Bij welk systeem ook: alleen het belang van de leerling telt

Rond 164.500 leerlingen in het basisonderwijs buigen zich vanaf vandaag over de vragen die hun in de Citotoets worden gesteld en voor het laatst leggen ze deze test in februari af. Vanaf volgend jaar verschuift de toets naar april. Daardoor wordt het advies dat de basisschool aan het middelbaar onderwijs geeft, van groter belang.

Dat is winst. Bijvoorbeeld omdat de leerlingen in de laatste maanden van hun periode op de basisschool nog steeds serieus les zullen krijgen en niet de neiging ontstaat om de boel na de Citotoets van februari onderwijskundig maar zo’n beetje de boel te laten.

De niet-verplichte Citotoets is een omstreden instrument, waaraan 15 procent van de scholen in het basisonderwijs niet eens meedoet. De test is een momentopname. Wie daaraan groot gewicht toekent, gaat eraan voorbij dat de resultaten kunnen zijn beïnvloed door de stress waaraan de deelnemende scholieren lijden. Of doordat ze tijdelijk met andere problemen kampen. De toets zegt iets, maar lang niet alles over de vraag welk type voortgezet onderwijs voor een leerling het meest geschikt is.

En dat is de kern van de zaak: het geheel van schooladvies, Cito- of andere toets en leerlingvolgsysteem moet uitsluitend het belang van de scholieren dienen. Het gaat om hun toekomst. Het moet niet worden gebruikt om de resultaten van de basisscholen op te poetsen. Het moet het voortgezet onderwijs evenmin de gelegenheid geven tot voortijdige selectie omdat dit zoveel praktischer is.

Alles wat telt is dat de leerling het voortgezet onderwijs gaat volgen dat het best bij zijn niveau past. Dat er naast het schooladvies behoefte bestaat aan een min of meer objectieve toets, waarbij voor alle kinderen dezelfde maatstaf wordt gehanteerd, is logisch; een nuttig hulpmiddel. Een dergelijke eindtoets is vanaf 2015 zelfs wettelijk verplicht gesteld. Als de individuele resultaten bij de eindtoets erg afwijken van wat het leerlingvolgsysteem uitwees en van het advies dat de basisschool gaf, is dat reden voor nader beraad.

Maar nu dreigt het voortgezet onderwijs op zoek te gaan naar eerder meetbare resultaten dan de Citotoets vanaf volgend jaar in april/mei zal opleveren – een verschuiving in tijd van de winter naar de lente die er toch niet voor niets was. Bijvoorbeeld doordat de middelbare scholen de entreetoets die leerlingen voor groep 7 afleggen, grote waarde gaan toekennen. Daaruit spreekt dan in feite wantrouwen tegen de kwaliteit van de adviezen die de onderwijzers in het basisonderwijs verstrekken.

Op die manier komen de nadelen die aan de Citotoets kleven en waaraan politiek Den Haag een einde wilde maken, via een achterdeur weer binnen: door te veel waarde te hechten aan een toets die een beperkt inzicht geeft in de kwaliteiten van een leerling.