici en bestuurders ook voeden met ideeën.” Componist Michel van der Aa wijst erop dat veel van de leden in het buitenland actief zijn. „Het is goed om dat perspectief in de discussie te brengen. Wij kijken meer van buiten naar binnen.” Beeldend kunstenaar Aernout Mik wijst op een verschil met de KNAW. „Zij worden formeel gevraagd om adviezen en dat zal bij ons niet gebeuren. Maar we kunnen wel ongevraagd adviseren. Het is in deze tijd nodig dat ook van kunstenaars invloed uitgaat in maatschappelijke discussies.”

Minister Bussemaker zegt die adviezen te zullen verwelkomen. „Deze kunstenaars kunnen autonoom standpunten innemen. Dat is anders met de bestaande belangenorganisaties. Het is goed dat het gesprek tussen kunstenaars en de samenleving weer op gang komt, die zijn te ver van elkaar verwijderd geraakt.”

Schrijver en schilder Charlotte Mutsaers zit niet zo te wachten op die discussies „die snel over geld gaan”. Ze verwacht meer van de samenwerking met wetenschappers. „Bij een wetenschapper draait het niet alleen om kennis, daar komt veel intuïtie, inventiviteit en creativiteit bij kijken. Daar kunnen we van elkaar leren.” Colin Benders (Kyteman) kijkt ook uit naar die samenwerking: „Ik werk vrij regelmatig met andere disciplines samen, maar het is me nog niet gelukt met een wiskundige aan tafel te komen om samen naar een compositievorm zonder kwadratuur te kijken of met een psycholoog naar de invloed van ego op improvisatie. Zo heb ik wel wat ideetjes.”

Bij de verschillende kunstenaars speelt ook de eer een rol. „Als ik vroeger wel eens een boek kocht van een Franse schrijver die lid was van de Académie française, dan stond op de titelpagina onder de auteursnaam: de l’Académie française”, stelt Van der Heijden. „Ik zou het wel sjiek vinden om voortaan op de titelpagina van mijn romans te kunnen vermelden: ‘van de Akademie van Kunsten’. We mogen onze ijdelheid niet verwaarlozen.”

Daarvoor waarschuwt juist Arnon Grunberg: „Als het de verzamelde ijdelheid van de deelnemers ook maar iets overstijgt, mogen we al van een succes spreken”, stelt hij. „Het grootste gevaar is dat het een debatteerclub wordt waarbij dames en heren met iets te grote ego’s gewichtige uitspraken gaan doen over zaken waarvan ze bijna niets af weten.”

Of daarmee een herleving van de vete tussen het schrijversduo uit 2007 dreigt, toen ze bij de uitreiking van de Ako Literatuurprijs niet in één zaal wilden zitten, is de vraag. Van der Heijden: „Ik beschouw de Akademie niet als een ballenbak op een kindercrèche, waar de peuters elkaar geniepige kneepjes toedienen en dan om het hardst een keel opzetten. Als ik me goed herinner hebben Arnon en ik elkaar na de AKO-toestand op paleis Het Loo de hand gedrukt.” Grunberg met zijn kenmerkende ironie: „Ik ben in het algemeen een en al vergevingsgezindheid en in dit specifieke geval helemaal. Het is nog geheim, maar in de zomer van 2015 gaan Adri en ik drie weken kamperen in Zuid-Italië.”