Zonder ‘beleving’ en avontuur kan een winkelstraat het straks vergeten

Om niet dichtgetimmerd te eindigen moeten winkelcentra hard aan de slag, aldus experts. De klant wil service, ‘beleving’ – en altijd alles op voorraad.

Boodschappen doen in de digitale supermarkt is in landen als Zuid-Korea, de VS en Australië al mogelijk. Ook in Nederland zou de grens tussen fysieke en digitale winkels de komende jaren verdwijnen.
Boodschappen doen in de digitale supermarkt is in landen als Zuid-Korea, de VS en Australië al mogelijk. Ook in Nederland zou de grens tussen fysieke en digitale winkels de komende jaren verdwijnen. Foto Getty

Gesloten winkels, producten niet op voorraad of überhaupt niet verkrijgbaar? Over zes jaar zou het niet meer hoeven. Je kunt dan shoppen via een digitale winkelruit en een touchscreen. Een digitale passpiegel toont de kleding aan je lichaam, in de juiste maat. Snel boodschappen doen? Scan op het treinstation producten in de digitale supermarkt, die je op het volgende station kunt ophalen of die worden thuisbezorgd.

Het zijn toekomstbeelden uit het morgen te verschijnen rapport De nieuwe winkelstraat van InRetail, de brancheorganisatie voor non-food winkeliers, en de Nederlandse Raad voor Winkelcentra. „Service en beleving worden onderscheidende fenomenen”, zo staat in dit onderzoek naar de toekomst van winkelgebieden in Nederland. Dertig experts werkten mee aan het rapport, onder wie winkeliers, beleggers, vastgoedondernemers, cultuurexperts en ambtenaren. Het rapport is onderdeel van het onderzoek Shopping2020, waarin 460 experts de toekomst van winkelen in Nederland schetsen.

Bouwen voor leegstand

Fysieke en digitale winkels zullen over een paar jaar geen verschillende grootheden meer zijn, maar zijn versmolten, zeggen de experts. Gemeenten moeten dus hun winkelcentra verkleinen om straten vol dichtgetimmerde panden te voorkomen. Nu al is de achteruitgang in winkelgebieden te merken: „Toenemende leegstand en uniformiteit bepaalt steeds meer de (on)aantrekkelijkheid van winkelstraten.”

Consumenten die minder besteden, meer onlineverkoop en vergrijzing zorgen op de lange termijn voor minder winkelbezoek, zegt voorzitter Marcel Evers van de expertgroep en manager beleid bij InRetail. „Overheden moeten rekening houden met een daling van 20 tot 30 procent van het winkeloppervlakte.”

Plannen voor grote, nieuwe centra, zoals het Leidsche Rijn Centrum in Utrecht, moeten volgens Evers worden herzien. „Het is te ambitieus en te groot. Het is bouwen voor leegstand. Niet alleen Utrecht, maar iedere Nederlandse gemeente moet de plannen voor winkelgebieden opnieuw onder de loep te nemen.”

De experts schetsen vijf potentiële winkelcentra, met als belangrijke lijn: binnensteden moeten avontuurlijker worden ingericht. Eerder als pretpark dan als winkelstraat. Met veel superspeciaalzaken waar creatieve ondernemers bijzondere producten aanbieden. Evers: „Je betaalt een vermogen aan parkeergeld in binnensteden. Daar moet iets tegenover staan. Het moet een dagje uit zijn, anders bestel je de spullen wel vanachter de computer.”

De tweede belangrijke rode draad: de winkel moet naar de klant. Voorbeeld: een kledingzaak die op een warme dag een grote container vol zomerse kleding op het strand plant.

Aantal regels verminderen

Een digitale supermarkt en een digitale winkelruit, hoe reëel zijn de voorbeelden? „Zeer reëel”, zegt Evers, „want ze bestaan allemaal al.”

Dat klopt. Op metrostations in Zuid-Korea kunnen mensen in de virtuele schappen van supermarktketen Tesco boodschappen doen. Afgelopen kerstperiode konden reizigers op Utrecht Centraal op grote schermen productcodes van boeken scannen en ze op die manier aanschaffen. In New York heeft een dameskledingwinkel een digitale winkelruit. Duurdere Nederlandse maatpakkenwinkels werken al met de digitale passpiegel.

Maar met de huidige regels zijn verplaatsing en flexibele vormen van winkels lastig. Er zijn vergunningsystemen, erfpachtconstructies en bestemmingsplannen. Zo mag een kledingzaak niet zomaar een dag producten verkopen op het strand en een fastfoodketen kan niet zonder meer hamburgers bakken op de stoep van grote kantoorpanden. Gemeenten moeten daarom het aantal regels verminderen, aldus het rapport.